Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
1/3 Uitscheiding. Zie figuur A 823 van de bijlage.
In de afbeelding is een deel van het uitscheidingsstelsel van een man weergegeven.
Vul het volgende bij de puzzel hieronder in:
afbeelding
bij 1 de naam van orgaan P (is al ingevuld als voorbeeld) bij 2 de naam van de vloeistof in afvoerbuis Q bij 3 de naam van de vloeistof die afvalstoffen aanvoert bij 4 de naam van de plaats waar deze vloeistof wordt opgeslagen
afbeelding
Uitscheiding
2/3 Uitscheiding. Zie de figuren A 823 en B 3431 van de bijlage.
Zie figuur B 3431 van de bijlage.
In de afbeelding is een deel van het uitscheidingsstelsel vanaf de zijkant getekend.
Waar bevindt zich orgaan R van de afbeelding A 823 in de tekening B 3431? Zet een R op de juiste plaats.
afbeeldingafbeelding
Uitscheiding
3/3 Uitscheiding. Zie figuur B 3432 van de bijlage.
In de tekening is een mens vanaf de rugzijde weergegeven. Lijn P is het middenrif.
In welk rugdeel liggen de nieren?
afbeelding
Uitscheiding
1/4 Uitscheiding en slagaders. Zie figuur B 3126 van de bijlage.
Wie veel drinkt, moet veel plassen. In de afbeelding is de urineproductie van een proefpersoon weergegeven. Deze proefpersoon dronk op een bepaald tijdstip een groot glas water.
Op welk tijdstip dronk de proefpersoon het glas water?
afbeelding
Uitscheiding
2/4 Uitscheiding en slagaders. Zie figuur B 3127 van de bijlage.
In de afbeelding zijn onder andere de nieren weergegeven. De pijlen geven de stroomrichting van het bloed aan.
Welk cijfer geeft een nierslagader aan?
afbeelding
Uitscheiding
3/4 Uitscheiding en slagaders.
Welk kenmerk geldt voor alle slagaders van een volwassen mens?
Uitscheiding
4/4 Uitscheiding en slagaders. Zie figuur B 3127 van de bijlage.
Wat is de naam van orgaan P uit de afbeelding? Dit is de/het [invulveld]
afbeelding
Uitscheiding
1/3 Blaasontsteking. Zie de figuren B 3033 en A 805 van de bijlage.
Blaasontsteking wordt meestal veroorzaakt doordat bacteriën via de urinewegen het lichaam binnendringen. Vrouwen hebben een grotere kans op blaasontsteking dan mannen. In de afbeelding zijn schematisch onder andere de urinewegen van een vrouw en van een man weergegeven.
Zie figuur A 805 van de bijlage.
Op de bijlage staan de urinewegen van een vrouw ook schematisch weergegeven.
Geef met een lijn in de bijlage aan langs welke weg bacteriën van buiten via de urinewegen de blaas binnendringen.
afbeeldingafbeelding
Uitscheiding
2/3 Blaasontsteking. Zie figuur B 3033 van de bijlage.
Leg met behulp van gegevens uit de afbeelding uit waardoor vrouwen een grotere kans op blaasontsteking hebben dan mannen.
afbeelding
Uitscheiding
3/3 Blaasontsteking.
Maaike krijgt van de dokter pillen om de bacteriën, die de blaasontsteking veroorzaken, te bestrijden.
Welk type bacteriedodend middel bevatten deze pillen?
Uitscheiding
1/3 Blaasontsteking. Zie figuur A 805 van de bijlage.
Rogier heeft een blaasontsteking. Bij een onderzoek van zijn urine waren bacteriën te zien. Deze bacteriën kwamen uit de blaas van Rogier.
In de afbeelding is onder andere het uitscheidingsstelsel te zien.
Hoe verlaten de bacteriën bij een blaasontsteking het lichaam? Geef dit in de afbeelding met een duidelijke lijn aan. Begin bij de blaas.
afbeelding
Uitscheiding
2/3 Blaasontsteking. Zie figuur B 3265 van de bijlage.
In de afbeelding zijn drie soorten cellen weergegeven.
Welke tekening geeft een bacterie weer? Tekening [invulveld]
afbeelding
Uitscheiding
3/3 Blaasontsteking.
De huisarts van Rogier schrijft een antibioticumkuur voor.
In de afbeelding hieronder is een deel van een bijsluiter weergegeven.
afbeelding
Rogier moet gedurende tien dagen elke dag twee tabletten innemen.
Hoeveel milligram doxycycline neemt Rogier per dag in?
Hij neemt [invulveld] mg in
Uitscheiding
1/2 Nieren. Zie figuur B 3210 van de bijlage.
In de afbeelding zijn schematisch enkele organen getekend.
Welke letter geeft een nier aan?
afbeelding
Uitscheiding
2/2 Nieren.
Als de nieren niet goed werken, kan een kunstnier soms hulp bieden. Een kunstnier is een apparaat dat het bloed van een patiënt schoonspoelt.
Welke stoffen verwijdert een kunstnier uit het bloed?
Uitscheiding
1/3 Een nierziekte. Zie figuur B 3237 van de bijlage.
In de afbeelding zijn een gezonde en een zieke nier weergegeven.
Als we over een nier praten, hebben we het dan over een cel, een orgaan of een organisme?
afbeelding
Uitscheiding
2/3 Een nierziekte. Zie figuur B 3237 van de bijlage.
De problemen met de zieke nier ontstaan doordat een niersteen deel P afsluit.
Wat is de naam van deel P?
P is de/het [invulveld]
afbeelding
Uitscheiding
3/3 Een nierziekte. Zie figuur B 3237 van de bijlage.
Welk deel van deze zieke nier is veel groter dan normaal?
afbeelding
Uitscheiding
1/2 Nierstenen. Zie figuur B 3311 van de bijlage.
Als bepaalde stoffen in de urine niet goed oplossen, klonteren ze samen en ontstaan er nierstenen. Nierstenen ontstaan vooral in het nierbekken. Kleine nierstenen worden meestal met de urine afgevoerd en veroorzaken geen problemen.
Zie figuur B 3311 van de bijlage.
In de afbeelding is een deel van het uitscheidingsstelsel weergegeven.
Als kleine nierstenen worden uitgeplast, passeren ze enkele delen van het uitscheidingsstelsel.
Welke delen van het uitscheidingsstelsel passeren nierstenen die uitgeplast worden achtereenvolgens?