Oefentoets Biologie: Uitscheiding - samenstelling | VWO 4/VWO 5/VWO 6

Deze oefentoets bevat 10 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

10

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 4, VWO 5, VWO 6

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Uitscheiding

Een niereenheid.
Zie figuur A 94 van de bijlage.

De tekening stelt een niereenheid voor.
In het nierkapsel verlaat ± 20% van de bloedvloeistof de bloedbaan.

Op welke van de aangegeven plaatsen is de hoeveelheid zuurstof (opgelost en aan hemoglobine gebonden) per volume-eenheid het hoogst?

afbeeldingafbeelding

Uitscheiding

Ureumgehalte.
Zie figuur A 103 van de bijlage.

De tekening stelt een niereenheid voor.

Op welke van de aangegeven plaatsen is het ureumgehalte het laagst?

afbeeldingafbeelding

Uitscheiding

Concentraties.
Zie figuur A 103 van de bijlage.

Op drie plaatsen (zie tekening) in een nier van de mens worden de ureumconcentratie en de eiwitconcentratie bepaald.

Waar is de ureumconcentratie het laagst?
Waar is de eiwitconcentratie het hoogst?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Uitscheiding

Voorurine en bloedplasma.

In de nierkapseltjes van de mens wordt voorurine gevormd uit bloedplasma. De concentratie van opgeloste stoffen in de voorurine is lager dan die in het bloedplasma dat door de haarvaten van de nierkapseltjes stroomt.

Berust dit verschil tussen voorurine en bloedplasma vooral op een verschil in eiwitconcentratie of vooral op een verschil in glucoseconcentratie?
Is in de nierkapseltjes de druk van het bloed in de haarvaten hoger of lager dan de druk van de voorurine?

afbeeldingafbeelding

Uitscheiding

Resorptie.

In de nieren van een mens wordt per minuut gemiddeld 125 ml voorurine en 1 ml urine gevormd. In onderstaande tabel zijn voor een aantal deeltjes de gemiddelde concentraties in de voorurine in het nierkapsel en in de urine gegeven.
afbeeldingafbeelding
Van bepaalde deeltjes is bekend dat deze worden uitgescheiden, doordat ze door de epitheelcellen van de nierkanaaltjes uit het bloed worden gehaald en aan de vloeistof in de nierkanaaltjes worden toegevoegd. Of dit voor de genoemde deeltjes het geval is, kan worden afgeleid uit de tabel hierboven.

Voor welke van de deeltjes K+ , ureum en creatinine kan met zekerheid worden afgeleid dat ze door de cellen van de nierkanaaltjes worden uitgescheiden?

Uitscheiding

Opname van stoffen.

In de tabel staan de gemiddelde hoeveelheden van enige stoffen in voorurine en urine per dag bij een proefpersoon.
afbeeldingafbeelding

Wordt er water vanuit de nierkanaaltjes in het bloed opgenomen?
En ureum?

afbeeldingafbeelding

Uitscheiding

Samenstelling van voorurine.

Vier vloeistoffen P, Q, R en S worden onderzocht op de aanwezigheid van bepaalde stoffen en witte bloedcellen. De resultaten staan in de tabel: + betekent duidelijk aanwezig, - betekent niet of nauwelijks aanwezig.

afbeeldingafbeelding

Welke van de vloeistoffen P, Q, R en S kan voorurine van de mens zijn?

Uitscheiding

Concentraties in lichaamsvloeistoffen.

De gemiddelde concentraties van de stoffen P en Q in het bloedplasma, in de vloeistof in het eerste stukje van een nierkanaaltje en in de vloeistof in het nierbekken zijn bij een gezonde proefpersoon:

afbeeldingafbeelding

Welke van de stoffen glucose en ureum zou P kunnen zijn?
Welke van de stoffen eiwitten, glucose en ureum zou Q kunnen zijn?

afbeeldingafbeelding

Uitscheiding

Hoeveel ureum?
Zie figuur B 2500 van de bijlage.

De afbeelding stelt een niereenheid van de mens voor. Gegeven is dat 20% van het volume van het bloedplasma dat door 1 stroomt, voorurine wordt; 80% van het bloedplasma stroomt verder door 2. Van het ureum dat in 3 terecht komt, wordt verderop 50% uit de voorurine geresorbeerd. Van het water in de voorurine wordt 99% geresorbeerd.

Langs welke van de plaatsen 2, 3, 4 of 5 stroomt gemiddeld per minuut de grootste hoeveelheid ureum?

Langs plaats

afbeeldingafbeelding

Uitscheiding

Vloeistofanalyse.

Hieronder zijn de analyses te zien van bloedplasma, rode bloedcellen, urine en zweet van de mens.

afbeeldingafbeelding

Zet de namen van de begrippen in de rechter kolom bij de juiste nummers in de linker kolom.

  • rode bloedcellen
  • urine
  • bloedplasma
  • zweet
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4