Oefentoets Biologie: Zenuwstelsel | HAVO 4/HAVO 5 | variant 7

Ontdek de werking van zenuwcellen en impulsen met deze digitale toets, gericht op studenten in de biologie. Beantwoord vragen over zenuwceltypes, impulsgeleiding en reflexactiviteit om je kennis te testen en te verdiepen. - 20 vragen

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Werking van zenuwcellen

Over de werking van een zenuwcel.
Zie figuur B 329 van de bijlage.

Over de werking van een zenuwcel van een mens wordt het volgende beweerd.

Nadat een impuls punt P gepasseerd is

1. neemt de impulssterkte af;
2. neemt de geleidingssnelheid af;
3. neemt de prikkelbaarheid bij P toe.

Welke van deze beweringen is (zijn) juist?

afbeeldingafbeelding

Impulssterkte en frequentie bij prikkels

Een in sterkte toenemende prikkel.
Zie figuur B 337 van de bijlage.

Een zenuwcel krijgt een in sterkte toenemende prikkel boven de drempelwaarde toegediend.

Zal de impulssterkte in het axon gelijk blijven of toenemen?
En de impulsfrequentie?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Maximale impulsfrequentie van zenuwcellen

Impulsgeleiding & maximale impulsfrequentie.

Voor een bepaalde zenuwcel duren de actiefasen 1/500 sec.
Ook de herstelfasen duren 1/500 sec.

Hoe groot is de maximale impulsfrequentie in deze zenuwcel?

Impulsgeleiding: Actiefasen en Herstelfasen

Impulsgeleiding & actiefasen en herstelfasen.

Bij impulsgeleiding worden actiefasen en herstelfasen onderscheiden.

Is de duur van de actiefase van één impuls afhankelijk van de prikkelsterkte?
En de duur van de herstelfase?

afbeeldingafbeelding

Typen zenuwcellen en hun uitlopers

Typen zenuwcellen in een zenuwuitloper.

Drie typen zenuwcellen bij de mens zijn: motorische zenuwcellen, sensorische zenuwcellen en schakelcellen.

In een zenuw in een arm worden gewoonlijk impulsen in twee richtingen voortgeleid.

Van welke typen zenuwcellen komen er uitlopers in deze zenuw voor?

afbeeldingafbeelding

Volgorde van impulsen in zenuwcellen

1/2 Zenuwcellen.
Zie figuur A 312 van de bijlage.

In het zenuwstelsel van de mens komen onder andere de drie typen zenuwcellen voor die in de afbeelding zijn weergegeven.
Deze typen zenuwcellen zijn betrokken bij een reflex.

In welke volgorde doorlopen impulsen tijdens deze reflex deze typen zenuwcellen?

afbeeldingafbeelding

Zenuwcellen in de grijze stof van het ruggenmerg

2/2 Zenuwcellen.

Welk van deze typen zenuwcellen kan of welke kunnen zich geheel in de grijze stof van het ruggenmerg bevinden?

Impulsen en waarneming bij honkbalwerper

1/4 Honkbal.
Zie figuur C 12 van de bijlage.

Een honkbalwerper staat klaar voor het aangooien van de bal. Hij bekijkt goed welke slagman tegenover hem staat en welke tekens de achtervanger (catcher) hem geeft. Aan de hand van deze gegevens beslist hij hoe hij de bal zal gooien.
Vervolgens gooit hij de bal met een mooie boog naar de catcher. De slagman mist de bal voor de derde keer en is uit!
Ondanks de geringe lichamelijke inspanning merkt de werper dat zijn hartslagfrequentie sterk is toegenomen.

Waar worden bij de werper het eerst impulsen opgewekt door de lichtprikkels uit zijn omgeving?

afbeeldingafbeelding

Beslissingen bij honkbalwerper en hersenen

2/4 Honkbal.
Zie figuur C 12 van de bijlage.

In welk deel van de hersenen van de werper vinden de processen plaats die leiden tot de beslissing hoe hij de bal wil gooien?

afbeeldingafbeelding

Impulsen in het Ruggenmerg

3/4 Honkbal.
Zie figuur C 12 van de bijlage.

Er komen impulsen uit de hersenen die de activiteit van spieren beïnvloeden.

Gaan deze impulsen alleen door grijze stof van het ruggenmerg of alleen door witte stof van het ruggenmerg of door grijze en witte stof beide?

afbeeldingafbeelding

Hartslagfrequentie van de werper na worp

4/4 Honkbal.
Zie figuur C 12 van de bijlage.

Waardoor is de hartslagfrequentie van de werper na de worp sterk toegenomen?

afbeeldingafbeelding

Cellichamen van zenuwcellen in het ruggenmerg

1/4 Het ruggenmerg.
Zie figuur B 429 van de bijlage.

De afbeelding geeft schematisch een dwarsdoorsnede van het ruggenmerg van de mens weer. De zenuwceluitlopers S en T zijn met het linkerbeen verbonden.

Wordt met R het cellichaam aangegeven van een motorische zenuwcel, van een schakelcel of van een sensorische zenuwcel?

afbeeldingafbeelding

Voortgeleiding van zenuwimpulsen

2/4 Het ruggenmerg.
Zie figuur B 429 van de bijlage.

Op de plaats die in de afbeelding met een pijl is aangegeven, wordt de zenuwceluitloper geprikkeld.

Kunnen impulsen die als direct gevolg van deze prikkeling ontstaan, worden voortgeleid in de richting van P, in de richting van Q of in de richting van beide zenuwcellichamen?

afbeeldingafbeelding

Reflexactiviteit en zenuwceluitlopers

3/4 Het ruggenmerg.
Zie figuur B 429 van de bijlage.

Een persoon tilt in een reflex zijn linkerbeen op.

Zullen er bij deze reflex alleen impulsen lopen door zenuwceluitloper S, alleen door zenuwceluitloper T of door beide zenuwceluitlopers?

afbeeldingafbeelding

Impulsen en het ruggenmerg

4/4 Het ruggenmerg.
Zie figuur B 429 van de bijlage.

Deze persoon heeft jeuk aan zijn linkerknie.

Passeren dan alleen impulsen door het ruggenmerg, alleen door de grote hersenen of door beide delen?

afbeeldingafbeelding

Cellichamen van schakelcellen in de wervel

1/3 De rug.
Zie figuur B 483 van de bijlage.

In de afbeelding is een wervel van de mens en een deel van het ruggenmerg met zenuwen weergegeven.

Bevinden cellichamen van schakelcellen zich in deel 1, in deel 2 of in deel 4?

afbeeldingafbeelding

Impulsen in zenuwceluitlopers

2/3 De rug.
Zie figuur B 483 van de bijlage.

In deel 3 zijn zenuwceluitlopers aanwezig.

Verlopen onder natuurlijke omstandigheden de impulsen in deze zenuwceluitlopers alle in dezelfde richting?
Zo ja, in welke richting?

afbeeldingafbeelding

Anorganische en organische stoffen in de rug

3/3 De rug.
Zie figuur B 483 van de bijlage.

Komen in deel 5 anorganische stoffen voor?
En organische stoffen?

afbeeldingafbeelding

Impulsen bij het nemen van een strafschop

1/4 Voetballen.

Tijdens een voetbalwedstrijd wordt een strafschop genomen. Degene die de strafschop neemt, maakt een beweging naar links, maar de bal komt rechts terecht. De keeper duikt naar de goede hoek en stopt de bal.

Via welke delen van het centrale zenuwstelsel verlopen impulsen bij de speler die de strafschop neemt?

Impulsen bij de keeper tijdens het voetballen

2/4 Voetballen.

Verlopen bij de keeper tijdens het stoppen van de bal impulsen in motorische centra van zijn grote hersenen, in sensorische centra of in beide typen centra?