1/16 HPV-vaccinatie.
Baarmoederhalskanker is een vorm van kanker die relatief vaak voorkomt bij vrouwen. De ziekte kan zijn veroorzaakt door een infectie met het humaan papillomavirus (HPV). Vroeg of laat lopen bijna alle vrouwen het virus op. HPV wordt vooral overgedragen door seksueel contact. Vaak verloopt een infectie onschuldig, maar sommige typen HPV kunnen baarmoederhalskanker veroorzaken. Vaccinatie van tienermeisjes tegen HPV is een effectieve manier om het ontstaan van baarmoederhalskanker op latere leeftijd tegen te gaan. De vaccins tegen HPV die beschikbaar zijn, beschermen tegen infectie door verschillende typen HPV. De typen HPV16 en HPV18 veroorzaken samen ongeveer 70 procent van de gevallen van baarmoederhalskanker in Europa.
In 2008 adviseerde de Gezondheidsraad de minister van Volksgezondheid om de vaccinatie tegen baarmoederhalskanker op te nemen in het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) voor meisjes van 13 tot 16 jaar. In 2009 werden 380.000 meisjes opgeroepen voor de eerste uit een serie van drie vaccinaties tegen het humaan Papillomavirus (HPV). Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) coördineert de communicatie over het vaccinatieprogramma.
Laura, een leerlinge uit VWO-6 zoekt informatie voor haar jongere zusje Marieke, die een oproep heeft gekregen voor de HPV-vaccinatie. Hieronder is een deel van de informatie, die zij uit verschillende publicaties heeft gekregen, weergegeven.
Humaan Papillomavirus
Het is al geruime tijd bekend dat een langdurig aanhoudende infectie met het humaan Papillomavirus (HPV) verantwoordelijk is voor het ontstaan van baarmoederhalskanker. HPV is een zeer besmettelijk virus dat meestal wordt overgedragen via seksueel contact, maar ook door huid-op-huid-contact in de schaamstreek.
Naar schatting loopt 70 tot 80% van de seksueel actieve vrouwen gedurende hun leven een besmetting op met een of meer HPV-typen. Niet alle HPV-typen leiden tot baarmoederhalskanker. Rond de 70% van de gevallen van baarmoederhalskanker wordt veroorzaakt door de typen 16 en 18.
Vrouwen merken vaak niets van een HPV-infectie, ook niet als deze al langere tijd aanwezig is. Slechts bij een klein deel van de geïnfecteerde vrouwen wordt het virus niet opgeruimd en ontstaan voorstadia van kanker.
Van infectie naar kanker
Kankerverwekkende HPV-virussen nemen met een zestal eigen genen de controle over de gastheercel over. Een van die genen codeert voor het eiwit E6. Dat is een eiwit dat de tumorsuppressorgenen van de gastheercel remt. Deze tumorsuppressorgenen zorgen bij DNA-schade voor het stoppen van de celcyclus en voor het beginnen van de apoptose.
Bij sommige van deze vrouwen ontwikkelen deze voorstadia zich tot baarmoederhalskanker. Jaarlijks overlijden naar schatting tussen de 200 en 250 vrouwen aan deze vorm van kanker.