Oefentoets Biologie: Dierfysiologie | VWO 4/VWO 5/VWO 6 | variant 5

Deze digitale toets richt zich op de fysiologie van dieren en bevat vragen over temperatuurregulatie, stofwisseling en gedrag van verschillende diersoorten, waaronder kikkers, eekhoorns, en zeevogels, gericht op studenten biologie. - 20 vragen

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 4, VWO 5, VWO 6

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Temperatuur van overwinterende kikkers

Overwinterende kikkers.

Wat is de temperatuur waarbij kikkers overwinteren als de sloot waarin ze leven aan de bovenkant bedekt is met ijs?
Die temperatuur is °Celsius.

Lichaamstemperatuur van eekhoorns in winter

Eekhoorn.
Zie figuur A 1127 van de bijlage.

Welke lijn in nevenstaande grafiek geeft het verband aan tussen lichaamstemperatuur en omgevingstemperatuur bij een overwinterende eekhoorn?
Dat is lijn .

afbeeldingafbeelding

Energieomzetting en groei van mieren

Energie bij mieren.

Men heeft de energie-omzettingen onderzocht in een populatie mieren (Formica pratensis) op een Deense heide. De resultaten staan in onderstaande tabel.

afbeeldingafbeelding

Bereken de groei uitgedrukt in kJ.m-2 .jaar-1 van de mieren van deze populatie.

ATP-verbruik bij bontbekplevier tijdens rust

ATP-verbruik bontbekplevier.
Zie figuur B 5053 van de bijlage.

Een bontbekplevier, een trekvogel die in de herfst op de Nederlandse wadden verblijft, weegt 57 gram. In een rustperiode van vier uur, tijdens hoog water, verliest het dier gemiddeld vijf gram aan gewicht.

Neem aan dat het gewichtsverlies alleen door aërobe dissimilatie van glucose ontstaat. De massa van 1 mol glucose = 180 gram.

Hoeveel mol ATP kost de ruststofwisseling van de bontbekplevier in deze vier uur gemiddeld?
Rond af op een heel getal.

afbeeldingafbeelding

Fysiologische veranderingen bij de witkruingors

Witkruingors.
Zie de figuren B 5055 en B 5056 van de bijlage.

De witkruingors (afbeelding 1) is een trekvogel die overwintert in Z. Europa en N. Afrika.
In afbeelding 2 hiernaast geven de letters P, Q, R en S perioden aan waarin specifieke fysiologische veranderingen bij deze vogel plaatsvinden.

Vier fysiologische veranderingen die elk jaar optreden bij een witkruingors zijn:

1. in de rui zijn
2. het ontwikkelen van een vetlaag
3. de voortplantingsorganen worden groter
4. de voortplantingsorganen worden kleiner

Wanneer vinden deze fysiologische veranderingen plaats? Zet de juiste nummers achter de letters P, Q, R en S.
P =
Q =
R =
S =

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Oorzaken van elektrische schokken bij vissen

Elektrische vissen.

In de 18e eeuw was er nog weinig bekend over de schokken van vissen als sidderrog en sidderaal.
Volgens de Franse geleerde René-Antoine de Réaumur werden de schokken veroorzaakt door de snelle mechanische werking van bepaalde spieren.
Volgens de Zwitsers-Nederlandse geleerde Jean Nicolas Allamand lag de oorzaak in elektrische verschijnselen.
In 1762 werden belangrijke waarnemingen van de Nederlandse chirurg Frans van der Lott gepubliceerd. Hij onderzocht in Essequibo (Brits-Guyana) een sidderaal en schrijft daarover:

"Ik raakte zulk eenen visch, liggende in balie met water, aan met een lange yzere roede, hetwelk my geweldig deed drillen, maar daarop de gemelde yzere roede met eenen droogen doek aanvattende, en zoo den visch raakende, voelde ik gééne de minste drilling. Daarop den doek nat, of maar vogtig gemaakt hebbende, gevoelde ik weder den slag als voren."

(in 'Kort bericht van den congeraal, ofte drilvisch', in Verhandelingen van de Hollandsche Maatschappye der Weetenschappen 6 (1762), p.87-94)

Welke conclusie kan uit deze waarnemingen over de twee verklaringen voor de oorzaak van de schokken bij zulke vissen worden getrokken?

Beweging van een trilhaardiertje uitleggen

Beweging van een trilhaardiertje.

De beweging van een trilhaardiertje wordt gereguleerd door een eiwit "RacerX". Binding van RacerX aan een ander eiwit, "Speed", stimuleert de trilharen om sneller te bewegen, waardoor het diertje sneller zwemt. Speed bevindt zich aan de basis van de trilharen. Speed kan alleen binden met RacerX na fosforylatie van het aminozuur threonine op een speciale plek in het eiwit.

Wat is het verwachte gedrag van een trilhaardiertje waarbij op deze plek threonine vervangen is door alanine?

Hartslagfrequentie van Daphnia's onderzoeken

Daphnia's.

Bij grotere en kleine Daphnia's bepaalt men de hartslagfrequentie, waarbij men bovendien de volgende factoren varieert:

1. de temperatuur van het water waarin de diertje leven;
2. al of niet toevoegen van verdunde cola aan het water.

Als men nu de verschillende variabelen combineert, dan treedt de hoogste hartslagfrequentie op bij

Stofwisseling van de kleermotlarve

Kleermot.
Zie figuur B 5054 van de bijlage.

De larve van een kleermot voorziet volledig in zijn waterbehoefte met het water dat tijdens de stofwisseling in zijn cellen vrijkomt.

Hoe kun je deze larve qua stofwisseling omschrijven?
De larve is .

afbeeldingafbeelding

Enzymen in Bijenhoning

Enzym bij bijen.

Het enzym dat voorkomt in bijenhoning is afkomstig uit

Organische stoffen bij dieren

Organische stoffen.

Welk van de genoemde organische stoffen of welke worden alleen door dieren opgebouwd?

Broedgebieden en lengtes van Papagaaiduikers

Papagaaiduiker.
Zie figuur B 5057 van de bijlage.

In de afbeelding hiernaast zie je de broedgebieden van de Papagaaiduiker.
De gemiddelde lengte van Papagaaiduikers in deze drie broedgebieden is niet gelijk. Onderzoekers bepaalden als gemiddelde lengte 290, 300 en 320 mm.

Welke gemiddelde lengte komt in welk broedgebied voor?
Zet de broedgebieden in de rechter kolom bij de juiste lengtes in de linker kolom.

afbeeldingafbeelding
  • Schotland

  • Noorwegen

  • Groenland

  • 290 mm

  • 300 mm

  • 320 mm

Voedselbehoefte van Zeevogels

1/2 Zeevogels.
Zie figuur B 5058 van de bijlage.

De mogelijkheden van een zeevogel om te overleven zijn voornamelijk afhankelijk van zijn voedselbehoefte en het voedselaanbod. De voedselbehoefte is afhankelijk van de vliegtijd tot de voedselbron. Deze afhankelijkheid is schematisch aangeduid met de onderbroken lijn in het diagram hiernaast.

- Wat is de grootheid bij de X-as van het diagram horend bij de onderbroken lijn?
- En wat is de grootheid bij de Y- as van het diagram horend bij de onderbroken lijn?

afbeeldingafbeelding

Invloed van visvangst op zeevogels

2/2 Zeevogels.
Zie de figuren B 5058 en B 5059 van de bijlage.

Wanneer vissers concurreren met de zeevogels bij de visvangst, moeten de vogels grotere afstanden afleggen tussen elke visvangst. Dat heeft een nadelige invloed op de overlevingskansen. Ook dat is weergegeven in het diagram in afbeelding 1 hiernaast. Daarvoor zijn ononderbroken lijnen a, b en c gebruikt.
Bij het diagram is in willekeurige volgorde de invloed van de visvangst op het vlieggedrag van zeevogels weergegeven met drie tekeningen 1, 2 en 3 in afbeelding 2 hiernaast.

Zet de lijnen lijnen a,b en c in de rechterkolom in de goede combinatie met de tekeningen 1,2 en 3 in de linkerkolom.

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding
  • c

  • b

  • a

  • 1

  • 2

  • 3

Effect van temperatuur op muizenactiviteit

Onderzoek aan muizen.
Zie figuur A 1135 van de bijlage.

Pia doet een onderzoek aan muizen. Zij laat ze varen in een grote glazen petrischaal in bakken water met een temperatuur van respectievelijk 5, 20 en 40ºC.

Welke grafiek (zie afbeelding hiernaast) zal het waarschijnlijke resultaat van haar onderzoekje laten zien?
Dat is grafiek .

afbeeldingafbeelding

Winterslaap bij egels en hormoonbehandeling

Winterslaap.
Zie figuur B 5060 van de bijlage.

Men kan een egel kunstmatig in en uit winterslaap krijgen met behulp van hormonen.

Hoe moet men dan te werk gaan?
Om een egel in winterslaap te brengen moet men het dier inspuiten met .
Om de egel uit de winterslaap te halen moet men inspuiten met .

afbeeldingafbeelding

Vergelijking van secundaire waterdieren

Secundaire waterdieren.

Als men twee secundaire waterdieren, die beide gewerveld zijn, met elkaar vergelijkt, dan valt op dat soort P veel vaker boven water komt dan soort Q.

Welke van onderstaande conclusies uit de vermelde gegevens is redelijk?

Kleurvorming bij Dieren

Kleurvorming bij dieren.

Bij een dier bevinden zich in de huid drie cellagen die een rol spelen bij de kleurvorming.
Het betreft van buiten naar binnen:

- een laag met rode pigmentkorrels in de cellen;
- een laag met zeer kleine ongekleurde deeltjes in de cellen;
- een laag met zwarte melanine in de cellen.

Welke kleur heeft dit dier in de volgende twee situaties?
1. De rode korrels zijn geconcentreerd in de cellen, het Tyndall-effect werkt. Het dier is .
2. De rode korrels zijn verspreid in de cellen, het Tyndall-effect werkt niet. Het dier is .

Activiteit en temperatuurregulatie van woestijnhagedissen

Woestijnhagedissen.

Woestijnhagedissen zijn 's ochtends actief, trekken zich in de middag terug in hun holen en komen dan tegen de avond weer tevoorschijn.

Wat is hiervan de reden?

Effect van zoutwater op zoetwatervissen

Zoetwatervis in zoutwater.

Als een zoetwatervis in zoutwater terecht komt, wat gebeurt er dan?