Oefentoets Biologie: Ecologie - ecosystemen | VWO 4/VWO 5/VWO 6 | variant 8

Ontdek de digitale toets over de ecologische kwaliteit en de AMOEBE-methode, gericht op studenten en professionals in de milieuwetenschappen. Deze toets behandelt de ecologische gezondheid van zeeën en rivieren, inclusief de impact van verschillende soorten en beleidsalternatieven. - 20 vragen

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 4, VWO 5, VWO 6

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Ecologische Kwaliteit en AMOEBE Methode

1/8 Ecologische kwaliteit.
Zie figuur C 182 van de bijlage.
afbeeldingafbeelding
Met een zogenaamde AMOEBE (= Algemene Methode voor OEcologische BEschrijvingen) is het mogelijk om de ecologische kwaliteit van een bepaald gebied te omschrijven. De AMOEBE voor de situatie in zee in 1988 wordt gegeven in figuur C 182. De wijze waarop de AMOEBE wordt samengesteld is beschreven in de tekst op het volgende scherm.

Zie volgende scherm

Ecologische Kwaliteit van Zee en Rivieren

2/8 Ecologische kwaliteit.

Tekst:
In zee en in de grote rivieren komen veel soorten planten en dieren voor. Van deze soorten is een aantal geselecteerd, die samen een redelijke "doorsnede" geven van het hele ecosysteem. De aantallen individuen die van elk van deze soorten voorkomen, geven een indicatie van de gezondheid van deze watersystemen. Voor de zee is 1930 als referentiejaar gekozen, voor de rivieren het jaar 1900. De aantallen uit 1930 respectievelijk 1900 worden vergeleken met die in een ander jaar, in dit geval 1988.
Door vergelijking van de aantallen in 1988 met die van 1930 en 1900 kan men zien hoe het met de "gezondheid" van de zee en de grote rivieren in 1988 is gesteld. Dit kan met de AMOEBE-figuur op eenvoudige wijze in beeld worden gebracht. Voor iedere soort stelt de afstand van het middelpunt tot de cirkel het aantal in het referentiejaar voor; de afstand van het middelpunt tot de grens van het grijze gebied geeft het aantal in 1988 aan.

Zie volgende scherm

Referentiejaar voor ecologische kwaliteit

3/8 Ecologische kwaliteit.
Zie figuur C 182 van de bijlage.

Als mogelijke reden dat 1930 voor de zee als referentiejaar is gekozen en niet 1900 zoals voor de rivieren, worden de volgende veronderstellingen gedaan:

1. in 1930 was voldoende kennis beschikbaar over het aantal individuen van de onderzochte soorten in zee en in 1900 niet,
2. in 1930 had de mens invloed op het ecosysteem zee en in 1900 nog niet,
3. in 1930 was de diversiteit aan soorten in zee lager dan in 1900.

Welke veronderstelling kan de reden zijn voor het kiezen van 1930 als referentiejaar?

afbeeldingafbeelding

Veranderingen in Soortenpopulaties

4/8 Ecologische kwaliteit.
Zie figuur C 182 van de bijlage.

De AMOEBE in de informatie laat zien dat de aantallen van de meeste onderzochte soorten in de loop van de tijd zijn veranderd.

Noem vijf soorten in de AMOEBE waarvan de aantallen in 1988 even groot waren als in 1930.

afbeeldingafbeelding

Reden voor uitsluiting van schimmels en bacteriën

5/8 Ecologische kwaliteit.
Zie figuur C 182 van de bijlage.

In de AMOEBE zijn alleen gegevens van planten en dieren opgenomen.

Noem een reden waarom er geen organismen uit het rijk van de schimmels en uit het rijk van de bacteriën zijn geselecteerd.

afbeeldingafbeelding

Oorzaken van toename vogelpopulaties

6/8 Ecologische kwaliteit.
Zie figuur C 182 van de bijlage.

De aantallen van sommige vogelsoorten waren volgens de AMOEBE in 1988 groter dan in 1930.

Noem drie mogelijke oorzaken waardoor deze aantallen groter zijn geworden.

afbeeldingafbeelding

Hypotheses over veranderingen in vispopulaties

7/8 Ecologische kwaliteit.
Zie figuur C 182 van de bijlage.

Uit de AMOEBE blijkt dat zeezoogdieren en sommige vissoorten bijna geheel zijn verdwenen. Andere vissoorten zijn juist in aantal toegenomen.

Formuleer een hypothese ter verklaring van het gegeven dat het aantal haringen sterk is verminderd, terwijl het aantal schollen is toegenomen.
Noem gegevens die je nodig zult hebben om je hypothese te toetsen.

afbeeldingafbeelding

Beleidsalternatieven voor zeewaterkwaliteit

8/8 Ecologische kwaliteit.
Zie figuur C 182 van de bijlage.

Uitgangspunt van de Derde Nota Waterhuishouding is de bescherming van

"enkele fundamentele waarden die de mens toekent aan zijn leefomgeving, namelijk de duurzaamheid van:

1. productie en oogst;
2. diversiteit in soorten;
3. zelfregulering.

Deze waarden hebben nauwe betrekking met het door de commissie Brundtland geïntroduceerde begrip duurzame ontwikkeling"
.

In de nota worden daarom ter verbetering van de zeewaterkwaliteit verschillende alternatieven uitgewerkt. Een voorspelling van het effect van drie van deze beleidsalternatieven is getekend als een AMOEBE: de zogenoemde 'effect-AMOEBE's'.
Deze zijn weergegeven in de informatie.

Welk van de beleidsalternatieven uit de informatie geeft de meeste kans op herstel van het ecosysteem in zee?

afbeeldingafbeelding

Verspreiding van elektrische vissen in de Amazone

t1/3 Elektrische vis in de Amazone.
Zie figuur B 4393 van de bijlage.

Biologen hebben met sleepnetten gevist in de Amazone en haar zijrivieren om zo een overzicht te krijgen van de verspreiding van bepaalde elektrische vissen (mesalen) in het Amazonegebied. Deze vissen leven op de bodem van de vaak diepe rivieren en zijn dus relatief onbekend. Mesalen gebruiken hun vermogen om elektriciteit op te wekken met name voor de oriëntatie in het troebele, donkere rivierwater en niet zoals de verwante sidderalen voor het verlammen van een prooi.
In totaal identificeerden de onderzoekers 43 verschillende soorten onder de ruim 16.000 gevangen elektrische vissen. Tijdens hun bemonsteringen vingen de biologen dertien niet eerder beschreven soorten in hun netten.
De grootste soortenrijkdom vonden de onderzoekers aan het eind van de zijrivieren, waar deze in de hoofdrivier stromen. De hoofdstroom wint aan soorten nadat er een zijrivier is bijgekomen, maar dat effect gaat langzaam weer verloren: over de hele lengte van de Amazone bekeken verdwijnen stroomafwaarts geleidelijk aan 18 van de soorten terwijl er slechts 5 nieuwe bijkomen. Daarmee is het aloude idee van de stroomafwaarts toenemende biodiversiteit naar de prullenbak verwezen.

Leg uit waardoor in de Amazone de meeste vissoorten gevonden werden bij de uitmonding van een zijrivier in de hoofdrivier.

afbeeldingafbeelding

Soortenrijkdom van elektrische vissen in de Amazone

w2/3 Elektrische vis in de Amazone.

Leg uit waardoor deze soortenrijkdom stroomafwaarts langzaam vermindert.

Functies van elektrische vissen in de Amazone

3/3 Elektrische vis in de Amazone.

Elektrische vissen gebruiken de door hen opgewekte elektriciteit onder andere voor oriëntatie in het water en voor het verlammen van de prooi.

Noem nog twee mogelijke functies van de door deze vissen opgewekte elektriciteit.

Ecologische niche van de renkoekoek

Roadrunner!
Zie figuur B 5154 van de bijlage.

In de woestijn van Amerika woont de renkoekoek (zie afbeelding hiernaast). Hij jaagt op vogels, slangen en muizen.

Wat is de ecologische niche van de renkoekoek?

afbeeldingafbeelding

Ecosystemen en hun productie en biomassa

Vijf ecosystemen.

De tabel hieronder toont de netto primaire productie en biomassa in vijf ecosystemen.

afbeeldingafbeelding

Kies voor de ecosystemen I, II, III uit die tabel de juiste combinatie hieronder.

Relaties in een Vijverecosysteem

Vijverecosysteem.
Zie figuur B 5155 van de bijlage.

De afbeelding hiernaast toont de relaties tussen de organismen in een vijverecosysteem.

Wat is de meest juiste bewering?

afbeeldingafbeelding

Verspreiding van de mensenvlo

Mensenvlo.
Zie figuur B 5162 van de bijlage.

De mensenvlo (Pulex irritans L.) heeft

afbeeldingafbeelding

Essentiële schakels in een ecosysteem

Ecosysteem.

Welke schakel is niet per se nodig als je een kunstmatig ecosysteem wilt opzetten, dat zichzelf kan bedruipen?

De .

Zuurstofproductie door fotosynthese

Zuurstofproductie.

Waar vindt de hoogste zuurstofproductie per jaar door middel van fotosynthese plaats?

In .

Voedselcompetitie bij watervogels

Twee soorten.
Zie figuur A 1157 van de bijlage.

Nevenstaande figuur heeft betrekking op de samenstelling van het voedsel van twee nauw verwante soorten watervogels, de aalscholver en de gekuifde aalscholver, die gedurende het broedseizoen samen worden aangetroffen.

Welke conclusie over het broedseizoen kan men uit de gegevens in de figuur trekken?

afbeeldingafbeelding

Identificeer onderdelen van het Zweeds ecosysteem

1/3 Zweeds ecosysteem.
Zie figuur A 1160 van de bijlage.

Bekijk de afbeelding hiernaast, waarin een vereenvoudigd Zweeds ecosysteem wordt getoond.

Geef aan wat met de zes hoofdletters in deze afbeelding wordt aangegeven.

A = [invulveld];
B = [invulveld];
C = [invulveld];
D = [invulveld];
E = [invulveld];
F = [invulveld].

afbeeldingafbeelding

Gewichten van Grazende Diergemeenschappen Berekenen

1/7 Grazende diergemeenschappen.
Zie figuur B 5187 van de bijlage.

Er is veel onderzoek gedaan naar de samenstelling van grazende diergemeenschappen (gilden) in de natuurparken van Afrika. Onderzoek heeft zich onder andere gericht op de gewichten van de diersoorten binnen een gilde.
Bij dit onderzoek heeft men de soorten binnen een gilde geordend op gemiddeld lichaamsgewicht.
De lichtste soort wordt soort 0 genoemd, de op één na lichtste soort soort 1, enzovoort.
Je kunt nu de gewichten van elkaar opvolgende soorten vergelijken met de zogeheten gewichtsratio.
Dat is de verhouding tussen het (gemiddelde) gewicht van volwassen dieren van twee elkaar opvolgende soorten.
Als bijvoorbeeld soort 7 een gewicht heeft dat 1,8 keer zo groot is als dat van soort 6, dan is de gewichtsratio tussen deze twee soorten gelijk aan 1,8.
Uit dergelijk onderzoek is nu gebleken dat binnen een gilde de gewichtsratio tussen twee elkaar opvolgende diersoorten vrijwel constant is. Dit betekent dat voor het gilde van het voorbeeld (gilde I) geldt:
soort 1 is 1,8 keer zo zwaar als soort 0, soort 2 is 1,8 keer zo zwaar als soort 1, enzovoort.
Neem aan dat in een ander gilde (gilde II) de gewichtsratio gelijk is aan 1,35 en dat soort 3 een gewicht heeft van 7,8 kg.

Bereken het gewicht van de lichtste soort in dit gilde. Let op het juiste aantal significante cijfers.

afbeeldingafbeelding