Oefentoets Biologie: Kringlopen | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 4

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Kringlopen

Stikstofkringloop.
Zie figuur C 368 van de bijlage.

In de afbeelding is de stikstofkringloop schematisch weergegeven. Enkele pijlen zijn genummerd.
Bij stikstofbinding wordt gasvormige stikstof omgezet in o.a. stikstofhoudende mineralen (zouten).

1. Bij welke van de genummerde pijlen is er sprake van stikstofbinding? bij pijl [invulveld]

2.Wordt de bodem hierdoor 'stikstofrijker' of 'stikstofarmer'?
stikstof [invulveld]

3.Bij welke van de genummerde pijlen worden levende organismen gegeten door andere organismen? bij pijl [invulveld]

4. Door welke organismen worden stikstofhoudende mineralen omgezet in stikstofhoudende organische stoffen? door [invulveld]

5. Als mensen sterven, worden ze meestal begraven. Hun lichamen worden dan door reducenten afgebroken.

Welke stikstofhoudende stoffen komen daarbij vrij? de stof [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Kringlopen

1/3 Verzuring.

Door verbranding van aardolie en steenkool komen grote hoeveelheden zwavelverbindingen en stikstofverbindingen in de atmosfeer. Deze stoffen reageren met water en komen dan als zogenaamde zure regen naar beneden. Door deze zure regen vermindert de functie van de wortelharen van planten. Bovendien neemt de fotosynthese af.
Vaak worden de wortels zodanig aangetast, dat schadelijke schimmels binnen kunnen dringen in de planten. Het gevolg is dan dat de planten uiteindelijk doodgaan.

Gaan de planten als gevolg van de zure regen meer of minder glucose produceren of blijven ze evenveel glucose produceren ?

Kringlopen

2/3 Verzuring.

Heeft de invloed van de zure regen op de wortelharen gevolgen voor de opname van water door de planten ?
Zo ja, welke ?

Kringlopen

3/3 Verzuring.

Onttrekken de genoemde schimmels stoffen aan de planten ?
Zo ja, is dit alleen water of zijn dit ook organische stoffen ?

Kringlopen

Een kringloop.
Zie figuur B 98 van de bijlage.

In bovenvermelde figuur is schematisch een kringloop getekend.
De nummers 1 en 2 stellen een groep organismen voor.

Wat is de juiste plaats van de paardenbloem en van de huismus ?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Kringlopen

Oerwoudbodem.

In de bodem van een oerwoud komen bacteriën voor. Daardoor spelen zij een rol in de kringlopen van de stoffen in het oerwoud. De vrijgemaakte stoffen kunnen worden opgenomen door de wortels van de bomen in het oerwoud.

Waarom kunnen de bomen in het oerwoud alleen goed blijven groeien als deze bacteriën in de bodem leven ?

Kringlopen

Dode plantenresten.

In een sloot bevinden zich op een bepaald moment veel dode plantenresten. Deze hebben een grote activiteit van bacteriën tot gevolg. Deze activiteit heeft invloed op de hoeveelheid opgeloste gassen in het water van de sloot.
Over deze gassen worden twee beweringen gedaan:

I. Door de activiteit van de bacteriën neemt de hoeveelheid koolstofdioxide in het slootwater af.
II. Door de activiteit van de bacteriën neemt de hoeveelheid zuurstof in het slootwater af.

Kringlopen

Een kringloop.
Zie figuur B 1766 van de bijlage.

Hiernaast staat een schema van een kringloop.

Welke stoffen stellen de nummers 1 en 2 voor ?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Kringlopen

Overdracht van stoffen.
Zie figuur B 1097 van de bijlage.

In de afbeelding is schematisch een kringloop getekend. De pijlen stellen processen voor, waarbij stoffen worden overgedragen.
De organismen in de afbeelding zijn niet op dezelfde schaal getekend.

Welk proces geeft pijl P weer ?

afbeeldingafbeelding

Kringlopen

Een kringloop.
Zie figuur B 1023 van de bijlage.

Afgebeeld staat een sterk vereenvoudigd schema van een kringloop.

Welke stoffen moeten op de plaatsen 1 en 2 worden ingevuld om dit schema kloppend te maken ?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Kringlopen

Een kringloop.
Zie figuur B 1033 van de bijlage.

In de figuur staat een schema van een kringloop.

Welke stoffen stellen de cijfers 1 en 2 voor ?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Kringlopen

Een kringloop.
Zie figuur B 1694 van de bijlage.

Hieronder staat een sterk vereenvoudigd schema van een kringloop.

Welke van de volgende uitspraken met betrekking tot dit schema is juist ?

afbeeldingafbeelding

Kringlopen

Gif in een voedselketen.
Zie figuur A 183 van de bijlage.

De figuur geeft schematisch de ophoping (accumulatie) van een bepaald gif in een voedselketen weer.
Twee beweringen over de ophoping van gif in deze voedselketen zijn:

I. De sperwer bevat de hoogste concentratie gif.
II. De sperwer kan het gif niet omzetten in onschadelijke stoffen, de andere organismen wel.

afbeeldingafbeelding

Kringlopen

1/4 Een kringloop.
Zie figuur B 4630 van de bijlage.

Een leerling maakt een schema om een aantal processen in de koolstofkringloop weer te geven (zie de afbeelding).

Koolstof komt onder andere voor in koolhydraten in een dier.

Drie koolhydraten zijn: glucose, glycogeen en zetmeel.

Welke koolhydraten komen in cellen van een dier voor?

afbeeldingafbeelding

Kringlopen

2/4 Een kringloop.
Zie figuur B 4630 van de bijlage.

Eén van de pijlen in het schema stelt de fotosynthese voor.

Met welke letter is die pijl aangegeven?

afbeeldingafbeelding

Kringlopen

3/4 Een kringloop.

Koolhydraten in dode resten worden afgebroken door reducenten.

Noem twee groepen reducenten.

Kringlopen

4/4 Een kringloop.

In de koolstofkringloop spelen reducenten een belangrijke rol.

Welke letter geeft de omzetting aan die door reducenten wordt uitgevoerd? Leg je antwoord uit.

afbeeldingafbeelding

Kringlopen

1/6 Mineralen en meststoffen op een veeteeltbedrijf.
Zie figuur C 432 van de bijlage.

Mineralen komen voor in planten en dieren in melk en vlees, maar ook in mest en kunstmest. Wanneer we het hebben over mineralen in mest spreken we ook wel van meststoffen. In de afbeelding hiernaast is de weg van mineralen (meststoffen) op een veeteeltbedrijf weergegeven. Er is te zien dat er mineralen op een bedrijf worden aangevoerd en afgevoerd.
Gewassen hebben mineralen nodig om te groeien. Mineralen die niet door gewassen worden opgenomen komen door uit- en afspoeling in de bodem en in het water terecht. Dit is schadelijk voor het milieu.
Stikstof is het belangrijkste mineraal. Stikstof doorloopt een ingewikkelde kringloop en komt in verschillende vormen voor.
In de afbeelding is te zien dat stikstof op het veeteeltbedrijf kan verdwijnen uit de kringloop.
In het veeteeltbedrijf in de afbeelding komen mineralen het bedrijf binnen.

Waardoor komen mineralen het bedrijf binnen?

afbeeldingafbeelding

Kringlopen

3/6 Mineralen en meststoffen op een veeteeltbedrijf.
Zie figuur C 432 van de bijlage.

Op de afbeelding is te zien dat stikstof in gasvorm verdwijnt uit de mestopslag en uit de stal. Het gas waar het hier om gaat heet ammoniak.

Welke maatregel kan de veeteler nemen om het vervluchtigen van ammoniak uit de stal en uit de mestopslag te voorkomen?

afbeeldingafbeelding