Ontdek de digitale toets over de groei en structuur van bomen, gericht op studenten biologie, met vragen over chromosomen, houtvaten en diktegroei in cambiumcellen. Deze toets biedt inzicht in belangrijke botanische concepten en processen. - 20 vragen
Aantal chromosomen in cambiumcel. Zie figuur B 717 van de bijlage.
In de tekening stelt P een cambiumcel voor. Het aantal chromosomen in de kern van P is 20. Cel P deelt zich in cel Q en cel R. Cel Q wordt een nieuwe cambiumcel, cel R wordt een bastcel.
Hoeveel chromosomen bevat cel Q? Hoeveel chromosomen bevat cel R?
afbeelding
afbeelding
Dwarsdoorsnede van een boom analyseren
Dwarsdoorsnede van een boom. Zie figuur B 723 van de bijlage.
De foto geeft een dwarsdoorsnede van een boom weer.
Bestaat de donkere ring bij P uit hout of uit bast? Is deze in het vroege voorjaar of in de nazomer gevormd?
De donkere ring bestaat uit
afbeelding
Houtvaten in Plantenstengels Analyseren
Doorsnede weer van deel van plantenstengel. Zie figuur B 694 van de bijlage.
De tekening geeft een doorsnede weer van een deel van een plantenstengel. Letter Q geeft een houtvat aan.
Werd houtvat Q in het voorjaar of in de nazomer gevormd? Werd houtvat Q eerder of later dan houtvat R gevormd?
afbeelding
afbeelding
Diktegroei in een boomtak
Dwarsdoorsnede van een boomtak. Zie figuur B 809 van de bijlage.
De foto stelt een dwarsdoorsnede van een tak van een boom voor.
Vanuit welke van de aangegeven lagen in deze tak vindt diktegroei plaats?
afbeelding
Diktegroei van bomen en celtypes
Diktegroei boom.
De diktegroei verloopt bij de meeste bomen als volgt: ze begint doorgaans al in het eerste jaar en gaat gedurende het gehele leven verder. In de stengel en in de wortel beginnen bepaalde cellen zich te delen en al spoedig is een gesloten ring van delingsweefsel gevormd. Dit weefsel zet naar binnen en naar buiten toe cellen af. Naar binnen toe zijn dit cellen die sterk verdikte wanden maken. Het delingsweefsel is niet het gehele jaar door actief. Bovendien varieert de grootte van de cellen die ontstaan in de loop van het jaar.
Zijn de genoemde cellen met sterk verdikte wanden bastvaten of houtvaten? Wanneer ontstaan de grootste cellen (laatste zin van de tekst) in de lente of in de herfst?
afbeelding
Diktegroei en delingsweefsel bij bomen
Diktegroei boom.
De diktegroei verloopt bij de meeste bomen als volgt: ze begint doorgaans al in het eerste jaar en gaat gedurende het gehele leven verder. In de stengel en in de wortel beginnen bepaalde cellen zich te delen en al spoedig is een gesloten ring van delingsweefsel gevormd. Dit weefsel zet naar binnen en naar buiten toe cellen af. Naar binnen toe zijn dit cellen die sterk verdikte wanden maken. Het delingsweefsel is niet het gehele jaar door actief. Bovendien varieert de grootte van de cellen die ontstaan in de loop van het jaar.
Vindt transport van stoffen van de wortels naar de bladeren gewoonlijk plaats in vaten die zich binnen de in de tekst genoemde gesloten ring van delingsweefsel bevinden? Bevindt zich in bladeren van bomen ook een gesloten ring van delingsweefsel?
afbeelding
Diktegroei van een dennenstam
Diktegroei. Zie figuur B 846 van de bijlage.
Tekening P stelt een dwarsdoorsnede voor van een deel van een stam van een den. In foto Q is met een pijl aangegeven van welke plaats uit de stam de doorsnede van tekening P afkomstig is. De den is 10 meter hoog. De doorsnede is gemaakt op 4 meter hoogte.
Bevindt zich tussen laag 1 en laag 2 cambium? Is laag 2 gevormd in de nazomer?
afbeelding
afbeelding
Diktegroei van een dennenstam
Diktegroei. Zie figuur B 846 van de bijlage.
Tekening P stelt een dwarsdoorsnede voor van een deel van een stam van een den. In foto Q is met een pijl aangegeven van welke plaats uit de stam de doorsnede van tekening P afkomstig is. De den is 10 meter hoog. De doorsnede is gemaakt op 4 meter hoogte.
Zijn de lagen 2 en 3 ontstaan tussen januari en december van hetzelfde jaar? Bevinden zich vlak bij de grond in de stam evenveel jaarringen als op 4 meter hoogte?
afbeelding
afbeelding
Diktegroei van Bomen en Cellen
Diktegroei.
Diktegroei van bomen begint door deling en groei van cellen in
Celdelingen in vaatbundel identificeren
Dwarsdoorsnede vaatbundel. Zie figuur B 1928 van de bijlage.
De afbeelding geeft een doorsnede van een vaatbundel weer.
Welk cijfer geeft weefsel aan waarin celdelingen plaatsvinden?
afbeelding
Dwarsdoorsnede van een boomtak
Dwarsdoorsnede boomtak. Zie figuur B 1951 van de bijlage.
In een bepaalde tak van een boom komen onder andere de volgende lagen voor:
1. bast, 2. hout gevormd in 1972, 3. hout gevormd in 1975.
De afbeelding B 1951 geeft vier dwarsdoorsneden van deze tak weer.
In welke doorsnede kunnen deze lagen juist genummerd zijn?
afbeelding
Jaarringen en groeiperiodes van dennenhout
Jaarringen in dennenhout. Zie figuur A 378 van de bijlage.
In de afbeelding geeft foto P een stukje dennenhout weer met jaarringen. Foto Q geeft sterk vergroot een gedeelte van het hout weer. In foto Q is aangegeven welk gedeelte van het hout in 1987 is gevormd. Ring 1 en ring 2 geven elk een jaarring aan. In één van deze beide jaren is de den minder goed gegroeid dan in andere jaren.
In welk jaar groeide de den minder goed?
afbeelding
Identificatie van jaarringen in een stam
Jaarringen. Zie figuur B 2305 van de bijlage.
De afbeelding stelt een deel van een dwarsdoorsnede van een stukje stam voor.
Welk cijfer geeft een jaarring aan?
afbeelding
Jaarringen en omtrek van een boomstam
Dwarsdoorsnede boomstam. Zie figuur B 338 van de bijlage.
In een dwarsdoorsnede van een boomstam is het hout dat in een jaar is gevormd, te zien als een jaarring. Van een boom wordt de stam op de plaatsen 1 en 2 doorgezaagd (zie tekening).
Is het aantal jaarringen op de plaatsen 1 en 2 gelijk of verschillend? Is de omtrek van de laatstgevormde jaarring op de plaatsen 1 en 2 gelijk of verschillend?
afbeelding
afbeelding
Transportvaten in een takje
Doorsnede van takje. Zie figuur B 695 van de bijlage.
De tekening geeft een deel van een doorsnede van een takje weer. Cijfer 1 geeft een transportvat aan dat in 1977 is gevormd.
Geeft cijfer 2 een hout- of een bastvat aan? Is transportvat 2 vóór of ná 1977 gevormd?
afbeelding
CO2-vorming in bladcellen
Doorsnede van blad. Zie figuur B 1947 van de bijlage.
De afbeelding geeft schematisch een doorsnede van een blad van een boom weer.
In welke van de aangegeven cellen wordt CO2
gevormd?
afbeelding
Fotosynthese bij tulpen
Tulp.
Uit koolstofdioxide en water kan in planten glucose en zuurstof ontstaan.
In welke van de organen: wortels, bloemstelen en bladeren kan bij tulpen dit proces plaatsvinden?
Zetmeelonderzoek bij boombladeren
Processen in boomtak. Zie figuur B 688 van de bijlage.
's Morgens vroeg wordt bij een tak van een boom op plaats P (zie tekening) de bast rondom weggesneden tot op het hout. Aan het eind van een zonnige dag worden blad 1 en blad 2 met behulp van een jodiumoplossing onderzocht op de aanwezigheid van zetmeel.
Zal blad 1 blauw kleuren? En blad 2?
afbeelding
afbeelding
Celdeling bij zaadplanten
Celdeling.
Waar vindt bij een zaadplant celdeling plaats?
Huidmondjes en aanpassing aan droogte
Aantal huidmondjes per mm2
.
In de tabel hieronder is van drie planten het gemiddelde aantal huidmondjes per mm2
weergegeven aan de bovenzijde en aan de onderzijde van de bladeren.
afbeelding
Welke van deze planten is het best aangepast aan een droge omgeving?