Oefentoets Biologie: Zenuwstelsel | HAVO 4/HAVO 5 | variant 5

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Zenuwstelsel

Richting van impulsgeleiding.
Zie figuur B 524 van de bijlage.

De tekening geeft een dwarsdoorsnede weer van het ruggenmerg van de mens met bijbehorende zenuwen.

Op welke van de aangegeven plaatsen vindt in de bundel impulsgeleiding in slechts één richting plaats?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

De buitenkant van het ruggenmerg.

De buitenkant van het ruggenmerg is

Zenuwstelsel

Het cellichaam van een motorische zenuwcel.
Zie figuur B 593 van de bijlage.

De tekening stelt een dwarsdoorsnede van het ruggenmerg voor.

Op welke van de aangegeven plaatsen ligt het cellichaam van een motorische zenuwcel?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Twee dwarsdoorsneden van het ruggenmerg.
Zie figuur B 587 van de bijlage.

De tekeningen P en Q stellen dwarsdoorsneden voor op verschillende plaatsen van het ruggenmerg van de mens.

Met welk cijfer wordt de witte stof aangegeven?
Welke tekening stelt de doorsnede voor van het deel van het ruggenmerg dat het dichtst bij het hoofd is gelegen?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Cellichamen van de sensorische zenuwcellen.

Waar in de romp van de mens bevinden zich de cellichamen van de sensorische zenuwcellen?

Zenuwstelsel

Kinderverlamming.
Zie figuur B 547 van de bijlage.

Kinderverlamming is een ziekte die door een virus wordt veroorzaakt. Er ontstaan daarbij spierverlammingen doordat het virus een bepaald type zenuwcel aantast. Schakelcellen worden niet aangetast.

Op welke van de in de tekening aangegeven plaatsen kunnen zich de cellichamen van deze aangetaste zenuwcellen bevinden?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Een motorische zenuwcel in het ruggenmerg.
Zie figuur B 539 van de bijlage.

In de tekening stelt Q een cellichaam van een motorische zenuwcel in het ruggenmerg van de mens voor. Deze zenuwcel is verbonden met uitlopers van andere zenuwcellen.

Worden de impulsen in uitloper P gewoonlijk in richting 1 of in richting 2 voortgeleid?
Kan uitloper P een deel zijn van een schakelcel?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Prikkels boven en onder de de drempelwaarde.

Een zenuwcel wordt geprikkeld:

- in situatie 1 door een prikkel boven de drempelwaarde,
- in situatie 2 door een prikkel onder de drempelwaarde.

In welke van deze situaties verbruikt deze zenuwcel energie?

Zenuwstelsel

Bijniermerg en het autonome zenuwstelsel.

In het bijniermerg van de mens bevinden zich de uiteinden van bepaalde neuronen van het autonome zenuwstelsel.
Impulsen die via deze neuronen het bijniermerg bereiken, hebben tot gevolg dat het bijniermerg een hormoon gaat afgeven. Dit hormoon zorgt voor een verhoging van het glucosegehalte van het bloed. De afgifte van dit hormoon kan heel snel gebeuren, bijvoorbeeld wanneer iemand schrikt.

Behoren de betrokken neuronen tot het parasympatische of tot het (ortho)sympathische deel van het zenuwstelsel?
Welk hormoon wordt er gevormd ten gevolge van impulsen langs deze neuronen?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Impulsen in een zintuigcel.
Zie figuur B 2356 van de bijlage.

Een zintuigcel van een mens wordt geprikkeld. Als gevolg hiervan worden impulsen in een sensorische zenuwcel opgewekt.
Het verband tussen de prikkelsterkte en de frequentie van de opgewekte impulsen wordt weergegeven in één van de diagrammen van de afbeelding.

In welk diagram kan dit verband juist zijn weergegeven?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Een zenuwcel verbonden met spiervezels.
Zie figuur A 163 van de bijlage.

In de afbeelding geeft tekening 1 schematisch een zenuwcel van de mens weer die is verbonden met spiervezels.
Tekening 2 in de afbeelding is een schema van een aantal verbindingen in het ruggenmerg.
In dit schema is een aantal zenuwcellichamen en uitlopers aangegeven met letters.
Zenuwceluitloper T wordt onderbroken door een beschadiging.

Wordt daardoor een motorische of een sensorische zenuwceluitloper onderbroken of is dat niet uit de afbeelding op te maken?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Een schakeling tussen drie zenuwcellen.
Zie figuur B 537 van de bijlage.

De afbeelding geeft een traject PQ weer waarin schematisch de schakeling tussen drie zenuwcellen is weergegeven. De pijl geeft de richting aan waarin impulsen worden doorgegeven.
Enkele delen van het lichaam van de mens zijn:

1. een buigspier van een arm,
2. de grijze stof van het ruggenmerg,
3. de witte stof van het ruggenmerg.

Binnen welk of binnen welke van de delen l, 2 en 3 kunnen impulsen zo'n traject PQ in zijn geheel doorlopen?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Prikkelsterkte en impulsfrequentie.
Zie de figuren B 614 en C 7 van de bijlage.

Door kunstmatige prikkeling van een zenuwceluitloper kunnen impulsen worden opgewekt. Het diagram geeft voor een bepaalde zenuwceluitloper het verband weer tussen de prikkelsterkte en de impulsfrequentie.
Voor vier andere zenuwceluitlopers wordt dit verband eveneens bepaald.

Zie figuur C 7 van de bijlage.

In welk van de diagrammen A t/m D is het verband tussen de prikkelsterkte en de impulsfrequentie juist weergegeven voor een zenuwceluitloper met een lagere drempelwaarde?

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Geblokkeerde impulsgeleiding in het ruggenmerg.

Bij een bepaalde patiënt is ter hoogte van de tiende borstwervel impulsgeleiding in de witte en in de grijze stof van het ruggenmerg niet mogelijk. Onderzocht wordt of de patiënt:

1. de kniepeesreflex nog kan vertonen;
2. prikkeling van koudezintuigcellen in de voet nog kan waarnemen;
3. zijn kuitspieren nog bewust kan samentrekken.

Wat kan de patiënt nog?

Zenuwstelsel

Sensorische zenuwcel & impulsen.

Een sensorische zenuwcel geleidt impulsen.

Deze impulsen verlopen van

Zenuwstelsel

Iemand trapt in een spijker.

Iemand trapt in een spijker. Als gevolg daarvan zal hij achtereenvolgens

1. zijn been optrekken;
2. pijn voelen;
3. naar zijn voet grijpen.

Bij welke van de bovengenoemde handelingen moeten de grote hersenen betrokken zijn?

Zenuwstelsel

Schakelcel(len) in een reflexboog.
Zie figuur B 208 van de bijlage.

In de figuur is schematisch een reflexboog weergegeven waarvan de impulsen niet via de hersenen verlopen.
Deze reflexboog bestaat uit een zintuig, vier zenuwcellen en een spier.

Een schakelcel (of schakelcellen) is(zijn)

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Aangeboren reflexbewegingen.

Hieronder volgen vier beweringen over aangeboren reflexbewegingen.

1. impulsen voor reflexbewegingen verlopen altijd via het ruggenmerg.
2. reflexbewegingen kunnen niet onderdrukt worden.
3. reflexbewegingen komen tot stand voordat of zonder dat het individu zich van de prikkel bewust wordt.
4. een bepaalde reflexbeweging komt gewoonlijk sneller tot stand dan dezelfde willekeurige beweging.

Welke bovenstaande beweringen zijn juist?

Zenuwstelsel

Cellichamen van zenuwcellen & de grijze stof.

In een reflexboog die via het ruggenmerg loopt, bevinden zich twee schakelcellen.

Hoeveel cellichamen van zenuwcellen van deze reflexboog bevinden zich in de grijze stof van het ruggenmerg?

Zenuwstelsel

Voetzoolreflexboog & de cellichamen van de motorische zenuwcellen.

Waar liggen bij een voetzoolreflexboog de cellichamen van de motorische zenuwcellen?