Plantenanatomie
Doorsnede van blad.
Zie figuur B 1947 van de bijlage.
De afbeelding geeft schematisch een doorsnede van een blad van een boom weer.
In welke van de aangegeven cellen wordt CO2
gevormd?
afbeelding
Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
20
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4
NVON
cc-by-sa-40
Doorsnede van blad.
Zie figuur B 1947 van de bijlage.
De afbeelding geeft schematisch een doorsnede van een blad van een boom weer.
In welke van de aangegeven cellen wordt CO2
gevormd?
afbeelding
Tulp.
Uit koolstofdioxide en water kan in planten glucose en zuurstof ontstaan.
In welke van de organen: wortels, bloemstelen en bladeren kan bij tulpen dit proces plaatsvinden?
Processen in boomtak.
Zie figuur B 688 van de bijlage.
's Morgens vroeg wordt bij een tak van een boom op plaats P (zie tekening) de bast rondom weggesneden tot op het hout. Aan het eind van een zonnige dag worden blad 1 en blad 2 met behulp van een jodiumoplossing onderzocht op de aanwezigheid van zetmeel.
Zal blad 1 blauw kleuren?
En blad 2?
afbeelding
afbeelding
Delen van planten met bladgroen.
Zie figuur B 683 van de bijlage.
De tekeningen stellen delen voor van planten met bladgroen.
Plant 1 staat al een uur in het zonlicht.
Plant 2 staat al een uur in het donker.
Op welke van de vier aangegeven plaatsen is het zuurstofgehalte het hoogst?
afbeelding
Een boom op zonnige dag.
Zie figuur B 2018 van de bijlage.
De tekening stelt een boom voor op een zonnige zomerdag. Met de pijlen 1 en 3 is de opname van stoffen door de boom aangegeven. Met pijl 2 is de afgifte van stoffen door de bladeren aangegeven. Met pijl 4 wordt het transport van stoffen in de stam omhoog en met pijl 5 het transport omlaag weergegeven.
Wat geeft pijl 1 aan?
Wat geeft pijl 2 aan?
afbeelding
afbeelding
Plant.
Een plant kan zuurstof opnemen uit de omgeving en koolstofdioxide afstaan aan de omgeving.
Hoe wordt dit proces genoemd?
Doorsneden van delen van een plant.
Zie figuur B 1062 van de bijlage.
In de figuur zijn schematisch twee doorsneden van groene delen van dezelfde kruidachtige plant getekend.
In welke van de genummerde cellen kan fotosynthese plaatsvinden?
afbeelding
Paardenbloem.
Zie figuur B 685 van de bijlage.
De tekening stelt een paardenbloem voor, die in het zonlicht staat.
In welk of in welke van de aangegeven delen kan glucose voorkomen?
afbeelding
Doorsnede van blad.
Zie figuur B 676 van de bijlage.
De tekening stelt een doorsnede van een deel van een blad voor. De bladgroenkorrels zijn niet getekend.
In welke van de aangegeven cellen kan fotosynthese plaatsvinden?
afbeelding
Doorsnede vaatbundel.
Zie figuur A 165 van de bijlage.
De tekening stelt een dwarsdoorsnede door een vaatbundel van een maïsplant voor.
In welk of in welke van de aangegeven delen vindt verbranding plaats?
afbeelding
Koolstofdioxide in plantencellen.
Komen in een blad van een plant cellen voor waarin koolstofdioxide ontstaat?
En komen deze ook voor in een stengel?
Paardenbloem.
Zie figuur B 1776 van de bijlage.
De tekening stelt een bloeiende plant voor.
Welk of welke van de delen 1, 2 en 3 bevat of bevatten vaatbundels waardoor glucose vervoerd wordt?
afbeelding
Paardenbloem.
Zie figuur B 1776 van de bijlage.
De tekening stelt een paardenbloem voor.
Welk(e) van de delen 1, 2 en 3 bevat(ten) vaatbundels, waardoor assimilatieproducten vervoerd worden?
afbeelding
Bloembollen in het donker bewaren.
Omdat licht de groeisnelheid van een plant afremt, worden bloembollen vaak tijdelijk in het donker geplaatst.
Het gevolg zal zijn dat in het donker
1/4 Wintertarwe.
Dankzij betere teelttechnieken is de opbrengst van wintertarwe steeds groter geworden. Zo is bijvoorbeeld niet alleen de hoeveelheid voedingszouten in de bodem van belang, maar ook het aantal tarweplanten per m2
. Door een proef wordt de opbrengst van wintertarwe onderzocht bij verschillende aantallen tarweplanten per m2
. De resultaten zijn weergegeven in onderstaande tabel.
afbeelding
Maak op de uitwerkbijlage een lijndiagram van de gegevens uit de tabel.
2/4 Wintertarwe.
Zijn voor de opbrengst van wintertarwe abiotische factoren van belang?
En zijn biotische factoren van belang?
3/4 Wintertarwe.
Bij een groter aantal planten dan 200 per m2
, neemt de opbrengst niet meer toe.
Leg uit waardoor de opbrengst niet meer toeneemt, als de planten zo dicht op elkaar staan.
4/4 Wintertarwe.
Men probeert ook de opbrengst te vergroten door nieuwe rassen te ontwikkelen.
Twee tarwerassen zijn: Drifter en Ritmo.
Maak een werkplan waarmee je kunt onderzoeken welk van deze twee rassen een grotere opbrengst oplevert.
1/2 Gaswisseling bij planten.
Landplanten hebben een opperhuid die moeilijk gassen doorlaat.
Gaswisseling vindt vooral plaats via huidmondjes.
Welke van de volgende uitspraken over het voorkomen van huidmondjes bij een beukenboom is juist?
2/2 Gaswisseling bij planten.
Veel landplanten hebben een opperhuid met een vrij dikke waslaag.
Wat is de functie van zo'n waslaag?
Zo'n waslaag beschermt de plant tegen