Oefentoets Biologie: Sport - Sport | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4

Deze oefentoets bevat 31 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

31

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Sport

1/3 Zadelproblemen.
Zie figuur B 4423 van de bijlage.

Uit een onderzoek bij een groep mannelijke mountainbikers die veel en vaak fietsen, blijkt dat 96 procent afwijkingen heeft aan de balzak. Bij mannen die niet zo vaak fietsen is dat 16 procent.

In de afbeelding is een aantal organen van een man weergegeven.

Is in de afbeelding de balzak getekend?
Zo ja, welke letter geeft de balzak aan?

afbeeldingafbeelding

Sport

2/3 Zadelproblemen.
Zie figuur B 4424 van de bijlage.

De afwijkingen bij mountainbikers zijn waarschijnlijk het gevolg van de trillingen van het zadel. Door de voortdurende wrijving kan er ook een pijnlijke steenpuist ontstaan. Een steenpuist is een ontsteking in de huid, bijvoorbeeld in een talgklier, en wordt veroorzaakt door bacteriën.

In de afbeelding is onder andere een deel van de huid schematisch weergegeven.

Welke letter geeft een talgklier aan?

afbeeldingafbeelding

Sport

3/3 Zadelproblemen.

Op de plaats van de steenpuist bevinden zich veel witte bloedcellen.

Leg uit waarvoor zich daar veel witte bloedcellen bevinden.

Sport

1/3 Tennisarm.

Soms krijgen tennisspelers last van een tennisarm. Een tennisarm ontstaat door een langdurige zware belasting van een armspier. Daardoor ontstaat er een pijnlijke plek in de verbinding tussen een pees en één van de armbeenderen. De pijn is vooral te voelen als er kracht door de arm wordt uitgeoefend.

Is een tennisarm een ontwrichting?
En een kneuzing?

afbeeldingafbeelding

Sport

2/3 Tennisarm.
Zie figuur A 385 van de bijlage.

In een krantenartikel over een tennisarm stonden twee tekeningen die zijn weergegeven in de afbeelding.
Een tennisspeler heeft in zijn linkerarm last gekregen van een tennisarm. Tijdens een onderzoek door een arts moet de tennisspeler de linkerhand naar boven toe bewegen. De onderarm wordt daarbij door de arts tegengehouden. In tekening 1 van de afbeelding is dat weergegeven.

Spier P in tekening 2 zit aan de linkerkant door middel van pees R vast aan één van de beenderen.

Wat is de naam van dat been?

afbeeldingafbeelding

Sport

3/3 Tennisarm.

Spier P van tekening 2 is aan de rechterkant, buiten de afbeelding, verbonden met de hand.

Wordt spier P, tijdens het naar boven bewegen van de hand, korter of langer of blijft ze ongeveer even lang?
En pees R?

afbeeldingafbeelding

Sport

1/2 Sportblessures.

Tijdens sportwedstrijden kunnen onder andere de volgende blessures ontstaan: kneuzingen, ontwrichtingen en spierscheuringen. Mathilde glijdt tijdens het tennissen uit en voelt een scherpe stekende pijn in haar kuit. Ook na een uur is lopen haast onmogelijk voor haar. Aan haar been is dan nog nauwelijks iets te zien. Op grond van deze gegevens kun je bepalen welke blessure Mathilde waarschijnlijk heeft opgelopen.

Welke van de genoemde blessures heeft zij opgelopen?

Sport

2/2 Sportblessures.

Jos en Walter voetballen. Jos schopt over de bal heen tegen het scheenbeen van Walter. Walter valt krimpend van de pijn op de grasmat. De verzorger behandelt de blessure met een spons met ijskoud water. Deze behandeling met ijskoud water vermindert de nare gevolgen van de blessure.

Noem twee gevolgen van de blessure die door de behandeling verminderen.

Sport

1/2 Sportletsel.
Zie figuur B 2313 van de bijlage.

De afbeelding is afkomstig uit een boek over sportletsels.
Bij plaats P is een letsel bij een jonge sporter gevonden.

Schrijf zo nauwkeurig mogelijk op welk letsel dit is.

afbeeldingafbeelding

Sport

2/2 Sportletsel.

Samentrekking van spier R veroorzaakt een beweging van het voorste deel van de voet.

Welke beweging is dat?

afbeeldingafbeelding

Sport

1/17 Sporten en gewicht.
Zie figuur B 2251 van de bijlage.


Sporten en ideaalgewicht.
1. Kennismaken met Mariet.

afbeeldingafbeelding
Mariet is 20 jaar, 1,76 meter lang en ze weegt 64 kg. Zij is al jaren actief lid van een handbalclub. Zij speelt wedstrijden op landelijk niveau. Daarvoor volgt zij een intensief trainingsschema.

2. Gewichtsproblemen.
Sporters krijgen soms gewichtsproblemen als zij wel veel blijven eten en niet trainen na het oplopen van een blessure. Als iemand na een rustperiode weer veel wil gaan trainen om grote prestaties te kunnen leveren, moeten eerst de overtollige kilo's er af.

3. Sporten en afvallen.
Een sporter die te zwaar is, moet niet proberen in een paar weken tijd vijf kilo of meer kwijt te raken. Bij te snel afvallen verzwakt hij. Hij verliest dan veel vocht en soms zelfs spierweefsel.
Wil een sporter afvallen dan kan hij beter geen energierijke voedingsmiddelen met veel suiker en vet gebruiken.

Zie volgende scherm



-

Sport

2/17 Sporten en gewicht.

4a. Lunch van Mariet.
afbeeldingafbeelding

4b. Voeding van Mariet per dag.
afbeeldingafbeelding

5. Energiebehoefte.
Bij een mens is de energiebehoefte van het lichaam afhankelijk van de activiteit. Bij zeer geringe activiteit heeft een vrouw zoals Mariet 121 kJ per kg lichaamsgewicht per dag nodig. Bij grote activiteit overdag heeft zij 161 kJ per kg lichaamsgewicht per dag nodig.

6. Samenstelling van melk en melkproducten per 100 g.
afbeeldingafbeelding

Sport

3/17 Sporten en gewicht.
Zie figuur B 2252 van de bijlage.

7. Hartslagfrequentie.
De hartslagfrequentie (HF) is het aantal hartslagen per minuut. Als je conditie beter wordt, treden de volgende veranderingen in de hartslagfrequentie op:

- Je HF in rust wordt lager.
- Je HF wordt tijdens inspanning minder hoog.
- Na afloop van een inspanning daalt je HF sneller. Je herstelt dus sneller.

8. Conditietest.
Zie figuur B 2252 van de bijlage.
afbeeldingafbeelding
Neem je hartslagfrequentie op. Ren dan negen keer zo hard mogelijk een speelveld in de breedte op en neer. Direct hierna neem je de hartslagfrequentie op en de vier volgende minuten telkens weer. De resultaten van een conditietest van Mariet vóór het ongeval en van een test ná de rustperiode zijn in het diagram uitgezet.



-

Sport

4/17 Sporten en gewicht.
Zie figuur B 2253 van de bijlage.


9. Röntgenfoto van de geblesseerde rechter elleboog van Mariet.
Zie figuur B 2253 van de bijlage.
afbeeldingafbeelding

10. Energieverbruik bij sportinspanningen.
afbeeldingafbeelding

11. Invloed van verschillende sporten op onderdelen van de conditie.
afbeeldingafbeelding

Zie volgende scherm



-

Sport

5/17 Sporten en gewicht.

Mariet probeert zich te houden aan de adviezen van het Voorlichtingsbureau voor de Voeding. Eén van die adviezen is, dat de helft of meer van de energie uit haar voeding afkomstig moet zijn van koolhydraten.
Bij de informatie 4a is de samenstelling van de lunch van Mariet opgenomen.
De tabel vermeldt niet alle stoffen uit haar voeding.

Is meer dan de helft van de energie uit haar lunch afkomstig van koolhydraten? Schrijf in je uitleg je berekening op.

Sport

6/17 Sporten en gewicht.

Mariet probeert zich te houden aan de adviezen van het Voorlichtingsbureau voor de Voeding. Eén van die adviezen is, dat de helft of meer van de energie uit haar voeding afkomstig moet zijn van koolhydraten.
Bij de informatie 4b is de samenstelling van dagmenu van Mariet opgenomen.

Is meer dan de helft van de energie uit deze voeding afkomstig van koolhydraten? Schrijf in je uitleg de berekening op.

Sport

7/17 Sporten en gewicht.

Noem een stof die Mariet als sportster wel nodig heeft, maar die niet wordt gerekend tot een van de groepen stoffen in de tabel.

Sport

8/17 Sporten en gewicht.
Zie figuur B 2253 van de bijlage.

Tijdens een handbalwedstrijd in de landelijke competitie maakt Mariet een ongelukkige val. Een stekende pijn in haar rechter elleboog is het gevolg. Ze kan ook haar arm niet meer strekken. In een ziekenhuis maakt men een röntgenfoto van de elleboog van die arm.

Noem de naam van het bot waarvan een stuk is afgebroken.

Dit bot heet de/het [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Sport

9/17 Sporten en gewicht.

Welke van de volgende twee beweringen over de blessure van Mariet is of welke zijn juist?

1. Bij het afbreken van het stukje bot zijn bloedvaten beschadigd.
2. Bij het afbreken van het stukje bot is het gewrichtskapsel van de elleboog beschadigd.

afbeeldingafbeelding

Sport

10/17 Sporten en gewicht.

Om het afgebroken stuk bot weer vast te zetten wordt de arm geopereerd en in het gips gezet. Nadat Mariet uit het ziekenhuis is gekomen, moet zij zeer rustig aan doen. Tijdens deze rustperiode blijft Mariet eten zoals ze gewend is. Op het eind van de rustperiode weegt ze 70 kg.

Ga uit van dit gewicht en bereken met behulp van de gegevens in de informatie in de bijlage hoeveel kJ Mariet per dag teveel opneemt op het eind van haar rustperiode.

Sport

11/17 Sporten en gewicht.

Mariet kan na de zes weken rust niet meteen volop gaan handballen. Ze gaat wel weer trainen. Ze wil haar conditie op peil brengen en ze probeert ook af te vallen. Het is voor Mariet, als ze weer begint met de training, beter om karnemelk bij de lunch te drinken dan volle melk.

Noem hiervoor een argument. Gebruik voor je antwoord de informatie 6 van de bijlage.

Sport

12/17 Sporten en gewicht.

Mariet wil na zes weken rust weten hoe het met haar conditie is gesteld. Zij wil de conditie die ze nu heeft, vergelijken met de conditie die zij had voor het ongeval. Zij doet daarvoor de conditietest zoals beschreven in de informatie 8 van de bijlage.

Is de hoeveelheid bloed die per minuut door de longen van Mariet stroomt op het eind van het rennen groter of kleiner dan vlak voor het begin van de test?
Of is er geen verschil?

afbeeldingafbeelding

Sport

13/17 Sporten en gewicht.
Zie figuur B 2252 van de bijlage.

De resultaten van de conditietest vóór het ongeval en ná de rustperiode zijn in een diagram in de bijlage met informatie opgenomen. Op de X-as van het diagram moet op de plaats van de puntjes nog een woord staan.

Welk woord moet op de puntjes staan?

afbeeldingafbeelding

Sport

14/17 Sporten en gewicht.
Zie figuur B 4548 van de bijlage.

De resultaten van de conditietest vóór het ongeval en ná de rustperiode zijn in een diagram in de figuur opgenomen. Op de Y-as van het diagram moet op de plaats van de puntjes nog de eenheid staan.

Welke woorden (eenheid) moeten op de puntjes staan?

afbeeldingafbeelding

Sport

15/17 Sporten en gewicht.
Zie figuur B 4548 van de bijlage.

De hartslagfrequentie van Mariet is bij de conditietest ná de rustperiode hoger dan bij de test vóór het ongeluk.

Hoeveel hoger is de hartslagfrequentie op tijdstip P dan? Leg je antwoord uit met een berekening.

afbeeldingafbeelding

Sport

16/17 Sporten en gewicht.

Welke conclusie kun je uit een vergelijking van beide grafieklijnen trekken over de conditie van Mariet na de rustperiode van zes weken? Noem twee argumenten voor je conclusie. Doe het zo op je antwoordblad:

conclusie: .......
argument 1:.......
argument 2:.......

afbeeldingafbeelding

Sport

17/17 Sporten en gewicht.

Om in de landelijke competitie weer goed te kunnen handballen moeten alle onderdelen van de conditie van Mariet zeer goed zijn en moet zij weer haar ideale gewicht hebben. Om dat te bereiken wil Mariet een extra training met veel beweging kiezen tot zij weer voluit kan handballen. Het energieverbruik bij zwemmen is lager dan bij fietsen. Toch kiest Mariet voor zwemmen als extra training.

Verklaar de voorkeur van Mariet voor zwemmen. Gebruik hierbij de informatie van de bijlage.

Sport

1/4 Training.

Om tot grote sportprestaties te komen, moet er getraind worden. Tijdens lichamelijke inspanning neemt de verbranding in de spieren toe. De zuurstoftoevoer naar de spieren wordt groter en een aantal organen gaat harder werken.
Iemand begint de training met een paar rondjes hardlopen.

Neemt dan het aantal ademhalingsbewegingen per minuut toe?
En het aantal hartslagen?

Sport

2/4 Training.

Welke van de stoffen koolstofdioxide, glucose en zuurstof geven de spieren aan het bloed af bij iemand die tijdens een training hardloopt?

Sport

3/4 Training.

Waar komt tijdens het hardlopen de brandstof vandaan die nodig is voor de verbranding in de spieren?

Sport

4/4 Training.

Door regelmatige training wordt de spierkracht groter.

Komt dit doordat de spieren dikker worden?
En doordat de spieren langer worden?