Oefentoets Biologie: Ecologie - bestrijding | VWO 1/VWO 2/VWO 3

Deze oefentoets bevat 12 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

12

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 1, VWO 2, VWO 3

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Ecologie

De productie, het vervoer en het gebruik van insectenbestrijdingsmiddelen (insecticiden) heeft tot gevolg dat ongewenste stoffen in het milieu terechtkomen. Er is daarbij sprake van milieuverontreiniging, waardoor de gezondheid van onder andere de mens bedreigd wordt.
Over deze insecticiden worden twee beweringen gedaan:

I. Door schadelijke insecten te bestrijden, dood je ook de goede insecten.
II. Insecticiden geven bij de te bestrijden insecten op den duur resistentie.

Ecologie

2/2 Kikkerhandel.

Het vangen van kikkers voor de handel had gevolgen voor bepaalde ecosystemen in landen als India. Daardoor ging men het bestrijdingsmiddel DDT gebruiken.

Twee beweringen hierover zijn:

1. Door het wegvangen van de kikkers nam de totale biomassa van de landbouwgewassen toe.
2. DDT moest de schade tegengaan die door de kikkers veroorzaakt werd.

Welke bewering is of welke beweringen zijn juist?

Ecologie

Bestrijdingsmiddelen.
Zie figuur B 5290 van de bijlage.

In de afbeelding hiernaast zijn een volwassen langpootmug en een emelt te zien.
Een emelt is een larve van een langpootmug. Emelten leven vooral in vochtig grasland, twee tot drie centimeter onder de grond. Ze vreten jonge plantendelen aan, waardoor in grasland kale plekken kunnen ontstaan.
Emelten worden in het voorjaar veel door spreeuwen gegeten. Een stuk grasland is in Nederland meestal een monocultuur van grasplanten. De langpootmuggen kunnen zich daar goed in voortplanten.
Als het aantal emelten groot is, bestrijdt men ze soms met chemische bestrijdingsmiddelen. Niet alle emelten gaan daaraan dood. Aan het gebruik van deze middelen zijn nadelen verbonden. Een belangrijk nadeel is dat veel chemische bestrijdingsmiddelen niet-selectief zijn.

Bij welk organisme uit bovenstaande tekst zal na verloop van tijd de hoogste concentratie bestrijdingsmiddelen worden aangetroffen?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

1/2 Insectenbestrijding.
Zie figuur B 5292 van de bijlage.

In de landbouw wordt schade aangericht door insectenplagen. Vooral de larven van sommige insecten zijn vraatzuchtig. Met behulp van sluipwespen is het vaak mogelijk het ontstaan van een plaag te voorkomen. Sluipwespvrouwtjes leggen hun eieren in larven van schadelijke insecten (gastheerlarven).
Een sluipwesplarve die uit het eitje komt, eet de gastheerlarve van binnenuit op. Op deze manier wordt de ene insectensoort met behulp van een ander bestreden.

Waardoor bestaat bij deze bestrijdingsmethode geen gevaar voor een
sluipwespenplaag?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

Gifophoping.

Met welke gebeurtenis begin je en waar eindig je mee als je de volgende gebeurtenissen in de meest aannemelijke volgorde zet?

a. Roofvogels worden vergiftigd door insecticide.
b. Bomen worden besproeid met insecticide.
c. Regenwormen eten van de boom gevallen bladeren.
d. Roofvogels eten kleine vogels.
e. Kevers beschadigen bomen door een virus te verspreiden.
f. Insecticide wordt opgenomen door boombladeren.
g. Kleine vogels eten regenwormen.

Je begint met gebeurtenis [invulveld] en je eindigt met gebeurtenis [invulveld].

Ecologie

1/3 Uitgekookt ei.

Lees de onderstaande tekst.
afbeeldingafbeelding
Rhyssa persuasoria is niet alleen rank en elegant. Deze sluipwesp is ook doortrapt als het gaat om de toekomst van haar ei. Dat legt ze in de levende larve van een insect. Bij voorkeur in een houtetende larve die veilig denkt te zijn in het binnenste van een dode boom. Rhyssa weet hem met haar uiterst gevoelige antennes op te sporen. Dan begint ze met een acrobatische toer die je rustig het hoogtepunt van eierlegtechniek in de natuur kunt noemen. Ze plaatst haar onmogelijk lange legboor, dun als een haar, loodrecht op het hout. Daarvoor moet ze haar achterpoten en achterlijf zo hoog mogelijk oprichten. Met de haardunne legboor als middelpunt loopt ze rondjes. Zo draait ze hem dieper en dieper het hout in tot hij de larve bereikt. Dan perst ze haar ei in de onvrijwillige gastheer, die later door de Rhyssa-larve levend zal worden opgegeten.
Meer kan ze voor haar kind niet doen. Ze kan niet weten of de gastheerlarve misschien al geïnfecteerd is met andere parasieten. Maar daarop weet het ei zelf raad. Op een of andere manier merkt dat of het alleen is of niet. Als er al andere zijn, wordt het ei één larve. Is het ei alleen, dan kloont het zichzelf in meerlingen, al naargelang de grootte van de gastheer.

aldus een bericht van Roland Knauer in het Duitse tijdschrift Kosmos.

Ecologie

2/3 Uitgekookt ei.

Verklaar waarom dit insect de kringloop in het bos remt.

Ecologie

3/3 Uitgekookt ei.

Leg uit waarom we juist deze sluipwespensoort niet kunnen gebruiken bij biologische bestrijding.

Ecologie

1/2 Aardbeien.

In een interview met een biologische aardbeienteler staat het volgende: "Voor de bestrijding van bladluizen op de aardbeiplanten gebruiken we lieveheersbeestjes en sluipwespen. Tegen een ander schadelijk insect, de trips, willen we gebruik gaan maken van roofwantsen."

In het interview noemt de aardbeienteler zes soorten organismen die een voedselweb vormen.

Schrijf dit voedselweb van zes soorten organismen op.

Ecologie

2/2 Aardbeien.

Soms vormen slakken een probleem bij de teelt van aardbeien. De aardbeienteler heeft een oplossing bedacht om slakken milieuvriendelijk te bestrijden. In het interview vertelt hij: "We hadden veel last van slakken, maar als biologische teler mag ik geen slakkenkorrels strooien. In een oud boek las ik dat egels uitstekende slakkenbestrijders zijn. We hebben nu vijftig egels rondlopen, en het is een groot succes. Volgend jaar willen we er 150 loslaten in de velden met aardbeiplanten. We hopen dat daardoor de oogst groter zal zijn."

Leg uit waardoor het loslaten van egels een grotere aardbeienoogst kan opleveren.