Ontdek de digitale toets over de afgifte van stoffen door planten en de effecten van licht op gaswisseling, gericht op leerlingen in het voortgezet onderwijs. Deze toets behandelt belangrijke concepten van fotosynthese en gaswisseling in autotrofe organismen. - 20 vragen
Aantal vragen
20
Vak(ken)
Biologie
Kerndoel(en)
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
Leerniveau(s)
VMBO theoretische leerweg, 4
Uitgever
NVON
Copyright
cc-by-sa-40
Afgifte van stoffen door planten
Afgifte van stoffen aan de lucht.
Enkele stoffen die in planten met bladgroen voorkomen zijn:
1. water (waterdamp) 2. zuurstof 3. koolstofdioxide.
Welke van deze stoffen kan een plant met bladgroen aan de lucht afgeven?
Effect van licht op planten en paddestoelen
Experiment met planten en paddestoelen.
Tijdens een practicum voeren vier groepen leerlingen elk een experiment uit. Daarbij wordt regelmatig het O2
- en het CO2
-gehalte van de lucht in een afgesloten ruimte gemeten.
- Groep 1 zet enkele planten met bladgroen in de afgesloten ruimte in het zonlicht. - Groep 2 zet enkele planten met bladgroen in de afgesloten ruimte in het donker. - Groep 3 zet enkele paddestoelen in de afgesloten ruimte in het zonlicht. - Groep 4 zet enkele paddestoelen in de afgesloten ruimte in het donker.
De leraar vraagt de leerlingen in een diagram het O2
- en het CO2
-gehalte van de lucht weer te geven.
Zie figuur B 829 van de bijlage.
Eén groep heeft als juiste uitkomst van hun experiment de diagrammen gemaakt.
Welke groep is dit?
afbeelding
Onderzoek naar O2-verbruik in vervuild water
Bij onderzoek naar de vervuiling van water.
Bij onderzoek naar de vervuiling van water gaat men onder andere na hoeveel O2
er door eencelligen in dit water wordt verbruikt. Hoe hoger dit verbruik, des te meer eencelligen er aanwezig zijn. De aanwezigheid van veel eencelligen betekent meestal dat er veel vervuilende stoffen zijn. Eencellige organismen die voorkomen zijn bijvoorbeeld algen en bacteriën. Algen zijn eencelligen met bladgroen. De bacteriën in het water zijn reducenten. Het bepalen van het O2
-verbruik gaat als volgt. Van het te onderzoeken water wordt het O2
-gehalte bepaald. Daarna wordt dit water gedurende 5 dagen in een flesje in het donker bewaard en dan wordt opnieuw het O2
-gehalte bepaald.
Is het O2
-gehalte na 5 dagen hoger of lager dan bij het begin van de bepaling? Wie waren voor deze verandering verantwoordelijk?
afbeelding
Gaswisseling in autotrofe en heterotrofe cellen
Gaswisseling in een cel. Zie figuur B 674 van de bijlage.
In de tekening geven de pijlen de richting aan waarin de gassen zich bewegen.
Is dit een cel uit een autotroof of een heterotroof organisme? Door welk proces wordt deze gaswisseling veroorzaakt?
afbeelding
afbeelding
Veranderingen in zuurstof en kooldioxide
Een aquarium met planten en vissen.
Een aquarium met planten en vissen staat in het licht. Op een bepaald moment worden alle planten verwijderd. De veranderingen die daarna optreden in het zuurstofgehalte en in het kooldioxidegehalte van het water zijn in een van de weergegeven diagrammen op juiste wijze uitgezet.
Zie figuur B 944 van de bijlage.
Het juiste diagram is
afbeelding
Gevolgen van het verwijderen van waterplanten
Een aquarium met groene waterplanten en vissen.
In een aquarium bevinden zich groene waterplanten en vissen. Het aquarium staat in het licht. Nu worden alle planten verwijderd.
Wat voor gevolgen heeft dit voor de hoeveelheid zuurstof en kooldioxide in het water?
afbeelding
Kooldioxideverbruik en zuurstofvorming bij waterpest
Een proefopstelling met waterpest. Zie figuur B 1055 van de bijlage.
In de figuur staat een proefopstelling.
In welke buis wordt de meeste kooldioxide verbruikt en in welke wordt de meeste zuurstof gevormd?
afbeelding
afbeelding
Gaswisseling bij planten en schimmels
Schema's van de gaswisseling van cellen. In de volgende schema's geven de pijlen de richting aan waarin gassen stromen bij de gaswisseling van cellen.
1. kooldioxide ® cel ® zuurstof 2. zuurstof ® cel ® kooldioxide.
Geldt 1 voor een kastanjeboom en/of voor een paddestoel? En 2?
afbeelding
Fotosynthese bij eencellige organismen
Twee eencellige organismen. Zie figuur B 1084 van de bijlage.
In de tekening zijn twee eencellige organismen weergegeven. Organisme 1 bezit chlorofyl en organisme 2 niet.
Kan CO2
geproduceerd worden door 1? En door 2? Kan O2
geproduceerd worden door 1? En door 2?
afbeelding
afbeelding
Koolstofdioxide en zuurstof in bladeren
Koolstofdioxideproductie in een blad. Zie figuur B 680 van de bijlage.
De tekening stelt een doorsnede van een deel van een blad voor. De bladgroenkorrels zijn niet getekend. Het blad bevindt zich aan een plant die in het zonlicht staat.
In welke van de aangegeven cellen ontstaat CO2
? En in welke O2
?
afbeelding
afbeelding
Gassen in de stofwisseling van organismen
Vier beweringen over het gebruik van gassen. Hieronder staan vier beweringen over het gebruik van gassen bij de stofwisseling van autotrofe of heterotrofe organismen.
1. Autotrofe organismen kunnen zuurstof verbruiken. 2. Autotrofe organismen kunnen koolstofdioxide verbruiken. 3. Heterotrofe organismen kunnen zuurstof verbruiken. 4. Heterotrofe organismen kunnen koolstofdioxide verbruiken.
Welke beweringen zijn juist?
Koolstofdioxide en zuurstof in organismen
Afgifte en opname van koolstofdioxide en zuurstof. Zie figuur A 394 van de bijlage.
In de afbeelding zijn vier schema's getekend. Deze schema's geven de mogelijke opname en afgifte van koolstofdioxide en zuurstof door de organismen weer.
Welk van deze schema's geeft de situatie midden op de dag juist weer?
afbeelding
Planten en hun gasuitwisseling
Planten en paddestoelen. Zie figuur B 1815 van de bijlage.
In een afgesloten ruimte met planten van één soort worden regelmatig het O2
-gehalte en het CO2
-gehalte van de lucht bepaald. De resultaten zijn uitgezet in onderstaand diagram.
Bevat de ruimte planten met bladgroen of paddestoelen? Staan de planten in het licht of in het donker?
afbeelding
afbeelding
Ademhaling van bladgroenhoudende cellen
Vier schematische tekeningen van een bladgroenhoudende cel. Zie figuur B 2136 van de bijlage.
Hieronder staan vier schematische tekeningen (figuren 1 t/m 4) van een bladgroenhoudende cel. Een pijltje dat de cel inwijst, betekent, dat het erbij vermelde gas wordt opgenomen. Een pijltje dat van de cel naar buiten wijst, betekent, dat dit gas door de cel wordt afgegeven.
De ademhaling van de bladgroenhoudende cel is juist weergegeven
afbeelding
Gassenopname en -afgifte door organismen
Schema's van opname of afgifte van gassen. Zie figuur B 1804 van de bijlage.
De vakjes 1 en 2 stellen organismen voor. De pijlen geven de opname of afgifte aan van gassen.
Welke organismen kunnen door 1 en welke door 2 worden voorgesteld?
afbeelding
afbeelding
Effect van licht op gasuitwisseling bij planten
Een plant met bladgroen onder een glazen stolp. Zie figuur B 1831 van de bijlage.
Een plant met bladgroen wordt onder een glazen stolp gezet (zie tekening). De opstelling staat in het licht. Direct na het inzetten van de proef wordt de hoeveelheid zuurstof en de hoeveelheid koolstofdioxide in de stolp gemeten. Na drie uur wordt de hoeveelheid van beide gassen in de stolp opnieuw gemeten.
Na deze drie uur zal er in de stolp
afbeelding
O2-verbruik in vervuild water bij temperatuur
Het O2
-gehalte in vervuild water.
Bij onderzoek naar de vervuiling van water gaat men onder andere na hoeveel O2
er door eencelligen in dit water wordt verbruikt. Hoe hoger dit verbruik, des te meer eencelligen er aanwezig zijn. De aanwezigheid van veel eencelligen betekent meestal dat er veel vervuilende stoffen zijn. Eencellige organismen die voorkomen zijn bijvoorbeeld algen en bacteriën. Algen zijn eencelligen met bladgroen. De bacteriën in het water zijn reducenten. Het bepalen van het O2
-verbruik gaat als volgt. Van het te onderzoeken water wordt het O2
-gehalte bepaald. Daarna wordt dit water gedurende 5 dagen in een flesje in het donker bewaard en dan wordt opnieuw het O2
-gehalte bepaald.
Bij welke temperatuur zal de verandering van het O2
-gehalte na 5 dagen waarschijnlijk het grootst zijn?
Beweringen over bladgroen in planten
Twee beweringen over planten met bladgroen.
Hieronder volgen twee beweringen over planten met bladgroen:
I. Deze planten produceren in het licht organische stoffen, II. Deze planten verbruiken in het licht organische stoffen.
Stofwisselingsprocessen in zaadplanten
Stofwisselingsprocessen in zaadplanten.
Enkele stofwisselingsprocessen in organismen zijn:
1. glucose wordt omgezet in zetmeel, 2. zetmeel wordt omgezet in glucose 3. glucose wordt omgezet in glycogeen 4. glycogeen wordt omgezet in glucose.
Welke twee processen vinden in zaadplanten plaats?
Opslag van Zetmeel en Fotosynthese
Opslag van zetmeel.
In cellen met bladgroen kan opslag van zetmeel plaatsvinden.