Oefentoets Biologie: Plantenanatomie - Plantenanatomie | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4

Deze oefentoets bevat 19 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

19

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Plantenanatomie

Aantal huidmondjes per mm2 .

In de tabel hieronder is van drie planten het gemiddelde aantal huidmondjes per mm2 weergegeven aan de bovenzijde en aan de onderzijde van de bladeren.

afbeeldingafbeelding

Welke van deze planten is het best aangepast aan een droge omgeving?

Plantenanatomie

Huidmondjes.
Zie figuur B 1781 van de bijlage.

In de afbeelding zijn koolzaad en waterlelie getekend. De onder- en bovenkant van de bladeren van beide planten worden onderzocht op de aanwezigheid van huidmondjes. Bij koolzaad worden aan de ene kant 300 en aan de andere kant 700 huidmondjes per mm2 aangetroffen en bij waterlelie 0 en 500 huidmondjes per mm2 .

Aan welke kant van de bladeren worden die aantallen huidmondjes aangetroffen?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Een huidmondje.
Zie figuur B 2860 van de bijlage.

In de afbeelding is tweemaal hetzelfde huidmondje van een blad getekend Via de huidmondjes worden gassen opgenomen en afgegeven. Er zijn sluitcellen en andere opperhuidcellen getekend. Het verschil tussen beide tekeningen is de opening van het huidmondje.

In welke stand zullen de huidmondjes de plant het best tegen het verlies van water beschermen?
Of heeft de stand van de huidmondjes geen invloed?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Opperhuid van een plant.
Zie figuur B 672 van de bijlage.

De tekening geeft een deel van de opperhuid van een plant weer.
Deze plant bevindt zich in het zonlicht.

Welk gas wordt of welke gassen worden verbruikt door cel 1?
En welk of welke door cel 2?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Verdamping plant.
Zie figuur B 682 van de bijlage.

In het diagram is de verdampingssnelheid van water uit een bepaalde plant uitgezet tegen de openingswijdte van de huidmondjes van die plant.

Uit het diagram kunnen twee conclusies worden getrokken:

I. Wanneer de gesloten huidmondjes van deze plant zich openen tot openingswijdte P, neemt de verdampingssnelheid toe.
II. Wanneer de openingswijdte tweemaal zo groot wordt als bij P, wordt de verdampingssnelheid bij deze plant ook tweemaal zo groot.

Welke conclusie is of welke zijn juist?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Opperhuid van blad.
Zie figuur B 1068 van de bijlage.

De tekening geeft een deel van de opperhuid van een blad vergroot weer.

Gaswisseling tussen het blad en de omgeving vindt vooral plaats door het deel dat is aangegeven met het cijfer

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Huidmondjes per mm2 blad.

Van drie planten is het aantal huidmondjes per mm2 blad aangegeven.

afbeeldingafbeelding

Welke van deze planten kan een waterplant met drijvende bladeren zijn?

Plantenfysiologie

Doorsnede van blad.
Zie figuur B 1847 van de bijlage.

De tekening stelt een doorsnede voor van een deel van een blad.

Welk van de aangegeven delen speelt een rol bij het regelen van de verdamping door het blad?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Huidmondjes.

Bij een experiment worden twee even grote planten met bladgroen gebruikt die van dezelfde soort zijn. De ene plant wordt in het donker gezet en de andere in het licht. De andere omstandigheden zijn gelijk.
Bij de plant in het donker zijn de meeste huidmondjes gesloten; bij de plant in het licht zijn ze geopend.

Welke plant zal het meeste water verdampen?
Welke plant zal zuurstof afgeven?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Huidmondjes.

Kan in een blad van een plant met bladgroen koolstofdioxide via de huidmondjes worden opgenomen?
En kan koolstofdioxide via de huidmondjes worden afgegeven?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Huidmondjes.

Welke van de hieronder genoemde veranderingen kan de oorzaak zijn, dat de huidmondjes van een blad zich openen?

Plantenfysiologie

Huidmondjes.

De tabel hieronder geeft van drie planten het gemiddelde aantal huidmondjes per mm2 weer aan de bovenzijde en aan de onderzijde van de bladeren.

afbeeldingafbeelding

Welke van de planten in de tabel is het best aangepast aan een droge omgeving?

Plantenfysiologie

Opperhuid blad.
Zie figuur A 379 van de bijlage.

De afbeelding geeft een deel van het oppervlak van het blad van een plant vergroot weer.

Welke stof of welke stoffen kan de plant door opening P afgeven?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Huidmondjes.
Zie figuur B 1781 van de bijlage.

De onder- en bovenkant van bladeren van koolzaad en waterlelie (zie tekening) worden onderzocht op de aanwezigheid van huidmondjes. Bij koolzaad worden aan de ene kant 300 en aan de andere kant 700 huidmondjes per mm2 aangetroffen en bij de waterlelie 0 en 500 huidmondjes per mm2 .

Aan welke kant van de bladeren worden die aantallen huidmondjes aangetroffen?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Verdamping.
Zie figuur B 813 van de bijlage.

Iemand doet een proef met een blad van een woestijnplant en een blad van een moerasplant.
Beide bladeren zijn pas van de planten afgesneden en gelijk van gewicht.
De snijvlakken van de stelen van de afgesneden bladeren worden ingevet om waterverlies vanuit de bladstelen tegen te gaan. De bladeren worden in de zon gelegd en regelmatig gewogen.
Van beide bladeren is in het diagram het gewicht tegen de tijd uitgezet.

Welk van beide bladeren zal waarschijnlijk de dikste waslaag hebben?
Welk van beide bladeren is waarschijnlijk afkomstig van de moerasplant?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

1/2 Huidmondjes.
Zie figuur B 2391 van de bijlage.

De afbeelding geeft schematisch een huidmondje weer met sluitcellen en twee aangrenzende epidermiscellen (E). Alle cellen zijn overlangs doorgesneden. Het huidmondje is in twee situaties P en Q afgebeeld.

Kan situatie P zich voordoen in het donker, in het licht of zowel in het donker als in het licht?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en plantenfysiologie

1/2 Huidmondjes en fotosynthese.
Zie figuur B 4628 van de bijlage.

In de afbeelding wordt een deel van een blad met een huidmondje weergegeven.
Overdag wordt via de huidmondjes koolstofdioxide opgenomen en gaat waterdamp het blad uit.

Welke letter in de afbeelding geeft een cel aan waarin fotosynthese kan plaatsvinden?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en plantenfysiologie

2/2 Huidmondjes en fotosynthese.
Zie figuur B 4629 van de bijlage.

Als er gevaar voor uitdroging is, wordt de opening van de huidmondjes kleiner of gaan ze helemaal dicht.
Op een warme dag wordt bij een perzikboom gemeten hoeveel koolstofdioxide er wordt opgenomen.
Ook wordt de hoeveelheid waterdamp gemeten die door de huidmondjes naar buiten gaat.
De resultaten worden weergegeven in twee diagrammen.

Zijn op tijdstip 7 de huidmondjes van de perzikboom open of gesloten?
Gaat er op dat moment koolstofdioxide door de huidmondjes naar binnen of naar buiten?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Verdamping door huidmondjes.
Zie figuur B 682 van de bijlage.

In het diagram is de verdampingssnelheid van water uit een bepaalde plant uitgezet tegen de openingswijdte van de huidmondjes van die plant.

Welke van onderstaande conclusie is of welke zijn juist?

I. Wanneer de gesloten huidmondjes van deze plant zich openen tot openingswijdte P, neemt de verdampingssnelheid toe.
II. Wanneer de openingswijdte tweemaal zo groot wordt als bij P, wordt de verdampingssnelheid bij deze plant ook tweemaal zo groot.

afbeeldingafbeelding