Oefentoets Biologie: Bloed | Omloop | HAVO 4/HAVO 5 | variant 2

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Bloed

Bloedvatenstelsel.

Iemand wordt door een gifslang in een hand gebeten. Het slangengif verspreidt zich via de bloedvaten.

Welke van de onderstaande organen zal het eerst door het gif bereikt worden?

Bloed

De omloopsnelheid van een bloedcel.

De tijd die verloopt tussen het moment waarop bij de mens een bloedcel de rechterkamer verlaat en het moment dat deze aankomt in de linkerboezem is over het algemeen kort.
De tijd die verloopt tussen het moment waarop een bloedcel de linkerkamer verlaat en het moment waarop deze aankomt in de rechterboezem is over het algemeen lang.

Waardoor wordt dit tijdsverschil veroorzaakt?

Bloed

Organen en het ontvangen bloed.

Welk(e) van de onderstaande organen van een zoogdier ontvangt (ontvangen) per minuut de grootste hoeveelheid bloed?

Bloed

De enkelvoudige bloedsomloop van een vis.
Zie figuur B 297 van de bijlage.

De tekening stelt de enkelvoudige bloedsomloop van een vis voor. Met de cijfers 1 t/m 4 zijn de haarvatennetten in organen aangeduid.

Met welk cijfer worden de haarvaten van de lever aangegeven?

afbeeldingafbeelding

Bloed

De bloedsomloop van een vis.
Zie figuur B 570 van de bijlage.

De tekening stelt het hart van een vis voor.

Pompt het hart het bloed weg in de richting 1 of in de richting 2?
Pompt de kamer of de boezem dit bloed weg?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Bloed

Insecten en het vrijmaken van energie.

Insecten hebben een open bloedsomloop, waardoor een snelle bloedcirculatie niet mogelijk is.
Toch zijn insecten in staat veel energie vrij te maken gedurende een lange tijd, bijv. bij vliegbewegingen.

Dit is onder meer mogelijk, doordat

Bloed

Bloedruk bij vis en zoogdier.

Bij vissen wordt het bloed vanuit het hart via de aorta naar de kieuwen gevoerd en vandaar direct naar de andere organen (enkelvoudige bloedsomloop).
De bloeddruk aan het begin van de aorta van een bepaalde vis is gelijk aan de bloeddruk aan het begin van de aorta van een bepaald zoogdier.

Bij welk dier is het zuurstofgehalte van het bloed aan het begin van de aorta het hoogst?
Bij welk dier is de bloeddruk aan het begin van de nierslagader het hoogst?

afbeeldingafbeelding

Bloed

Bloedsomloop van een haai.
Zie figuur B 454 van de bijlage.

Het hart van een haai bestaat uit een kamer en een boezem. De werking van dit hart berust op hetzelfde principe als dat van het hart van de mens.
De afbeelding geeft schematisch het hart van een haai met aansluitende bloedvaten weer.
Een rode bloedcel bevindt zich op een bepaald moment op plaats P. Deze bloedcel wordt met de bloedstroom mee langs de kortste weg naar een darmslagader vervoerd.

Passeert deze bloedcel daarbij plaats Q?
Zo ja, hoeveel keer?

afbeeldingafbeelding

Bloed

Verspreiding van slangengif.

Iemand wordt door een gifslang in een hand gebeten. Het slangengif verspreidt zich via de bloedvaten.

Welke van de onderstaande organen zal het eerst door het gif bereikt worden?

Bloed

Bacteriën en stoffen in de urine.

Iemand verwondt zich. Via het wondje is een aantal bacteriën tussen de cellen van de lederhuid terecht gekomen. Na enige tijd worden stoffen die door deze bacteriën zijn afgegeven, aangetoond in de urine.

Er wordt beweerd dat deze stoffen bij de nieren zijn aangekomen via achtereenvolgens:

1. haarvaten in de huid,
2. een huidader,
3. een holle ader,
4. het hart,
5. een longslagader,
6. een longader,
7. het hart,
8. de aorta,
9. een nierslagader.

Kan deze bewering juist zijn? Ja/Nee.
Zo nee, waardoor niet?

Bloed

Ureum en de lever.

De lever produceert ureum.

Dit ureum verlaat de lever via

Bloed

CO2 -productie in hartweefsel.

Het hartspierweefsel van een mens produceert veel CO2 .

In welk van onderstaande bloedvaten komt deze CO2 het eerst terecht?

Bloed

Een buisje tot in de hartkamer.

Het is mogelijk om bij de mens ten behoeve van onderzoek een zeer dun flexibel buisje in te brengen in een ader of een slagader en dit buisje door te schuiven tot in het hart. Zelfs kleppen kunnen hierbij gepasseerd worden.
Bij een bepaald hartonderzoek wordt zo'n buisje in de lies (de plooi tussen onderbuik en bovenbeen) ingebracht en doorgeschoven tot in de linker hartkamer. Via dit buisje wordt contrastvloeistof in de hartkamer gespoten.
Door deze contrastvloeistof is het mogelijk een röntgenfoto of -film te maken.

Moet dit buisje in een ader of in een slagader worden ingebracht?
Moet dit in de linkerlies gebeuren of maakt het niet uit in welke lies?

Bloed

Snelle verspreiding van medicijnen.

Bij mensen kunnen medicijnen op verschillende manieren worden toegediend, bijvoorbeeld:

1. door inspuiten in een ader,
2. door inspuiten in het onderhuids bindweefsel,
3. door middel van een zetpil in de endeldarm,
4. door middel van het slikken van een pil.

Bij welke manier van toedienen wordt het medicijn het snelst in het lichaam verspreid?

Bloed

Blauwgekleurde bloedvaten.

Bij mensen met een lichte huid zijn op de binnenkant van de onderarmen blauwgekleurde bloedvaten te zien.
Over deze bloedvaten worden de volgende uitspraken gedaan:

1. het bloed in deze bloedvaten is zuurstofarm,
2. het bloed in deze bloedvaten stroomt in de richting van de vingers,
3. de bloeddruk in deze bloedvaten is lager dan die van de polsslagaders,
4. deze bloedvaten zijn vertakkingen van de armslagaders.

Welke uitspraken zijn juist?

Bloed

Transport van glucose.

Een glucosemolecuul gaat via de kortste weg van de rechterkamer van het hart naar de lever en passeert daarbij een aantal bloedvaten.

1. een longader,
2. de poortader,
3. een nierader,
4. de leverader,
5. de leverslagader.

Door welke van de hierboven genoemde bloedvaten gaat dit molecuul?

Bloed

Bloed in de kransaders.

De kransaders voeren bloed uit het hartspierweefsel. Dit bloed kan terecht komen on onder andere het hart, de hersenen, de longen en de organen in de buikholte.

Waar komt het bloed het eerst?

Bloed

Plaats van het ontstaan van een trombus.

Soms treedt bij de mens stolling van het bloed in een bloedvat op, terwijl er geen beschadiging van de vaatwand is. Dat kan gebeuren op plaatsen waar het bloed langzaam stroomt en ook op plaatsen waar de binnenwand van het vat een onregelmatig oppervlak heeft. Een stolsel dat zo ontstaat, wordt trombus genoemd. Van een trombus kan een stukje loslaten dat dan met het bloed wordt meegevoerd. Zo'n stukje kan in een nauw bloedvat blijven
steken en daardoor dat bloedvat afsluiten.
Bij een patiënt heeft een trombus een hersenslagadertje afgesloten.
Van de volgende vier plaatsen wordt overwogen of daar het trombus kan zijn ontstaan.

1. in een beenader,
2. in een kransslagader van het hart,
3. in de linkerboezem van het hart,
4. in een longader.

Op welke van de genoemde plaatsen kan deze trombus zijn ontstaan?

Bloed

Bloed van linkerbeen naar rechterbeen.

Men onderzoekt langs welke weg bij de mens bloed van het linkerbeen naar het rechterbeen stroomt.

De mogelijke delen van het bloedvaatstelsel, die gepasseerd kunnen worden zijn:

1. linkerboezem,
2. rechterboezem,
3. linkerkamer,
4. rechterkamer,
5. longslagader,
6. longader,
7. longhaarvaten,
8. rechterbeenslagader,
9. aorta.

Welke is de kortste weg die het bloed kan afleggen, nadat dit bloed de linkerbeenader en de onderste holle ader is gepasseerd?

Bloed

Verstopping door een bloedstolsel.

Tegen de wand van een beenader ontstaat een bloedstolsel.
Dit raakt los van de aderwand, stroomt mee met het bloed en veroorzaakt een verstopping.

Deze verstopping zal optreden in een vertakking van een