Oefentoets Biologie: Genetica - monohybried | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 1

Deze digitale toets over erfelijkheid en genetica is gericht op studenten biologie en behandelt onderwerpen zoals de kans op krullend haar, gendominantie bij parkieten en de genetica van ziekten zoals sikkelcelanemie en thalassemie. De toets bevat praktische vragen en scenario's die de kennis van de leerlingen over erfelijke eigenschappen en genotypen testen. - 20 vragen

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Kans op krullend haar bij ouders

4/4 Krullend en sluik haar.
Zie figuur B 1937 van de bijlage.

Man 1 en een vrouw die sluik haar heeft, krijgen samen een kind.

Hoe groot is de kans dat hun kind krullend haar heeft?

afbeeldingafbeelding

Dominantie van het gen voor verenkleur

1/2 Parkieten.

Twee witte parkieten paren met elkaar. Ze krijgen twee jongen. Deze hebben beide witte veren en zijn homozygoot voor de betreffende eigenschap.

Valt uit het bovenstaande op te maken of het gen voor witte veren dominant of recessief is?

Heterozygoot of homozygoot bij parkieten?

2/2 Parkieten.

Valt uit het bovenstaande op te maken of de ouders heterozygoot of homozygoot zijn voor de desbetreffende eigenschap?

Genetica van fruitvliegjes: ouderselectie

1/2 Practicum met fruitvliegjes.

Bij fruitvliegjes is het gen voor lange vleugels (E) dominant over dat voor korte vleugels (e).
Een leraar gaat met zijn klas een practicum uitvoeren. De leerlingen kunnen vliegjes laten paren om nakomelingen te krijgen.
De leerlingen krijgen de opdracht ervoor te zorgen dat de verhouding tussen vliegjes met lange vleugels en vliegjes met korte vleugels in de nakomelingschap 3 : 1 is. In de klas staan potjes met fruitvliegjes die als ouders gebruikt kunnen worden. Op elk potje staat een nummer, het geslacht van de vliegjes en het genotype voor vleugellengte.

afbeeldingafbeelding

Uit welke twee potjes moeten de ouders komen om de opdracht zo goed mogelijk uit te voeren?

Kleur van nakomelingen van fruitvliegjes

2/2 Practicum met fruitvliegjes.
Zie figuur B 2219 van de bijlage.

In de afbeelding is de stamboom van een paar fruitvliegjes weergegeven. Het gen voor zwart is dominant.

Welke kleur kan nakomeling P hebben?

afbeeldingafbeelding

Genotype van kalf met rode vlekken

1/2 Rood of zwart?

Runderen kunnen rode of zwarte vlekken hebben. Eén genenpaar heeft invloed op de kleur van de vlekken. Het gen dat de zwarte kleur veroorzaakt is dominant (A).
Een stier met zwarte vlekken wordt gekruist met een koe met zwarte vlekken. Hun kalf heeft rode vlekken.

Wat is het genotype voor de kleur van de vlekken van het kalf?

Genotype van stierkleur vlekken

2/2 Rood of zwart?

Wat is het genotype voor de kleur van de vlekken van de stier? Of is dit niet uit de gegevens af te leiden?

Bloeddeeltjes bij sikkelcelanemie

1/2 Sikkelcelanemie.
Zie figuur B 2168 van de bijlage.

Sikkelcelanemie is een erfelijke ziekte die in ons land weinig voorkomt. In tropische gebieden komt deze ziekte veel vaker voor. Bij lijders aan sikkelcelanemie wijkt de vorm van bepaalde bloeddeeltjes sterk af. In de afbeelding zijn overeenkomstige bloeddeeltjes weergegeven van een gezond persoon en van iemand die aan sikkelcelanemie lijdt.

Hoe heten de bloeddeeltjes die bij sikkelcelanemie een afwijkende vorm hebben?

afbeeldingafbeelding

Kans op sikkelcelanemie bij kind

2/2 Sikkelcelanemie.

Het gen voor sikkelcelanemie is recessief. Een vrouw die heterozygoot is voor sikkelcelanemie, verwacht een kind van een man die lijdt aan de ziekte.

Hoe groot is de kans dat het kind sikkelcelanemie heeft?

Genotypebepaling in een stamboom

1/2 Een stamboom.
Zie figuur B 2025 van de bijlage.

De afbeelding geeft een stamboom weer. Personen die in de stamboom met zwart zijn aangegeven, hebben een bepaalde erfelijke vorm van doofheid.
Iemand die wel een gen voor deze doofheid bezit, maar zelf niet doof is, wordt een drager genoemd.
Het gen voor horend wordt weergegeven met H, het gen voor doofheid met h.

Wat is het genotype van de personen 2 en 6 die in de stamboom van de afbeelding met zwart zijn aangegeven?

afbeeldingafbeelding

Dragerstatus in een stamboom analyseren

2/2 Een stamboom.

Is persoon 3 in de stamboom van de afbeelding een drager?
En persoon 4?

afbeeldingafbeelding

Genetica van Tongrollen bij Mensen

1/2 Tongrollen.
Zie figuur B 1956 van de bijlage.

Veel mensen kunnen met hun tong een gootje maken (zie de afbeelding, tekening P). Dit wordt tongrollen genoemd. Het gen voor tongrollen (T) is dominant over het gen voor niet-tongrollen (t). In de afbeelding stelt tekening Q een ongeboren baby in een baarmoeder voor. De vader van de baby kan zijn tong niet rollen, de moeder kan het wel en is homozygoot voor deze eigenschap.

Welk genotype heeft een cel op plaats 1?

afbeeldingafbeelding

Genotype van cel op plaats 2

2/2 Tongrollen.

Welk genotype heeft een cel op plaats 2?

afbeeldingafbeelding

Oorlelletjes en erfelijkheid

Oorlelletjes.
Zie figuur B 2003 van de bijlage.

Sommige mensen in Nederland hebben losse oorlelletjes, maar er zijn ook mensen met vaste oorlelletjes (zie de afbeelding).
Alle ouderparen, waarvan zowel de man als de vrouw vaste oorlelletjes hebben, kunnen geen kinderen krijgen met losse oorlelletjes.

Leg dit uit.

afbeeldingafbeelding

Kans op rechte staart bij biggen

Krulstaarten bij varkens.

Bij varkens wordt het voorkomen van een krulstaart veroorzaakt door een bepaald gen.
Een heterozygote zeug (vrouwelijk varken) wordt gedekt door een heterozygote beer (mannelijk varken).
Beide dieren hebben een krulstaart. Er worden acht biggen geboren.
De eerste big blijkt een rechte staart te hebben.

Hoe groot is de kans dat ook de volgende big een rechte staan heeft? Licht je antwoord toe met behulp van een kruisingsschema.

Kans op ziekte van Tay-Sachs bij kinderen

De ziekte van Tay-Sachs.

Een van de verschijnselen van de ziekte van Tay-Sachs is het achteruitgaan van het gezichtsvermogen. De ziekte is het gevolg van een recessief gen. Een bepaalde vrouw heeft dat gen zeker niet. Haar man is heterozygoot.

Hoe groot is de kans dat hun eerste kind de ziekte van Tay-Sachs krijgt? Licht je antwoord toe. Je kunt daarbij een kruisingsschema gebruiken.

Genetica van konijnen: haarlengte en fenotypen

Konijnen kruisen.

Bij konijnen komen kortharige en langharige dieren voor.
Twee kortharige konijnen worden gepaard.
Beide dieren zijn heterozygoot voor het gen voor haarlengte.

Welke fenotypen zijn te verwachten onder de nakomelingen?
In welke verhouding?

Genotype van kippen met gevederde en kale poten

Kippen kruisen.

Bij kippen is het gen voor gevederde poten (F) dominant over dat voor kale poten (f).
Een haan met gevederde poten wordt gekruist met een hen met kale poten. De vijf kuikens uit het eerste nest hebben kale poten.

Wat is het genotype van de haan en wat dat van de hen?

afbeeldingafbeelding

Kans op thalassemie bij hun kind

1/2 Thalassemie.

Thalassemie is een zeer ernstige bloedziekte die het gevolg is van afwijkende rode bloedcellen. De ziekte wordt veroorzaakt door een recessief gen. Iemand die heterozygoot is voor dit gen, wordt een drager genoemd. Een drager heeft meestal voldoende gezonde rode bloedcellen en heeft de ziekte in een minder ernstige vorm.

Rob en Monica zijn allebei drager van thalassemie.

Hoe groot is de kans dat een kind van Rob en Monica de ernstige vorm van thalassemie heeft?

Genetische verspreiding van thalassemie

2/2 Thalassemie.

Komt het gen voor thalassemie in alle gewone lichaamscellen van Rob voor?
En in alle zaadcellen?