Oefentoets Biologie: Ecologie - voedselwebben | VWO 1/VWO 2/VWO 3

Deze oefentoets bevat 7 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

7

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 1, VWO 2, VWO 3

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Ecologie

De Kardinaalsmuts.
Zie figuur B 2698 van de bijlage.
Tekst:
Planten en dieren in het duingebied onderhouden verschillende voedselrelaties met elkaar, maar de Kardinaalsmuts weet wel erg veel eindjes aan elkaar te knopen.
Voor de Zwarte bonenluis, een bladluizensoort, is deze struik een belangrijke redder in de winter: op de slapende knoppen komen de eitjes probleemloos de winter door. In maart-april boren de larfjes uit deze eitjes meteen vaatbundels aan om aan sap te komen. In korte tijd ontstaat uit ieder larfje een stammoeder, die in zich een groot aantal embryo's draagt, zonder dat er een mannetje aan te pas is gekomen.
Mieren melken zwarte bonenluizen en vreten de rupsen van stippelmotten. In de tweede helft van mei verschijnen in de kardinaalsmuts namelijk veel spinsels met daarin eieren van een stippelmotje. De rupsen die uit de eieren in de spinsels ontstaan, doen zich tegoed aan de bladeren van de kardinaalsmuts, maar worden zelf ook gegeten door vogels, sluipwespen en roofwantsen. In oktober vormt de kardinaalsmuts roze vruchten met opvallende oranje zaden. Vogels eten deze zaden graag als ze geen rupsen meer kunnen vinden.
In de winter wordt de kardinaalsmuts ook nog eens geschild door konijnen die de bast tot konijnenhoogte afknagen waardoor er een witte kale stam overblijft. Ook dat overleeft de plant door de aanmaak van nieuwe vaatbundels uit diep in het hout gelegen groeiweefsel.

Teken een voedselnet waarin de organismen die in de tekst zijn onderstreept, verwerkt zijn.
Plaats de pijlen die de voedselrelaties tussen deze organismen weergeven.

afbeeldingafbeelding

Ecologie

1/5 Een voedselnet.
Zie figuur A 603 van de bijlage.

In de figuur is een voedselnet aangegeven.

Bedenk zelf een omnivoor die in dit voedselnet zou passen. Leg je antwoord uit.

afbeeldingafbeelding

Ecologie

2/5 Een voedselnet.
Zie figuur A 603 van de bijlage.

Door een ernstig ongeluk met pesticiden in een tarweveld, sterven alle veldmuizen.

Welke dier uit het net zal van deze sterfte het meeste profiteren? Leg je antwoord uit.

afbeeldingafbeelding

Ecologie

3/5 Een voedselnet.
Zie figuur A 603 van de bijlage.

Welke dier uit het net zal van deze sterfte het meeste nadeel ondervinden? Leg je antwoord uit.

afbeeldingafbeelding

Ecologie

4/5 Een voedselnet.

Hoe noemen we de groep bestrijdingsmiddelen waarmee bijv. luizen, sprinkhanen enz., kunnen worden gedood?

Ecologie

5/5 Een voedselnet.
Zie figuur A 603 van de bijlage.

Als in dit voedselnet een reiger zou worden geplaatst, welke soort ...voor (= eter) zou het dan zijn? Leg je antwoord uit.

afbeeldingafbeelding

Ecologie

Voedselwebben.
Zie figuur B 5287 van de bijlage.

Gebruik bij deze vraag het hiernaast afgebeelde voedselweb.
Het schema (web) gaat over stofstromen in de Waddenzee. Voedselrelaties tussen verschillende organismen zijn aangegeven.
Stel dat door bijvoorbeeld gasboringen een bodemdaling optreedt, waardoor het leefgebied van de kokkel verloren gaat.

Op welke twee diersoorten zal dat dan volgens dit schema vooral invloed hebben?

afbeeldingafbeelding