Oefentoets Biologie: Plantenanatomie | HAVO 4/HAVO 5 | variant 16

Digitale toets over plantenanatomie en -fysiologie, gericht op studenten biologie, met vragen over weefseltypen, transport van stoffen en ontkiemingsprocessen. Test je kennis over de structuur en functies van planten met deze uitdagende meerkeuzetoets. - 20 vragen

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Ontbrekend weefseltype in bladnerven

3/4 Een stengel.
Zie figuur A 432 van de bijlage.

Welk van de weefseltypen 1, 2 en 3 ontbreekt in de nerven van een volgroeid blad?

afbeeldingafbeelding

Transport van organische stoffen in planten

4/4 Een stengel.
Zie figuur A 432 van de bijlage.

Wanneer in het voorjaar de knoppen van een berkenboom beginnen uit te lopen, worden organische stoffen van de wortels naar de knoppen getransporteerd.

Via welk van de weefseltypen 1, 3 en 4 vindt dit transport plaats?

afbeeldingafbeelding

Seizoenen en het afzagen van takken

1/4 Dennentak.
Zie figuur B 1115 van de bijlage.

Uit een afgezaagde dennentak wordt een stukje gesneden zoals in tekening 1 van de afbeelding is weergegeven. De structuur van dit stukje is in tekening 2 schematisch getekend.

Is deze tak afgezaagd midden in het voorjaar, aan het begin van de zomer of midden in de winter?

afbeeldingafbeelding

Levensduur van een dennentak

2/4 Dennentak.
Zie figuur B 1115 van de bijlage.

Heeft deze tak gedurende 3, 4 of 8 jaar levend aan de dennenboom gezeten?

afbeeldingafbeelding

Locatie van cambium in dennentak

3/4 Dennentak.
Zie figuur B 1115 van de bijlage.

In het stukje dennentak zijn plaatsen aangegeven met de letters Q, R, S, T en U.

Op welke van de aangegeven plaatsen bevindt zich cambium?

afbeeldingafbeelding

Vervoer van water en zouten in planten

4/4 Dennentak.

Toen de tak nog aan de boom zat, zijn door deze tak water en zouten naar de naalden vervoerd.

Onder invloed van welke krachten zijn water en zouten naar de naalden vervoerd?

Grens tussen najaarshout en voorjaarshout

1/3 Plantenanatomie.
Zie figuur C 16 van de bijlage.

In de afbeelding is tekening 1 een lengtedoorsnede van een deel van het hout van een dennentak uit Nederland. P geeft parenchymcellen in het hout aan.
Tekening 2 is een deel van een dwarsdoorsnede van dezelfde dennentak.
In het hout in tekening 1 zijn drie lijnen getekend: EF, GH en KL.

Welke van deze lijnen geeft de grens weer tussen najaarshout en het hout, dat in het daaropvolgende voorjaar is gevormd?

afbeeldingafbeelding

Celwanden: cellulose of houtstof?

2/3 Plantenanatomie.
Zie figuur C 16 van de bijlage.

Bevatten de celwanden op plaats Q in tekening 2 cellulose, houtstof of beide stoffen?

afbeeldingafbeelding

Locatie van parenchymcellen in planten

3/3 Plantenanatomie.
Zie figuur C 16 van de bijlage.

In tekening 2 zijn drie plaatsen aangegeven met X, Y en Z. Op één van deze plaatsen bevinden zich parenchymcellen zoals deze in tekening 1 met P zijn aangegeven.

Op welke van deze plaatsen bevinden zich die parenchymcellen?

afbeeldingafbeelding

Turgor van sluitcellen op verschillende tijdstippen

1/3 Sluitcellen.
Zie figuur B 3056 van de bijlage.

In de afbeelding is de vorm weergegeven die de sluitcellen van de huidmondjes van een blad van een plant overdag hebben op twee tijdstippen P en Q.

Verschilt de turgor van de sluitcellen op de tijdstippen P en Q?
Zo ja, is op tijdstip P de turgor kleiner of groter dan op tijdstip Q?

afbeeldingafbeelding

Vormverandering van Sluitcellen en Factoren

2/3 Sluitcellen.
Zie figuur B 3056 van de bijlage.

De vormverandering van de sluitcellen tussen tijdstip P en tijdstip Q is een gevolg van een verandering van de milieuomstandigheden van de plant.
Drie factoren die een rol kunnen spelen bij de waterhuishouding van de plant zijn:

1. de relatieve luchtvochtigheid,
2. de temperatuur,
3. de worteldruk.

Wijziging van welke van deze factoren kan verantwoordelijk zijn voor deze vormverandering van de sluitcellen?

afbeeldingafbeelding

Huidmondjes in planten: locaties en functies

3/3 Sluitcellen.

Kunnen huidmondjes behalve in bladeren ook voorkomen in stengels?
En in ondergrondse wortels?

Drooggewicht van zaden tijdens ontkieming

1/3 Ontkieming.

Een groot aantal even zware zaden van een bepaalde plant wordt op vochtige watten gelegd.
Na enige dagen beginnen de zaden te ontkiemen. Tijdens de ontkieming wordt om de vier uur het drooggewicht van één zaad bepaald. Het drooggewicht is het gewicht van het zaad, wanneer al het water daaruit is verwijderd.

Neemt het drooggewicht van de zaden tijdens de ontkieming af, blijft dit gelijk of neemt dit toe?

Proces van celgroei tijdens ontkieming

2/3 Ontkieming.

Tijdens de ontkieming worden cellen groter doordat in het cytoplasma één grote met vocht gevulde ruimte ontstaat.

Hoe heet dit proces?

Zuurstofopname tijdens ontkieming

3/3 Ontkieming.

Tijdens de ontkieming verbruiken cellen zuurstof.

Hoe komt zuurstof de cellen binnen?

Weefseltypen in planten

1/2 Een plantaardige parasiet.
Zie figuur B 1114 van de bijlage.

Tekening 1 van de afbeelding geeft een deel van een brandnetel (een zaadplant) weer. Om de stengel van deze brandnetel windt zich warkruid. Warkruid is een zaadplant met een parasitaire leefwijze. Het heeft geen wortels in de bodem. Het heeft geen bladgroen en dringt met speciale structuren (haustoria) de stengel van de brandnetel binnen. Daar onttrekt warkruid stoffen aan de gastheer.
In tekening 2 van de afbeelding is een dwarsdoorsnede van de stengel van de brandnetel en van het warkruid getekend. Een weefsel is met P aangegeven.

Is met P in tekening 2 bastweefsel, cambium of houtweefsel aangegeven?

afbeeldingafbeelding

Plantaardige parasieten en voedingsstoffen

2/2 Een plantaardige parasiet.
Zie figuur B 1114 van de bijlage.

Onttrekt de parasiet alleen anorganische, alleen organische of beide typen stoffen aan de brandnetel?

afbeeldingafbeelding

Effect van koeling op het rijpen van appels

1/2 Appels.

Een onrijpe appel is bepaald niet lekker. Tijdens het rijpen wordt de appel zoeter. Ook verandert de kleur meestal van groen naar geel of rood. Bovendien wordt de appel zachter doordat delen van celwanden worden afgebroken door enzymen.
Het rijpen van appels kan door koeling worden geremd.

Welk van de processen die bij het rijpen betrokken zijn wordt of welke worden door de lage temperatuur geremd?

Dronken door overrijpe appels

2/2 Appels.

Door het eten van overrijpe appels, die al wat beginnen te bederven, kunnen dieren dronken worden.

Als gevolg van welke omzetting of welke omzettingen in de appels kunnen dieren die van de appels eten, dronken worden?

Soorten rustperiodes bij planten

1/3 Rust.

Rust wordt bij planten omschreven als een fase van stilstand in de ontwikkeling van de plant.
Planten kunnen een rustperiode gebruiken om ongunstige omstandigheden, zoals extreme temperaturen en droge zomers, te overleven. Veel houtige gewassen laten voor de rustperiode hun bladeren vallen. Veel kruidachtige gewassen vormen knollen, bollen en dergelijke. Een andere manier om ongunstige perioden te overbruggen is het vormen van zaden. Als de omstandigheden voor het ontkiemen van de zaden ongunstig zijn, spreken we van 'opgelegde rust'.

Welk type rust kan alleen samengaan met geslachtelijke voortplanting?