Oefentoets Biologie: Hormoonstelsel - hypofyse | HAVO 4/HAVO 5

Deze oefentoets bevat 17 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

17

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Hormoonstelsel

Nierwerking.

In het lichaam van de mens wordt een hormoon geproduceerd dat de werking van de nieren beïnvloedt: bij verhoogde productie van het hormoon stijgt de bloeddruk en wordt de concentratie opgeloste stoffen in het bloed lager.

Wordt de hoeveelheid geproduceerde urine per tijdseenheid dan groter of kleiner?
Wordt de geproduceerde urine lichter of donkerder van kleur?

afbeeldingafbeelding

Hormoonstelsel

Nierwerking.

Bij de mens wordt de werking van de nieren beïnvloed door een bepaald hormoon. De betreffende hormoonklier geeft dit hormoon af als de concentratie van opgeloste stoffen in het bloed te hoog begint te worden.

Door welke klier wordt dit hormoon gevormd?
Wordt onder invloed van dit hormoon meer of minder urine gevormd?

afbeeldingafbeelding

Hormoonstelsel

Hormonen.

Bewering: X is een klier die hormonen afscheidt, waardoor talrijke andere hormoonklieren in hun werking bestuurd worden; deze klier ligt op plaats Y.

Deze bewering is alleen waar als ingevuld wordt

afbeeldingafbeelding

Hormoonstelsel

Nierwerking.

Door de hypofyse wordt een hormoon afgegeven dat de nieren aanzet tot het opnemen van meer water uit de voorurine.

Zal dit hormoon worden afgescheiden bij stijging of bij daling van de osmotische waarde van het bloed?
Zal de druk van het bloed op de wand van een nierader door de afgifte van dit hormoon stijgen of dalen?

afbeeldingafbeelding

Hormoonstelsel

ADH.

Heeft het drinken van veel water invloed op de ADH-afgifte in het lichaam?
Zo ja, welke?

Hormoonstelsel

Adrenaline.
Zie figuur B 469 van de bijlage.

De afbeelding toont enkele organen van de mens met onder andere aan- en afvoerende bloedvaten.
P is een deel van de onderste holle ader en Q is een deel van de aorta. De bloedvaten R en S staan in verbinding met orgaan T. Orgaan T kan adrenaline afgeven.

Waardoor wordt orgaan T gestimuleerd tot het afgeven van adrenaline?

afbeeldingafbeelding

Hormoonstelsel

Ovulatie.

Waar in het lichaam van een vrouw wordt het hormoon gemaakt dat het optreden van een ovulatie veroorzaakt?

Hormoonstelsel

Groeihormoon.

In welk orgaan wordt bij de mens groeihormoon gevormd?

Hormoonstelsel

Hypofyse.
Zie figuur B 3692 van de bijlage.

De afbeelding is een doorsnede van het hoofd.

Welke letter in de afbeelding geeft de hypofyse aan?

afbeeldingafbeelding

Hormoonstelsel

1/3 Hormonen.

Het hormoon ADH heeft bij de mens invloed op de uitscheiding door de nieren.

Wordt ADH gevormd in het bijniermerg, in de hypofyse of in de nieren?

Hormoonstelsel

2/3 Hormonen.

Heeft ADH invloed op de werking van de cellen van de nierbekkens, van de nierkanaaltjes of van de nierkapsels?

Hormoonstelsel

3/3 Hormonen.

Op een bepaald moment stijgt de concentratie van zouten in het bloed.

Neemt de afgifte van ADH dan af, blijft deze gelijk of neemt deze toe?

Hormoonstelsel

Stofwisseling.

Heeft het drinken van veel water invloed op de ADH-afgifte in het lichaam?
Zo ja, welke?

Hormoonstelsel

Waterafgifte.

Welk van de hormonen ADH, glucagon en thyroxine heeft de meest directe invloed op de mate van urineproductie?

Hormoonstelsel

1/2 Zoutbeperkt dieet.

Iemand heeft bepaalde klachten en bezoekt daarvoor een arts.
Hij blijkt een te hoge bloeddruk te hebben. De arts schrijft hem een zoutbeperkt dieet voor.
Daardoor zal de concentratie zout in zijn bloed dalen. De bedoeling van het dieet is dat als gevolg daarvan ook zijn bloeddruk zal dalen.

Van welk van de hormonen ADH, insuline en thyroxine neemt de afgifte af, wanneer de concentratie zout in het bloed afneemt?

Hormoonstelsel

Een testisbuisje.
Zie afbeelding B 2764 van de bijlage.

Onderstaande tabel kun je gebruiken bij de beantwoording van de volgende vraag.
afbeeldingafbeelding

Welke van de in afbeelding B 2764 aangegeven cellen wordt of worden beïnvloed door het hormoon FSH?



-

afbeeldingafbeelding