Oefentoets Biologie: Voortplanting - mens_hormonen | HAVO 1/HAVO 2/HAVO 3

Deze oefentoets bevat 11 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

11

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 1, HAVO 2, HAVO 3

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Voortplanting

FSH en het LH bij de man.

Het follikelstimulerend hormoon (FSH) en het luteiniserend hormoon (LH) hebben niet alleen invloed op de voortplanting bij de vrouw, maar stimuleren ook bij de man de voortplanting.

De functies van deze hormonen zijn bij de man: de stimulering van

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Progesteron.
Zie figuur B 71 van de bijlage.

Bij vrouwen met een ovulatiecyclus is de concentratie van het hormoon progesteron in het bloed niet constant.

Welk van de afgebeelde diagrammen geeft de verandering van de progesteronconcentratie in het bloed van een vrouw juist weer in de tijd tussen twee opeenvolgende ovulaties?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Stimulering van de melkgift.

De melkgift door de borsten van een zogende moeder wordt gestimuleerd door

Voortplanting

1/2 Veranderingen in het lichaam.

Na het elfde levensjaar begint voor de meeste kinderen een levensfase met veel veranderingen. Sommige van de veranderingen in het lichaam en in de gevoelens worden veroorzaakt door hormonen.
In deze levensfase komt bij jongens de spermaproductie op gang en bij meisjes de eicelrijping.

Welk orgaan maakt bij een vruchtbaar 15-jarig meisje een hormoon dat elke maand de rijping van een eicel op gang brengt?

Voortplanting

2/2 Veranderingen in het lichaam.

De hormonen die de veranderingen veroorzaken, worden in het lichaam verspreid door middel van het bloed.

Door welk deel van het bloed worden die hormonen vooral getransporteerd?

Voortplanting

1/2 Voortplantingsorganen van een man.
Zie figuur B 2165 van de bijlage.

De afbeelding geeft schematisch onder andere de voortplantingsorganen van een man weer.

Noem een functie van onderdeel Q.

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

2/2 Voortplantingsorganen van een man.

Een orgaan waarin de zaadcellen ontstaan, is ook in staat hormonen te maken. Enkele functies van hormonen zijn:

1. beïnvloeden van de ontwikkeling van zaadcellen,
2. beïnvloeden van het glucosegehalte van het bloed,
3. beïnvloeden van secundaire geslachtskenmerken.

Welke van deze functies hebben de hormonen die afkomstig zijn uit hetzelfde orgaan als dat waaruit de zaadcellen komen?

Voortplanting

Melatonine en ovulatie.

In een artikel staat het volgende: Melatonine is een stof die in het hoofd wordt gemaakt. Maar je kunt het ook kopen in de vorm van pillen. Door de werking van melatonine kun je beter slapen. Ook verbetert het de afweer van het lichaam. Sommige mensen nemen daarom elke dag een tablet met deze stof. Maar er zijn ook negatieve effecten van melatonine gevonden. Zo wordt de ovulatie geremd bij vrouwen die veel melatonine gebruiken.

Drie voorbehoedmiddelen zijn: de pil, het condoom en het spiraaltje.

Met de werking van welk voorbehoedmiddel komt het beschreven negatieve effect van melatonine overeen?

Voortplanting

Geslachtshormoonklier.
Zie figuur B 4579 van de bijlage.

In de afbeelding zijn drie hormoonklieren met een letter aangegeven.

Welke letter geeft een klier aan die vrouwelijk geslachtshormoon maakt?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

1/2 Geslachtshormonen.

Geslachtshormonen beïnvloeden onder andere de secundaire geslachtskenmerken.
Bodybuilders benadrukken secundaire geslachtskenmerken zoals spieropbouw en spierkracht.

Waar worden bij een man geslachtshormonen geproduceerd?

Voortplanting

2/2 Geslachtshormonen.

Noem een secundair geslachtskenmerk van een man dat niet in de informatie genoemd is.