Oefentoets Biologie: Mens-milieu | HAVO 4/HAVO 5 | variant 8

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Mens en Milieu

8/9 Edelherten en wolven samen op de Veluwe?

Naast de 'stroming Van de Veen' die, na het uitzetten van wolven, de natuur zijn gang wil laten gaan (natuurontwikkeling), is er een andere stroming die natuurbehoud propageert. Deze stroming wil vooral bestaande, waardevolle natuurgebieden behouden. Dat betekent vaak dat er door de mens moet worden ingegrepen. Als bijvoorbeeld een bepaald heideterrein op de Veluwe behouden moet blijven, moeten er
beheermaatregelen genomen worden: begrazing door schapen of afplaggen. Als dat niet gebeurt, verandert het heideveld in loofbos.

Geef de naam van het proces waarvan die verandering van heide in loofbos een voorbeeld is.

Dit proces is [invulveld]

Mens en Milieu

9/9 Edelherten en wolven samen op de Veluwe?

Stel dat jij in een beleidscommissie voor de Veluwe zit. Je hebt dan te maken met de discussie over natuurontwikkeling of natuurbehoud voor dit gebied. Argumenten die door de verschillende leden in de beleidscommissie genoemd worden, zijn:

1. In een climaxstadium is er een grotere diversiteit.
2. Het voorkomt het uitsterven van bepaalde soorten in Nederland.
3. Er vindt successie plaats.
4. Bijzondere ecosystemen blijven zo bestaan.

Verdeel de genoemde argumenten zodanig dat duidelijk wordt welk argument voor natuurontwikkeling pleit en welk argument voor natuurbehoud pleit.
Doe het zo:
- voor natuurontwikkeling:
- voor natuurbehoud:

Mens en Milieu

1/3 Grote grazers.

Bij het beheer van sommige natuurgebieden in Nederland zoals heidevelden, worden bij wijze van experiment grote grazers ingezet. Gebruikt worden onder andere Schotse hooglanders. Deze runderen zijn goed aangepast aan de kou. De dieren worden niet bijgevoederd en zijn het hele jaar door buiten.

Wanneer de mens een heideveld op zandgrond niet zou laten begrazen en hij ook niet op een andere manier zou ingrijpen, zou er successie optreden.

Wat is het climaxstadium als deze successie kan doorzetten?

Dit stadium zal een [invulveld] zijn

Mens en Milieu

2/3 Grote grazers.

Als op een gegeven ogenblik binnen een redelijk grote populatie van deze runderen een besmettelijke ziekte uitbreekt, zou men kunnen besluiten niet in te grijpen. Er worden geen medicijnen toegediend of vaccinaties uitgevoerd. Een aantal runderen zal dan doodgaan. Op den duur kan deze handelwijze gunstig zijn voor de populatie.

Leg uit waardoor het niet ingrijpen door de mens bij het uitbreken van een ziekte gunstig kan zijn voor de populatie runderen na een aantal generaties.

Mens en Milieu

3/3 Grote grazers.

Als in een gebied een groep van slechts weinig, bijvoorbeeld vijf niet verwante dieren wordt uitgezet, is er een grote kans op inteelt. De kans is dan immers groot dat na een generatie paring optreedt tussen verwante dieren.
Het gevolg daarvan kan zijn dat na een paar generaties steeds meer gebrekkige dieren worden geboren.

Leg uit waardoor bij inteelt de kans op zwakke of gebrekkige dieren toeneemt.

Mens en Milieu

1/4 De Imbos.

Tekst:
De Imbos is een natuurgebied tussen Arnhem en Dieren. De 1451 ha bestaat voor ongeveer een derde uit heidevelden. De rest wordt gevormd door gemengd loofbos (Zomereik, Wintereik, Beuk, Ruwe berk en Zachte berk) en naaldbos (Grove den). Vroeger werd hier roofbouw gepleegd op het toenmalige bos. Er werd een gedeelte platgebrand en voor landbouw gebruikt. Werd zo'n gedeelte onbruikbaar, dan werd weer een nieuw stukje bos platgebrand. Later werden er veel bomen aangeplant, vooral dennen, vanwege de behoefte aan hout.
Sinds 1985 wordt de natuur in de Imbos aan zichzelf overgelaten. De enige ingreep is het uitzetten en instandhouden van een kudde Schotse Hooglanders, runderen die via begrazing de vegetatie kort houden. Voordat de Imbos aan zichzelf werd overgelaten, zijn er eerst enkele ingrepen uitgevoerd, zoals het kappen en verwijderen van een groot aantal bomen. Op sommige plekken werden omgewaaide bomen juist niet verwijderd.

bron: Natuurbehoud, mei 1995

Geef een verklaring voor het verschijnsel dat een platgebrand bosgedeelte, nadat er enige tijd gewassen op waren verbouwd, voor de landbouw onbruikbaar werd.

Mens en Milieu

2/4 De Imbos.

Na het kappen en verwijderen van een groot aantal bomen ten behoeve van de nieuwe beheerstructuur nam de verscheidenheid aan plantensoorten toe. Dit werd onder andere veroorzaakt door verandering in de abiotische factoren licht en temperatuur.

Leg voor elk van beide factoren uit in welk opzicht de factor is veranderd en waardoor de verscheidenheid aan plantensoorten als gevolg daarvan toeneemt.

Mens en Milieu

3/4 De Imbos.

Noem twee gevolgen voor de ecologie van het gebied als omgewaaide bomen blijven liggen.

Mens en Milieu

4/4 De Imbos.

Als in de Imbos geen runderen waren ingezet, zouden de heidevelden veranderd zijn in bos.

Geef de biologische term van het proces dat door de runderen wordt voorkomen.

Dit proces heet [invulveld]

Mens en Milieu

1/4 Konijnen gemeten.
Zie figuur A 649 van de bijlage.

Over konijnen in Nederland zijn veel gegevens verzameld met behulp van afschotcijfers: de aantallen bij de jacht geschoten dieren.
In de tabel hieronder zijn voor de verschillende maanden van het jaar in een bepaald duingebied het totale aantal geschoten konijnen en het percentage volwassen dieren daaronder weergegeven.

afbeeldingafbeelding

Teken op de uitwerkbijlage A 649 een staafdiagram waarin het aantal geschoten volwassen konijnen in de periode augustus tot en met maart is weergegeven. Benoem de assen.

afbeeldingafbeelding

Mens en Milieu

2/4 Konijnen gemeten.

Over de mogelijke oorzaak van de toename van het percentage volwassen konijnen in het afschot van augustus tot en met maart worden twee beweringen gedaan:

1. aan het eind van de periode zijn er minder jongen, want de meeste jongen zijn al volwassen geworden of ten prooi gevallen aan predatoren;
2. door het lage afschot in januari, februari en maart neemt het percentage volwassen konijnen in het afschot automatisch toe.

Welke van deze beweringen is of welke zijn juist?

Mens en Milieu

3/4 Konijnen gemeten.
Zie figuur B 3799 van de bijlage.

In de afbeelding zie je het activiteitenpatroon van konijnen in verschillende maanden van het jaar: van september tot en met april. Marijke Drees (een onderzoekster in Leiden) heeft daarvoor het percentage konijnen bepaald dat in deze maanden op bepaalde tijdstippen buiten het hol is.
Een andere onderzoeker, P, telt iedere maand op een vast moment, een uur na zonsondergang het aantal konijnen. Hij wil zo een beeld van de grootte van de populatie konijnen krijgen.

Leg met behulp van de gegevens van Marijke Drees uit dat onderzoeker P een foutief beeld krijgt (van de ontwikkeling) van het aantal konijnen in de populatie.

afbeeldingafbeelding

Mens en Milieu

4/4 Konijnen gemeten.

De vossendeskundige Jaap Mulder maakte een schatting van de hoeveelheid voedsel die vossen in het PWN-duinreservaat nodig hebben. Dat is het duingebied in Noord-Holland dat wordt beheerd door het Provinciaal Waterleidingbedrijf Noord-Holland. Het is 4765 hectare groot. Konijnen vormen daar voor 90 procent het voedsel van een vos. Per dag eet zo'n vos gemiddeld 700 gram aan voedsel. Het eetbare deel van
een konijn weegt gemiddeld 1500 gram. Een vossenterritorium in het reservaat is 165 hectare en daar leven gemiddeld drie volwassenen (een mannetje en twee vrouwtjes) en drie jongen.

Bereken het aantal konijnen dat die vossen van één territorium in een maand (van 30 dagen) gemiddeld opeten.
Ga ervan uit dat jonge en oude vossen evenveel eten. Rond je uitkomst af tot een heel getal.
Bereken het aantal vossen in het PWN-duinreservaat. Rond je uitkomst af tot een heel getal.

Mens en Milieu

1/6 Loofbos gaat naaldbos vervangen.

Tekst:
"Moet je hier over een jaar of drie wéér eens komen kijken", zegt boswachter Peter Klaver enthousiast. "Dan vind je hier een grote verscheidenheid aan inheemse jonge bomen en struiken.

Het grote voordeel van die gevarieerde begroeiing is dat er ook een grote verscheidenheid aan dieren ontstaat. Je vraagt je misschien af waarom je overal in het Noord-Hollands Duinreservaat die rechteronderkant naaldbossen zonder struiken en kruidachtige planten vindt? Daar zit een verhaal aan vast.

In de jaren '30 werden er in de duinen op grote schaal naaldbomen aangeplant omdat men dacht daarmee geld te kunnen verdienen en stuivend zand te kunnen beteugelen. Als je door een naaldbos loopt, valt op dat het er op de bodem veel minder licht is dan in een loofbos. In de loop der jaren bleek de naaldhoutteelt geen succes. Op een gegeven moment was houtproductie geen hoofddoel meer.

Tegenwoordig is het beheer aan het veranderen. We vinden nu dat we de natuur haar gang moeten laten gaan. Het enige wat we daarbij nog doen, is het op gang brengen van processen die volgens ons een goede aanzet vormen voor verdere natuurlijke ontwikkelingen.
Op plaatsen waar we naaldhout uitdunnen, keert op de open plekken het gevarieerde inheemse bos terug. Daarin vind je onder meer bomen als eik (Quercus robur) en berk (Betula pendula).
Daaronder kunnen zich nu, anders dan in het naaldbos, wèl struiken vestigen, zoals vlier (Sambucus nigra), kamperfoelie (Lonicera periclymenum), braam (Rubus arcticus) en vogelkers (Prunus padus) en ook kruidachtige schaduwplanten als salomonszegel (Polygonatum multiflorum), sleutelbloem (Primula veris) en bosviooltje (Viola riviniana).
Jammer genoeg is er ook een niet-inheemse soort die zich snel vermeerdert: de Amerikaanse vogelkers (Prunus serotina)."

bewerkt naar: Loofbos gaat naaldbos vervangen, Duinleven, september 2000.

De relatie tussen eik en vlier is anders dan die tussen naaldboom en vlier.

Welke relatie bestaat er tussen naaldboom en vlier?



-

Mens en Milieu

2/6 Loofbos gaat naaldbos vervangen.

Geef de biologische naam van het proces dat aangeduid wordt met de zinsnede: "Op de open plekken keert het gevarieerde inheemse bos terug."

Dit proces heet [invulveld].

Mens en Milieu

3/6 Loofbos gaat naaldbos vervangen.

Kun je uit de waarneming dat op de bodem van een naaldbos veel minder licht valt dan op de bodem in een loofbos, de conclusie trekken dat de bladeren van naaldbomen per cm2 bladoppervlak meer licht absorberen dan de bladeren van loofbomen? Leg je antwoord uit.

Mens en Milieu

4/6 Loofbos gaat naaldbos vervangen.

Teken in één diagram een mogelijke tolerantiekromme voor de factor verlichtingssterkte van de salomonszegel en ook een van de eik. Benoem de assen.

Mens en Milieu

5/6 Loofbos gaat naaldbos vervangen.

Tot hoeveel verschillende genera (geslachten) en tot hoeveel verschillende soorten behoren de cursief aangeduide planten in de tekst?

afbeeldingafbeelding

Mens en Milieu

6/6 Loofbos gaat naaldbos vervangen.

Leg uit dat een gevarieerde begroeiing zorgt voor een grote variatie aan diersoorten.

Mens en Milieu

1/5 Natuurbeheer in de duinen.

Tekst:
Natuurbeheerders van PWN (Provinciaal Waterleidingbedrijf Noord-Holland) hebben een kudde schapen ingezet als wapen tegen de vergrassing in de Heemskerkse duinen. De schapen moeten het welig tierende duinriet en de zandzegge kort houden. Andere duinvegetatie krijgt daardoor een grotere kans. Doordat zeven à acht jaar geleden de konijnenstand flink is uitgedund door het VHS-virus, overheersen duinriet en zandzegge de andere vegetatie.

bewerkt naar: Schapen voorkomen vergrassing in duin', Dagblad Kennemerland, 2 mei 1998

Veel wetenschappers beschouwen virussen, zoals het VHS-virus, niet als levend.

Noem twee eigenschappen op grond waarvan virussen niet als levend kunnen worden beschouwd.