Oefentoets Biologie: Voeding | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 27

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Voeding en spijsvertering

4/5 Bacteriën in het verteringskanaal.

In het verteringskanaal maken bacteriën bij de afbraak van koolhydraten gassen zoals methaan, waterstof en zwavelwaterstof.
Als iemand een wind laat, komen deze gassen naar buiten.
De samenstelling van het gasmengsel hangt af van wat er gegeten is.
In de onderstaande tabel staat hoe die samenstelling kan zijn.
afbeeldingafbeelding

Gemiddeld zit er 200 milliliter van dit gasmengsel in het verteringskanaal.

Hoeveel milliliter methaan zit er maximaal in deze hoeveelheid gas?

[invulveld] mL.




-

Voeding en spijsvertering

5/5 Bacteriën in het verteringskanaal.

Vooral na het eten van kool moet iemand veel winden laten, omdat kool veel vezels met onverteerbare koolhydraten bevat.
Sam eet 250 gram gekookte spitskool.
Hieronder is een deel uit de voedingsmiddelentabel afgebeeld met de analyse per 100 gram eetbaar gedeelte van het voedingsmiddel.
afbeeldingafbeelding

Hoeveel gram vezels bevat de spitskool die Sam eet? Leg je antwoord uit met een berekening.




-

Voeding en spijsvertering

1/3 Aambeien.

In een folder staat de volgende informatie over aambeien:
Aan het eind van het darmkanaal zit een sluitspier.
Aan de binnenkant van die sluitspier bevinden zich zwellichaampjes met daarin kleine bloedvaatjes.
Door te veel druk op de zwellichaampjes kunnen aambeien ontstaan.
Zolang de aambeien aan de binnenkant van de darm blijven, geven ze weinig klachten.
Als ze buiten de sluitspier gedrukt worden, veroorzaken ze pijn en jeuk.

Wat is de naam van de sluitspier aan het eind van het darmkanaal?

De [invulveld].

Voeding en spijsvertering

2/3 Aambeien.

Behoren de bloedvaatjes in de zwellichaampjes alleen tot de grote bloedsomloop, alleen tot de kleine bloedsomloop of tot beide?

Voeding en spijsvertering

3/3 Aambeien.

Mensen met een harde ontlasting hebben eerder last van aambeien. Daarom raadt de folder aan:

Zorg dat u genoeg beweegt en drink 6 tot 8 glazen vocht per dag. Eet vezelrijke voeding.

Noem twee verschillende voedingsmiddelen die veel vezels bevatten.

Voeding en spijsvertering

1/5 Vegetarische rookworst.

Een vegetariër is iemand die geen vlees of vis eet.
In de winkels zijn steeds meer producten te koop die voor een vegetariër geschikt zijn.
Zo bestaat er vegetarische rookworst, die gemaakt wordt van planten.
In de afbeelding zijn etiketten van twee soorten rookworst weergegeven.
afbeeldingafbeelding
Vergelijk etiket 1 met etiket 2.

Leg uit waarom alleen vegetarische rookworst voedingsvezels bevat.
Gebruik hierbij de bovenstaande informatie.




-

Voeding en spijsvertering

2/5 Vegetarische rookworst.

Vegetarische rookworst bevat een bepaald mineraal.
afbeeldingafbeelding

Schrijf de naam van het mineraal op dat in vegetarische rookworst voorkomt.

Dit mineraal is [invulveld].




-

Voeding en spijsvertering

3/5 Vegetarische rookworst.

Uit welk ingrediënt is het vet van de vegetarische rookworst afkomstig?
afbeeldingafbeelding

Voeding en spijsvertering

4/5 Vegetarische rookworst.

Een deel van de voedingsstoffen uit de vegetarische rookworst moet eerst worden verteerd. Daarna kunnen deze stoffen in het bloed worden opgenomen.
afbeeldingafbeelding
Welke voedingsstoffen moeten eerst worden verteerd voordat ze in het bloed worden opgenomen?




-

Voeding

Asperges.

Karin zoekt in een voedingsmiddelentabel op wat de samenstelling van asperges is. Zij maakt van de gegevens de onderstaande tabel. Ze vergeet de naam van de voedingsstof in te vullen waaruit de asperge voor het grootste deel bestaat.
afbeeldingafbeelding

Welke voedingsstof heeft Karin vergeten in te vullen op de laatste regel van de tabel? Deze voedingsstof is [invulveld]

Voeding

1/2 Botontkalking.

Om botontkalking te voorkomen wordt vooral jonge mensen aangeraden om calciumrijke voeding te gebruiken: 1200 milligram calcium per dag. Als de botten tijdens de groei sterk en stevig worden, is de kans op botontkalking op latere leeftijd minder groot.
De tabel hieronder is een deel van de voedingsmiddelentabel (geanalyseerd per 100 gram eetbaar gedeelte).
afbeeldingafbeelding
Harry is een jongen van 17 jaar. Hij eet tussen de middag 4 bruine boterhammen (totaal 140 g) met roomboter (20g) en kaas (60 g).

Laat zien dat deze maaltijd van Harry onvoldoende calcium bevat voor één dag. Leg je antwoord uit met een berekening.



-

Voeding

2/2 Botontkalking.
Zie figuur B 3145 van de bijlage.

Een leerling maakt met behulp van de tabel drie cirkeldiagrammen.
Elk cirkeldiagram geeft de verhouding tussen de hoeveelheid eiwitten, vetten en koolhydraten van een calciumrijk voedingsmiddel weer.

Welk diagram hoort bij volle melk?

afbeeldingafbeelding

Voeding

1/2 Broze botten.
Zie figuur B 3115 van de bijlage.

Om broze botten tegen te gaan, worden soms kalktabletten aanbevolen.
Ook kun je door het eten van bepaalde voedingsmiddelen meer kalk binnen krijgen.

Welk van de afgebeelde voedingsmiddelen bevat het meeste kalk (calcium)? Dit is [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Voeding

2/2 Broze botten.

Onderzoekers hebben ontdekt dat vitamine D de opname van kalk verbetert.
Daarmee voorkomt vitamine D het ontstaan van broze botten. In de tabel is informatie van drie voedingsmiddelen weergegeven (geanalyseerd per 100 gram product).

afbeeldingafbeelding

Welk voedingsmiddel uit de tabel bevat per 100 gram het meeste vitamine D?

Voeding

Schimmels.

De hoeveelheid poep van een hond is mede afhankelijk van het soort voedsel dat de hond krijgt. In modern hondenvoer is vaak plantaardig voedsel verwerkt. Van een kilo plantaardig voedsel blijft na vertering meer poep over dan van een kilo dierlijk voedsel.

Geef een oorzaak voor dit verschil.

Voeding

Organismen in een rivier.
Zie figuur B 2554 van de bijlage.

Een groep onderzoekers bestudeerde de organismen in een bepaalde rivier. De organismen die in de rivier leven zijn schematisch weergegeven in de afbeelding.

De onderzoekers aten tijdens het onderzoek veel regenboogforellen. Zij bakten de vissen in olie. Door twee voedingsmiddelen aan de maaltijden met de vis toe te voegen, voldeden de maaltijden aan de eisen van de maaltijdschijf.

Noem twee voedingsmiddelen die de onderzoekers hiervoor konden gebruiken.

afbeeldingafbeelding

Voeding

De Waddenzee.
Zie figuur B 3404 van de bijlage.

In de afbeelding is een deel van een voedselweb van de Noordzee weergegeven. De pijlen naar het schip geven aan dat er ook organismen door de mens gevangen en gegeten worden.

Uit welke voedingsstoffen bestaat het voedsel van zeehonden vooral?

afbeeldingafbeelding

Voeding

Medicijn uit aardappels.

Om een infectie met een schadelijke darmbacterie te voorkomen, moet bij het bereiden van voedsel een aantal maatregelen genomen worden.

Noem zo'n maatregel.

Voeding

1/4 Alcoholgebruik in Nederland.
Zie figuur A 939 van de bijlage.

Van alcoholhoudende dranken kun je beter niet te veel drinken.

Volgens een onderzoek drinken volwassen mannen gemiddeld veertien glazen alcoholhoudende drank per week.

Volwassen vrouwen drinken gemiddeld zeven glazen alcoholhoudende drank per week.
Overgewicht in de vorm van een ‘bierbuik' is één van de mogelijke gevolgen van overmatig gebruik van alcohol.

Maak met behulp van de gegevens uit de informatie het afgebeelde staafdiagram af.

afbeeldingafbeelding