Ademhaling
Hooikoorts.
Een hooikoortspatiënt is allergisch voor bepaalde deeltjes die in de lucht voor kunnen komen.
Noem twee typen deeltjes waarvoor een hooikoortspatiënt allergisch kan zijn.
Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
20
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
VMBO theoretische leerweg, 4
NVON
cc-by-sa-40
Hooikoorts.
Een hooikoortspatiënt is allergisch voor bepaalde deeltjes die in de lucht voor kunnen komen.
Noem twee typen deeltjes waarvoor een hooikoortspatiënt allergisch kan zijn.
Zeehonden verdrinken.
Zeehonden moeten in tegenstelling tot vissen regelmatig naar het wateroppervlak kunnen zwemmen. Zij verdrinken als zij onder water verstrikt raken in de netten die vissers gebruiken om vissen te vangen. Hiervan worden per jaar talrijke zeehonden het slachtoffer.
Leg uit waarom het voor zeehonden wel noodzakelijk is naar het wateroppervlak te zwemmen en voor vissen niet.
Een wesp.
Zie figuur B 1103 van de bijlage.
Een wesp in rust maakt met zijn achterlijf pompende bewegingen als hij op een takje zit. Deze bewegingen zijn
schematisch aangeduid in de afbeelding.
Waarvoor maakt een wesp deze bewegingen?
afbeelding
Walvissen.
Walvissen moeten in tegenstelling tot vissen regelmatig naar het wateroppervlak zwemmen.
Leg uit waarom dit voor walvissen noodzakelijk is en voor vissen niet.
Problemen door roken.
Een vrouw van 40 rookt al vele jaren. Zij heeft nu problemen met traplopen gekregen. Het kost haar veel moeite boven te komen.
Leg uit dat door het roken bij die vrouw problemen zijn ontstaan bij grote inspanningen zoals traplopen.
CARA (COPD).
CARA (COPD) is een verzamelnaam voor verschillende ziekten aan het ademhalingsstelsel. Eén van deze ziekten is longemfyseem.
Noem twee andere ziekten die ook wel worden aangeduid met CARA (COPD).
1/4 Ademhaling.
Zie figuur B 3521 van de bijlage.
In de afbeelding is het bovenlichaam van de mens met een doorsnede van de ademhalingsorganen
schematisch getekend. De afbeelding geeft de situatie weer tijdens een diepe inademing.
Zijn tijdens deze diepe inademing de middenrifspieren samengetrokken?
En zijn er tussenribspieren samengetrokken?
afbeelding
2/4 Ademhaling.
Waar is het koolstofdioxidegehalte van de lucht het hoogst, bij 1, bij 3 of bij 4?
afbeelding
3/4 Ademhaling.
Is buis 2 verstevigd met kraakbeen?
En buis 3?
afbeelding
4/4 Ademhaling.
Komen trilhaarcellen voor in buis 2?
En in buis 3?
afbeelding
Ademhalingsorganen.
Zie figuur B 3521 van de bijlage.
Geef antwoord door 'juist' of 'onjuist' te typen.
1. In de afbeelding is het bovenlichaam van de mens met een doorsnede van de ademhalingsorganen schematisch getekend. De afbeelding geeft de situatie weer tijdens een diepe inademing.
Tijdens deze diepe inademing zijn de middenrifspieren samengetrokken. [invulveld]
Tijdens deze diepe inademing zijn er tussenribspieren samengetrokken. [invulveld]
Buis 2 is verstevigd met kraakbeen. [invulveld]
In buis 3 komen trilhaarcellen voor. [invulveld]
Het koolstofdioxidegehalte van de lucht is bij 4 hoger dan bij 1. [invulveld]
afbeelding
1/3 Gaswisseling.
Bij allerlei processen in organismen worden gassen verbruikt en komen gassen vrij. Het opnemen en afstaan van deze gassen wordt gaswisseling genoemd.
Welk van de volgende gassen wordt door een plant vooral opgenomen tijdens de koolstofassimilatie?
2/3 Gaswisseling.
Bij welk type of welke typen ademhalingsorganen vervult het bloed een belangrijke functie bij het transport van gassen tussen het ademhalingsorgaan en de cellen?
3/3 Gaswisseling.
Zie figuur B 2043 van de bijlage.
De afbeelding is een schema waarin de pijlen gaswisseling bij een organisme voorstellen.
Kan dit een organisme zijn met huidmondjes?
En een organisme met longen?
En een organisme met tracheeën?
afbeelding
Ademhaling: 9 Juist of onjuist vragen.
Zie figuur B 3519 van de bijlage.
Vul in: juist of onjuist.
1. Bij het pantoffeldiertje vindt gaswisseling plaats via het celmembraan. [invulveld]
2. Stekelbaarsjes verversen het water in de kieuwen door pompende bewegingen te maken met de kieuwbogen. [invulveld]
3. Bij zoogdieren is de huid ondoorlaatbaar voor gassen. [invulveld]
4. In ingeademde lucht is het percentage stikstof hoger dan in uitgeademde lucht. [invulveld]
5. Uitgeademde lucht bevat zuurstof. [invulveld]
6. Bij het inademen door de neus wordt de ingeademde lucht vochtiger dan bij het inademen door de mond. [invulveld]
7. Bij hoesten beweegt het middenrif omlaag. [invulveld]
8. Bronchitis en longemfyseem zijn twee van de ziekten die tegenwoordig worden aangeduid met CARA. [invulveld]
9. In de fijne teerdruppeltjes in sigarettenrook komen kankerverwekkende stoffen voor. [invulveld]
afbeelding
Ademhaling: 9 Juist of onjuist vragen.
Zie figuur B 3509 van de bijlage
Vul in: juist of onjuist.
1. Ingeademde lucht bevat een grotere hoeveelheid waterdamp dan uitgeademde lucht. [invulveld]
2. Ingeademde lucht bevat koolstofdioxide. [invulveld]
3. Als je door je neus inademt, wordt de ingeademde lucht gezuiverd door het reukzintuig en de stembanden. [invulveld]
4. Zie figuur B 3509 van de bijlage.
In de afbeelding zijn de huig en het strotklepje getekend tijdens het slikken. [invulveld]
5. Een CARA-patiënt kan contact met dieren maar beter vermijden. [invulveld]
6. De fijne teerdruppeltjes in sigarettenrook vormen een laagje aan de binnenkant van de longblaasjes. [invulveld]
afbeelding
Ademhalingsstelsel.
Zie figuur B 3507 van de bijlage.
In de afbeelding is het ademhalingsstelsel van de mens schematisch getekend.
Hoe heet deel 3? [invulveld]
Met welk nummer is een bronchie aangegeven? met nummer [invulveld]
Met welk nummer is het deel aangegeven waar stemgeluiden worden geproduceerd? met nummer [invulveld]
afbeelding
Ademhalingsstelsel.
Zie figuur B 3507 van de bijlage.
In de afbeelding is het ademhalingsstelsel van de mens schematisch getekend.
Hoe heet deel 7? [invulveld]
Met welk nummer is het strotklepje aangegeven? met nummer [invulveld]
Met welk nummer is een deel aangegeven waar uitwisseling van gassen tussen lucht en bloed plaatsvindt? met nummer [invulveld]
afbeelding
1/3 Ademhaling.
Zie figuur B 2434 van de bijlage.
De tekeningen in de afbeelding geven schematisch enkele delen van de borstkas van de mens weer na een inademing en na een uitademing. Van de talrijke tussenribspieren zijn er maar enkele te zien.
Welk type weefsel bevindt zich op plaats P?
afbeelding
2/3 Ademhaling.
Bij een inademing worden de ribben door middel van de buitenste tussenribspieren omhoog en naar buiten getrokken. Bij een diepe uitademing trekken de binnenste tussenribspieren de ribben omlaag.
Welke tussenribspieren trekken samen om het volume van de longblaasjes sterk te verkleinen?