Oefentoets Biologie: Embryologie | HAVO 4/HAVO 5 | variant 2

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Embryologie

Navelstreng en vruchtvliezen.

I. Via de navelstreng stroomt het bloed van de moeder rechtstreeks naar het kind.
II. Het embryo wordt door 2 vruchtvliezen omgeven.

Embryologie

De eerste stadia van de embryonale ontwikkeling.

Drie beweringen over de eerste stadia van de embryonale ontwikkeling van een gewerveld dier zijn:

1. een gastrula kan uit een blastula ontstaan door een instulping;
2. bij een blastula ontbreekt een holte;
3. bij de vorming van een morula treden meiotische delingen op.

Welke bewering is of welke beweringen zijn juist?

Embryologie

Een zygote en een morula.

Over een zygote en een morula van een bepaald zoogdier worden de volgende beweringen gedaan:

1. Elk van de cellen waaruit de morula bestaat is even groot als de zygote;
2. Het aantal chromosomen per kern in de cellen van de morula is gelijk aan het aantal chromosomen in de kern van de zygote.

Is bewering 1 juist?
En bewering 2?

afbeeldingafbeelding

Embryologie

Ontwikkelingsstadia van embryonale ontwikkeling.

Bij gewervelde dieren worden tijdens de embryonale ontwikkeling onder andere de volgende stadia onderscheiden:

1. blastula,
2. zygote,
3. gastrula,
4. morula.

Welke van onderstaande reeksen geeft de juiste volgorde van deze stadia tijdens de embryonale ontwikkeling weer?

Embryologie

Ontwikkelingsstadia van embryonale ontwikkeling.

In het lichaam van een volwassen vrouw kunnen de volgende ontwikkelingsstadia van een embryo voorkomen:
blastula, tweecellig stadium, viercellig stadium en zygote.

Welk van deze ontwikkelingsstadia wordt of welke worden vrijwel nooit in de baarmoeder aangetroffen?

Embryologie

Zwangerschap.

In het lichaam van een vrouw die vijf maanden zwanger is, zijn onder andere aanwezig: baarmoederslijmvlies, navelstreng en vruchtvliezen.

Welk van deze delen is of welke zijn gevormd door het ongeboren kind?

Embryologie

Bloedvaten van de moeder en het ongeboren kind.

Waar bevinden zich tijdens een gevorderde zwangerschap bloedvaten zowel van de moeder als van het ongeboren kind?

Embryologie

Tekening van een deel van de navelstreng.
Zie figuur B 345 van de bijlage.

De schematische tekening stelt een deel van de navelstreng voor, met daarin drie bloedvaten (1, 2 en 3). De pijlen geven de stroomrichting van het bloed aan.

Behoren de bloedvaten 1 en 2 tot de bloedsomloop van de moeder of tot die van het embryo?
Bevatten de bloedvaten 1 en 2 zuurstofrijk of zuurstofarm bloed?

De bloedvaten 1 en 2 behoren tot de bloedsomloop van

afbeeldingafbeelding

Embryologie

CO2 -concentratie en de bloeddruk in de navelstreng.

Is de CO2 -concentratie in een navelstrengslagader van een zoogdier-embryo hoger of lager dan die in de navelstrengader?
En de bloeddruk?

afbeeldingafbeelding

Embryologie

Zuurstofgehalte en het glucosegehalte in de navelstreng.

In een navelstreng van een zoogdier worden het zuurstofgehalte en het glucosegehalte van het bloed in de ader en in een slagader gemeten.

In welk bloedvat heeft het bloed het hoogste zuurstofgehalte en in welk bloedvat het hoogste glucosegehalte?

afbeeldingafbeelding

Embryologie

Bloed in de longslagaders van een ongeboren kind.

De bloedvaten in de navelstreng van een ongeboren kind maken deel uit van de grote bloedsomloop. De longaders en de -slagaders maken deel uit van de kleine bloedsomloop. Het bloed in de longslagaders van een ongeboren kind wordt vergeleken met het bloed in de longaders van dit kind wat betreft de hoeveelheid glucose en O2 per mL bloed.

Welke uitspraak hierover is juist?

Embryologie

Een doorsnede van een deel van de placenta.
Zie figuur A 136 van de bijlage.

De afbeelding toont een doorsnede van een deel van de placenta met een deel van de navelstreng bij een zwangere vrouw.
In het bloed in de bloedruimte komen onder andere de volgende stoffen voor:

1. aminozuren,
2. antistoffen,
3. hemoglobine.

Welke van deze stoffen kan of welke kunnen, door de wand van de bloedvaten heen, uit de bloedruimte worden opgenomen in het bloed van het ongeboren kind?

afbeeldingafbeelding

Embryologie

De bloedruimte in de placenta.
Zie figuur A 136 van de bijlage.

Is de zuurstofconcentratie van het bloed in de bloedruimte lager dan, gelijk aan of hoger dan die van het bloed in de navelstrengslagaders?

afbeeldingafbeelding

Embryologie

Een embryo in het baarmoederslijmvlies.
Zie figuur A 171 van de bijlage.

De afbeelding stelt schematisch een stadium voor van de ontwikkeling van een embryo in het baarmoederslijmvlies van een vrouw.
In deel 1 ontwikkelen zich bloedvaten.

Zullen deze bloedvaten bloed bevatten van het embryo, van de vrouw of van beiden?

afbeeldingafbeelding

Embryologie

Embryonale ontwikkeling.

Tijdens een zwangerschap zijn in het lichaam van de vrouw onder andere de volgende cellen aanwezig:

1. cellen van de wand van de navelstrengslagader,
2. rode bloedcellen in de navelstrengslagader,
3. cellen van de placenta.

Welke van deze cellen kunnen uitsluitend worden gevormd door het embryo?

Embryologie

Bloedvaten van een ongeboren kind.

Enkele bloedvaten van een ongeboren kind zijn de aorta, een longader, de navelstrengader en een navelstreng slagader.

In welk van deze bloedvaten is de hoeveelheid zuurstof per mL bloed het grootst?

Embryologie

Bloedvaten in de placenta.

Bevinden zich tijdens een gevorderde zwangerschap in de placenta bloedvaten van de moeder en/of het kind?
En in de navelstreng?

afbeeldingafbeelding

Embryologie

Sikkelcelanemie.
Zie figuur B 1631 van de bijlage.

In bepaalde delen van Afrika komt de erfelijke ziekte sikkelcelanemie voor. Bij lijders aan deze ziekte zijn de rode bloedcellen ernstig misvormd: ze zijn sikkelvormig.
Een zwangere vrouw is heterozygoot voor de vorm van de rode bloedcellen. Hierdoor is slechts een deel van haar rode bloedcellen sikkelvormig.

In de afbeelding zijn enkele delen van de moeder en het ongeboren kind aangegeven. Er hebben geen bloedingen plaatsgevonden tijdens de zwangerschap. Het ongeboren kind heeft geen allel voor sikkelcelanemie.

In welke van de aangegeven delen bevinden zich sikkelvormige rode bloedcellen?

afbeeldingafbeelding

Embryologie

De zuurstofgehaltes bij een menselijk embryo.

We meten bij een menselijk embryo de zuurstofgehaltes in de volgende bloedvaten:

1. de navelslagader,
2. de longader,
3. de navelader.

Welk van deze drie bloedvaten bevat het zuurstofrijkste, welk het zuurstofarmste bloed?

afbeeldingafbeelding

Embryologie

De zuurstofgehaltes bij een menselijk embryo.

We meten bij een menselijk embryo (foetus) de zuurstofgehaltes in de volgende bloedvaten:

1. de navelstrengslagader,
2. de navelstrengader,
3. de aorta,
4. de onderste holle ader, vlak voor hij de rechter boezem ingaat,
5. de bovenste holle ader.

Welke reeks geeft een telkens afnemende reeks van zuurstofrijk naar zuurstofarm?