Deze oefentoets bevat 36 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
De afbeelding geeft een volwassen langpootmug en een emelt weer. Een emelt is een larve van een langpootmug. Emelten leven vooral in vochtig grasland, twee tot drie centimeter onder de grond. Ze vreten jonge plantendelen aan. Kale plekken in het grasland zijn hiervan het gevolg. Emelten zijn ongevoelig voor vorst, maar ze kunnen in de winter wel doodgaan als de graszoden door de vorst sterk uitdrogen. Emelten worden in het voorjaar veel door spreeuwen gegeten. Volgens de tekst overleeft een gedeelte van de emelten de winter niet. Door de droogte tijdens een vorstperiode is het gras als voedsel voor de emelten ongeschikt.
Is de droogte een abiotische of een biotische milieufactor? En het voedsel van de emelten?
afbeelding
afbeelding
Ecologie
2/10 Emelten.
Tot welke diergroep behoort een emelt?
Ecologie
3/10 Emelten.
Spreeuwen vangen emelten door met hun snavel een gangetje in de grond te maken. Zij kijken langs hun snavel in het gangetje of ze een emelt zien. Een spreeuw leert een gangetje in de grond te maken bij die gedeelten van een grasland waar de meeste emelten in de bodem zitten.
Wat is voor een spreeuw de inwendige prikkel voor haar voedselzoekgedrag? Wat is een respons op die prikkel?
Ecologie
4/10 Emelten.
Een stuk grasland is in Nederland meestal een monocultuur van grasplanten. De langpootmuggen kunnen zich daar goed in voortplanten.
Noem een oorzaak waardoor het aantal emelten in grasland snel kan toenemen.
Ecologie
5/10 Emelten.
Als het aantal emelten groot is, bestrijdt men ze soms met chemische middelen. Aan het gebruik van deze middelen zijn nadelen verbonden. Sommige bestrijdingsmiddelen zijn niet biologisch afbreekbaar. Daarom zijn deze tegenwoordig verboden. Maar ook aan het gebruik van niet-verboden bestrijdingsmiddelen zijn nog nadelen verbonden. Zij veroorzaken milieuvervuiling.
Noem nog een nadeel van het gebruik van niet-verboden chemische bestrijdingsmiddelen voor andere dieren dan emelten.
Ecologie
6/10 Emelten.
Bij emelten vindt gaswisseling plaats door middel van tracheeën. Bij de gaswisseling via tracheeën speelt de bloedsomloop nauwelijks een rol.
Noem een functie die de bloedsomloop bij emelten heeft.
Ecologie
7/10 Emelten.
Langpootmuggen ondergaan een gedaanteverwisseling. Een langpootmug (mug 1) heeft na bevruchting eieren afgezet in een grasland. Uit een ei ontwikkelt zich een emelt. Deze emelt ontwikkelt zich via een pop weer tot een langpootmug (mug 2). Dit proces is hieronder schematisch weergegeven.
afbeelding
Heeft deze emelt hetzelfde genotype als mug 1? En heeft de emelt hetzelfde genotype als mug 2?
afbeelding
Ecologie
8/10 Emelten. Zie figuur B 2108 van de bijlage.
Het staafdiagram in de afbeelding geeft de lengte van een langpootmug weer tijdens de verschillende stadia van de ontwikkeling.
Waar is in het diagram de lengte van het popstadium aangegeven?
afbeelding
Ecologie
9/10 Emelten.
Noem drie factoren die volgens de gegevens in de tekst invloed hebben op het aantal emelten in een bepaald grasland.
Ecologie
10/10 Emelten.
In de tekst is een aantal groepen organismen genoemd.
Van welke van deze groepen organismen is de totale massa per hectare grasland het grootst?
Ecologie
1/3 Slangenplaag op Guam.
De Bruine boomslang is door de mens op het eiland Guam, in de Stille Oceaan, ingevoerd. Voordien kwamen op het eiland geen slangen voor. De Bruine boomslang veroorzaakt toenemende ellende. In de bossen van het eiland verstoren de slangen het ecosysteem. Nu zijn elf van de twaalf soorten vogels op Guam verdwenen en de twaalfde soort wordt ook bedreigd. In de tekst staat dat het ecosysteem in de bossen van het eiland wordt verstoord.
Wordt deze verstoring volgens de tekst veroorzaakt door een abiotische factor? En door een biotische factor?
Ecologie
2/3 Slangenplaag op Guam.
Slangen eten zelden volwassen vogels. Toch worden vooral vogelsoorten door de Bruine boomslang uitgeroeid.
Geef hiervoor een verklaring.
Ecologie
3/3 Slangenplaag op Guam.
Op het eiland Guam is het biologisch evenwicht danig verstoord. Biologisch evenwicht wil zeggen dat het aantal individuen van elke populatie ongeveer hetzelfde blijft in vergelijkbare seizoenen.
Door welke ingreep kan de mens ervoor zorgen dat het biologisch evenwicht op het eiland Guam weer wordt hersteld?
Ecologie
1/8 De Europese maïsboorder. Zie de figuren B 3398 en B 3399 van de bijlage.
De Europese maïsboorder (zie de afbeelding B 3399) is een insect dat schadelijk is voor de maïsplant. De rupsen (B 3398) voeden zich met weefsel van de maïsplant en daarvoor boort de Europese maïsboorder gangen door bladeren en stengels.
Hoe heten de ademhalingsorganen van maïsboorders? De [invulveld]
afbeeldingafbeelding
Ecologie
2/8 De Europese maïsboorder.
Door gangen te boren in de stengel van een maïsplant verstoren de rupsen het vervoer van water, mineralen en suikers.
Verstoort de Europese maïsboorder het vervoer in de bastvaten? En in de houtvaten?
Zijn mineralen grondstoffen voor de opbouw van maïskorrels? En zijn suikers grondstoffen voor de opbouw van maïskorrels?
Ecologie
4/8 De Europese maïsboorder. Zie figuur B 3403 van de bijlage.
De maïsboorder veroorzaakt vooral schade in de Verenigde Staten. Jaarlijks wordt daar geteld hoeveel rupsen er voorkomen. In de afbeelding zijn de resultaten van zulke tellingen gedurende een aantal jaren in de staat Wisconsin weergegeven.
In welk jaar is de schade aan de maïsproductie door de maïsboorders hoogstwaarschijnlijk het kleinst geweest? Leg uit waardoor de schade dan het kleinst is.
afbeelding
Ecologie
5/8 De Europese maïsboorder. Zie figuur B 3403 van de bijlage.
In de afbeelding is te zien dat in sommige jaren het aantal rupsen sterk gedaald was ten opzichte van het jaar daarvoor.
In welk jaar was deze daling het sterkst? In [invulveld]
afbeelding
Ecologie
6/8 De Europese maïsboorder. Zie figuur B 3403 van de bijlage.
In de afbeelding is te zien dat in sommige jaren het aantal rupsen sterk gedaald was ten opzichte van het jaar daarvoor.
Noem een biotische factor die oorzaak kan zijn van zo'n sterke daling.
afbeelding
Ecologie
7/8 De Europese maïsboorder.
Het is onderzoekers in de Verenigde Staten door genetische modificatie gelukt om een nieuw maïsras te ontwikkelen: Bt-maïs. Ze hebben daarvoor van een bacterie een deel overgebracht in een cel van een maïsplant. Cellen van deze Bt-maïsplanten maken daardoor een gifstof die maïsboorders doodt. Maïstelers hoeven dan minder insectenbestrijdingsmiddelen te gebruiken.
Welk deel van de bacterie is overgebracht?
Ecologie
8/8 De Europese maïsboorder.
Een maïsteler overweegt Bt-maïs te verbouwen. In een tijdschrift leest hij echter dat er maïsboorders bestaan die resistent zijn tegen de gifstof van Bt-maïs. De resistentie wordt veroorzaakt door een recessief gen.
Welk genotype hebben resistente maïsboorders?
Ecologie
1/4 Nonnetjes. Zie figuur B 1570 van de bijlage.
Nonnetjes (zie de afbeelding) zijn vlinders die voorkomen in de Nederlandse naaldbossen. Deze larven van deze vlinders eten uitsluitend de naalden van de bomen. Soms is de vraat zó groot dat de bomen kaal worden. Om de larven te doden kan men vergif spuiten. Men kan ook bepaalde sluipwespen in zo'n bos verspreiden. Deze sluipwespen zijn insecten die hun eieren in de larven van nonnetjes leggen. De sluipwespenlarven die uit deze eieren komen, eten de larven de nonnetjes van binnenuit op.
Welke van de in de tekst genoemde soorten organismen behoren tot de consumenten?
afbeelding
Ecologie
2/4 Nonnetjes.
Door de larven van de nonnetjes verliezen de bomen naalden. Van een aantal bomen werd de zuurstofproductie vóór en ná het verlies van naalden bepaald.
Wat zal het gevolg zijn van het verlies van de naalden voor de productie van zuurstof?
Ecologie
3/4 Nonnetjes.
Het gebruik van een bestrijdingsmiddel tegen nonnetjes kan milieuverontreiniging veroorzaken, zoals bodem- en waterverontreiniging. Voor dieren zijn er nog meer nadelen van het gebruik van dit bestrijdingsmiddel.
Noem zo'n nadeel.
Ecologie
4/4 Nonnetjes.
Neemt een larve van een nonnetje koolhydraten op uit de naalden van een boom? En zouten?
afbeelding
Ecologie
1/2 Huiszwammen.
Huiszwammen zijn schimmels. Huiszwammen tasten houten vloerbalken in huizen langzaam aan, zodat de bewoners op een gegeven moment door de vloer zakken.
Zijn huiszwammen consumenten, producenten of reducenten?
Ecologie
2/2 Huiszwammen.
Jacob heeft last van huiszwammen in de vloerbalken van zijn huis. Hij overweegt de volgende twee maatregelen om de zwammen te bestrijden.
1. Ventilatiegaten maken, zodat drogere lucht onder de vloerbalken kan komen. 2. Het verhitten van de balken met stoom van 100 graden Celsius.
Door welke van de maatregelen zal de hoeveelheid huiszwam afnemen?
Ecologie
1/4 Runderdazen. Zie figuur B 2880 van de bijlage.
Runderdazen (zie de afbeelding) behoren tot de grootste vliegen die in West-Europa voorkomen. De vrouwtjesdazen zuigen bloed. Hun kaken zijn getande dolken waarmee ze aanzienlijke verwondingen bij runderen kunnen veroorzaken. De larven van de runderdaas leven in de grond. Daar jagen ze op emelten, de larven van langpootmuggen. Emelten eten vooral van de wortels van gras. In een weiland kan zo de hoeveelheid gras voor de runderen aanzienlijk teruglopen. Zowel de larven van de runderdaas als de emelten worden door kieviten gegeten.
Hoe heten de ademhalingsorganen van een daas? Deze heten [invulveld]
afbeelding
Ecologie
3/4 Runderdazen.
Welk voordeel heeft de daas van de verandering die het speeksel in het bloed veroorzaakt?
Ecologie
4/4 Runderdazen. Zie figuur B 2880 van de bijlage.
Runderdazen (zie de afbeelding) behoren tot de grootste vliegen die in West-Europa voorkomen. De vrouwtjesdazen zuigen bloed. Hun kaken zijn getande dolken waarmee ze aanzienlijke verwondingen bij runderen kunnen veroorzaken. De larven van de runderdaas leven in de grond. Daar jagen ze op emelten, de larven van langpootmuggen. Emelten eten vooral van de wortels van gras. In een weiland kan zo de hoeveelheid gras voor de runderen aanzienlijk teruglopen. Zowel de larven van de runderdaas als de emelten worden door kieviten gegeten.
Alle in de tekst genoemde organismen zijn samen een voedselweb.
Schrijf al de organismen uit de tekst op en geef met pijlen aan op welke manier het voedselweb in elkaar zit.
afbeelding
Ecologie
1/2 Een aardappelplant.
Aardappelmoeheid is een ziekte bij aardappelplanten die veroorzaakt wordt door nematoden. Nematoden zijn kleine wormpjes die gangen vreten in groeiende aardappelen.
Zijn deze aaltjes consumenten, producenten of reducenten?
Ecologie
2/2 Een aardappelplant.
In een veld met aardappelplanten komen bacteriën in de bodem voor.
Twee beweringen over de activiteiten van bacteriën in dat aardappelveld zijn:
1. bacteriën zetten stoffen waaruit aardappelplanten zijn opgebouwd, om in zouten die door de aardappelplanten opgenomen kunnen worden; 2. bacteriën zetten stoffen uit de lucht en de bodem om in stoffen die door aardappelplanten opgenomen kunnen worden.
Welke van deze beweringen is of welke zijn juist?
afbeelding
Ecologie
3/3 Ziekten en plagen.
Bij welke weersomstandigheden worden planten het meest aangetast door schimmels?