Oefentoets Biologie: Genetica - ziektes | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4

Deze oefentoets bevat 5 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

5

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Genetica

Kanker.

Bij kanker kan uitzaaiing plaatsvinden.

Wat gebeurt er bij uitzaaiing?

Genetica

Kanker.

Bij kanker kan uitzaaiing plaatsvinden.

Wat gebeurt er bij uitzaaiing?

Genetica

De hielprik.

Sikkelcelanemie wordt bepaald door een recessief gen. Iemand die heterozygoot is voor deze eigenschap, wordt een drager genoemd. Een drager heeft de ziekte niet.

Twee ouders die beiden drager zijn, krijgen een kind.

Hoe groot is de kans dat dit kind sikkelcelanemie zal hebben? Deze kans is [invulveld] %

Genetica

1/2 Taaislijmziekte.

Taaislijmziekte is een ernstige erfelijke ziekte die wordt veroorzaakt door een recessief gen (r). Mensen die het dominante gen (R) bezitten hebben de ziekte niet.

Clara en Jan zijn beiden heterozygoot voor taaislijmziekte. Clara is zwanger. Ze willen weten hoe groot de kans is dat de baby taaislijmziekte krijgt.

Hoe groot is deze kans?

Genetica

2/2 Taaislijmziekte.

Bij Clara wordt een vruchtwaterpunctie uitgevoerd. Hierbij wordt met een naald wat vruchtwater opgezogen. In het vruchtwater bevinden zich losse cellen van het embryo. Door deze cellen te onderzoeken kan bepaald worden of het embryo genen voor taaislijmziekte heeft.

Het onderzoek wijst uit dat de baby geen taaislijmziekte zal krijgen.

Welk genotype of welke genotypen kan de baby hebben?