Oefentoets Biologie: Dierfysiologie | HAVO 4/HAVO 5 | variant 2
Ontdek de digitale toets over de effecten van lichamelijke inspanning, energieproductie en stofwisseling, gericht op studenten in de biologie en gezondheidswetenschappen. Test je kennis met vragen over fysiologische processen en aanpassingen van dieren aan hun omgeving. - 20 vragen
Aantal vragen
20
Vak(ken)
Biologie
Kerndoel(en)
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
Leerniveau(s)
HAVO 4, HAVO 5
Uitgever
NVON
Copyright
cc-by-sa-40
Effecten van Lichamelijke Inspanning
Lichamelijke inspanning.
Er worden drie beweringen gedaan over de effecten van lichamelijke inspanning:
1. de warmteproductie neemt toe, 2. de longventilatie neemt af, 3. de warmte-afgifte wordt geremd.
Welke van deze drie beweringen is(zijn) juist?
Metingen van Apen in Verschillende Temperaturen
Apen.
Een aap (P) bevindt zich in een ruimte waarin de temperatuur 5°C is. Zijn even grote en even zware eeneiige tweelingbroer (Q) bevindt zich in een ruimte waarin de temperatuur 20°C is. Beide dieren zijn in rust. Bij deze apen worden de volgende metingen gedaan:
1. meting van de hoeveelheid zuurstof die per tijdseenheid wordt verbruikt, 2. meting van de hoeveelheid koolstofdioxide die per tijdseenheid wordt uitgeademd, 3. meting van de zweetproductie per tijdseenheid.
Welke van deze metingen levert of welke leveren bij aap P een hogere waarde dan bij aap Q?
Energieproductie in spierweefsel
Reacties bij de mens in spierweefsel.
De volgende reacties kunnen in cellen plaatsvinden:
Welke reactie kan of welke reacties kunnen bij de mens in spierweefsel plaatsvinden?
Energie-omzettingen in het menselijk lichaam
Energie-omzettingen in het lichaam van de mens.
Het schema geeft een aantal energie-omzettingen weer die in een organisme mogelijk zijn. afbeelding Welke energie-omzettingen komen in het lichaam van de mens voor?
Energieverbruik van het lichaam bij groei
Energieverbruik door het lichaam van de mens. Zie figuur A 389 van de bijlage.
Het energieverbruik door het lichaam van de mens is op verschillende leeftijden niet hetzelfde. In het diagram van de afbeelding is vanaf de geboorte tot de leeftijd van 18 jaar met verschillende arceringen weergegeven hoeveel energie gemiddeld per dag door een jongen wordt verbruikt voor beweging, groei en stofwisseling in rust.
Met welke arcering is het energieverbruik voor de groei weergegeven?
afbeelding
Overwinteren van kikkers in modder
Een kikker in de zomer en in de winter.
Een kikker kan in een sloot in de modder overwinteren. Raakt dit dier echter 's zomers in de modder, dan zal hij na enige tijd sterven.
Men bekijkt nu de volgende factoren zowel 's zomers als 's winters:
1. het stofwisselingsniveau van de kikker, 2. de grootte van het ademhalingsoppervlak, 3. het zuurstofgehalte van modder, 4. de diffusiesnelheid van zuurstof.
Welke van deze factoren zal/zullen zodanig veranderen dat overwinteren in de modder mogelijk is?
Energieverbruik van dieren door het jaar
Energieverbruik bij dieren.
Zowel bij koudbloedige als bij warmbloedige dieren varieert het energieverbruik in de loop van het jaar.
Het energieverbruik is relatief hoog bij
Energieverbruik bij koud- en warmbloedige dieren
Energieverbruik bij dieren.
Zowel bij koudbloedige als bij warmbloedige dieren verandert het energieverbruik in de loop van het jaar.
Het energieverbruik is hoog bij
Lichtgevende organen en stofwisseling bij diepzeevissen
Lichtgevende organen bij diepzeevissen.
Bij bepaalde diepzeevissen komen lichtgevende organen voor. Het licht van deze organen wordt vaak geproduceerd door lichtgevende bacteriën. Deze bacteriën en vissen leven dan in een bepaald samenlevingsverband. Dit samenlevingsverband levert deze organismen wederzijds voordeel op: de vis levert koolhydraten en eiwitten aan de bacteriën; de bacteriën geven licht dat de vis benut voor bijvoorbeeld de communicatie met soortgenoten. Over de stofwisseling van deze bacteriën worden de volgende uitspraken gedaan:
1. ze zijn waarschijnlijk heterotroof; 2. ze zijn waarschijnlijk autotroof door chemosynthese; 3. ze zijn waarschijnlijk autotroof door fotosynthese; 4. ze zijn waarschijnlijk autotroof door fotosynthese als ze licht afgeven en autotroof door chemosynthese als ze geen licht afgeven.
Welke van deze uitspraken is op grond van de gegevens de meest voor de hand liggende?
Transport van stoffen in het menselijk lichaam
Transport van stoffen in het lichaam van de mens.
In het lichaam van de mens vindt onder andere transport van de volgende stoffen plaats:
1. zuurstof vanuit longlucht naar het bloed; 2. koolstofdioxide vanuit spiercellen naar het bloed; 3. aminozuren vanuit de darmholte naar het bloed.
In welk of in welke van deze gevallen vindt het transport uitsluitend plaats door middel van passief transport?
Dieren in droge omgevingen
Dieren in een droog milieu.
Is bij dieren die in een droog milieu leven de huid doordringbaar voor water of ondoordringbaar? Is bij deze dieren de urine sterk geconcentreerd of niet sterk geconcentreerd?
afbeelding
Waterverlies en overleving van insecten
Waterverlies bij een insect.
Een insect, dat normaal in een opgerold blad leeft, gaat dood wanneer het op een warme, droge dag uit het opgerolde blad wordt gehaald. Als mogelijke verklaring voor dit dood gaan wordt beweerd dat:
1. het opgerolde blad een teveel aan waterverlies door verdamping tegengaat; 2. het in het opgerolde blad levende insect zijn tracheeën niet meer kan gebruiken, zodra het omhulsel wordt weggenomen.
Kan 1 een juiste verklaring zijn? Kan 2 een juiste verklaring zijn?
afbeelding
Eet- en drinkgewoonten in de woestijn
Eet- en/of drinkgewoonten in een woestijnklimaat.
In een woestijnklimaat kan iemand bij flinke inspanning wel 10 liter vocht per dag kwijtraken in de vorm van zweet. Wanneer Europeanen pas in een woestijnklimaat werken, dreigen ze soms ziek te worden doordat zij hun eet- en/of drinkgewoonten nog niet hebben aangepast.
Hoe moeten zij hun eet- en/of drinkgewoonten aanpassen om niet ziek te worden?
Regeling van lichaamstemperatuur bij vlinders
Regeling van de temperatuur.
Een bepaalde soort vlinder handhaaft, in tegenstelling tot de meeste andere insecten, een constante temperatuur van 41°C in het centrale deel van het lichaam. Verder heeft dit dier onder andere de volgende kenmerken:
1. de circulatie van lichaamsvocht naar de lichaamsdelen aan de oppervlakte kan geregeld worden; 2. het dier in rust kan met de vleugels trillen; 3. het dier is sterk behaard.
Welke van deze kenmerken kunnen bijdragen tot de instandhouding van de constante lichaamstemperatuur?
Warmteverlies en -productie bij dalende temperatuur
Dalende omgevingstemperatuur
Een proefpersoon bevindt zich in een ruimte waarin de temperatuur daalt van 20°C naar 5°C. Hij trekt geen extra kleren aan.
Neemt het warmteverlies van deze persoon toe of af? En de warmteproductie?
afbeelding
Lichaamstemperatuur en omgevingstemperatuur
Lichaamstemperatuur in relatie tot de omgevingstemperatuur.
Over de lichaamstemperatuur van een mens in rust in relatie tot de omgevingstemperatuur worden de volgende uitspraken gedaan:
1. bij een omgevingstemperatuur van 5°C is de temperatuur van de weefsels van de onbedekte handen lager dan 37°C; 2. bij een omgevingstemperatuur van 40°C en droge lucht wordt een licht briesje als weldadig (afkoelend) ervaren; dit geldt niet als de lucht verzadigd is met waterdamp; 3. bij een omgevingstemperatuur die hoger is dan de lichaamstemperatuur kan het lichaam toch nog warmte verliezen door de verdamping van transpiratievocht
Welke uitspraak of welke uitspraken zijn juist?
Lichaamstemperatuur en aanpassingsprocessen
Het constant houden van de lichaamstemperatuur.
Enkele processen die bij de mens kunnen bijdragen tot het constant houden van de lichaamstemperatuur zijn:
1. verwijding van de diameter van de huidbloedvaten, 2. vermindering van de hoeveelheid zweet die vanaf de huid verdampt, 3. vergroting van de dissimilatie, 4. vermindering van vetopslag in onderhuids bindweefsel.
Iemand stapt zonder jas vanuit een kamer met een temperatuur van 25°C zijn tuin in waar een temperatuur van -10°C heerst. Zijn lichaam past zich dan snel aan deze veel lagere omgevingstemperatuur aan.
Welke van de genoemde processen vinden plaats als reactie op deze sterke temperatuurverlaging?
Zeehonden en hun lichaamstemperatuur
Zeehonden in de poolstreken.
Er zijn zeehonden die in de poolstreken leven. Tijdens de poolzomer liggen ze in de zon op het pakijs. Op de plaats waar ze liggen, smelt het pakijs nauwelijks. Mogelijke verklaringen voor dit feit zijn:
1. Een zeehond past zijn lichaamstemperatuur aan de temperatuur van de omgeving aan. 2. Als een zeehond in de zon ligt, vindt er minder dissimilatie plaats doordat uit de omgeving warmte wordt opgenomen. 3. Een zeehond heeft een dikke onderhuidse vetlaag waardoor de afgifte van warmte wordt beperkt. 4. Als een zeehond in de zon ligt, stroomt er meer bloed naar de huid en blijft de lichaamstemperatuur constant.
Welke van deze verklaringen is juist?
Zuurstofverbruik en spierweefselactiviteit
Zuurstofverbruik van een stukje spierweefsel. Zie figuur B 349 van de bijlage.
In een experiment werd het verband bepaald tussen de tijd en het zuurstofverbruik van een stukje spierweefsel. Het resultaat is in het diagram weergegeven.
Kan op tijdstip T dissimilatie in het weefsel plaatsvinden? Kan op tijdstip T het spierweefsel zijn samengetrokken?
afbeelding
afbeelding
Zuurstofverbruik tijdens de groei van mensen
Groei van baby tot volwassene.
Tijdens de groei van een mens van baby tot volwassene treedt een verandering op in de verhouding tussen volume en oppervlak. Dit heeft gevolgen voor de stofwisseling. Bij een onderzoek wordt het zuurstofverbruik in rust per kilogram lichaamsgewicht per uur van groepen mensen van 1 jaar, 5 jaar, 10 jaar en 20 jaar gemeten. De omstandigheden tijdens de metingen zijn in alle gevallen hetzelfde.
Bij mensen van welke van de genoemde leeftijdsgroepen zal gemiddeld in rust de meeste zuurstof per kilogram lichaamsgewicht per uur worden verbruikt?