Oefentoets Biologie: Voeding | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 2

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Spijsvertering

1/6 Verstopping.
Zie figuur B 4474 van de bijlage.

Bij iemand met verstopping is de ontlasting te hard. De harde ontlasting hoopt zich op bij de kringspier aan het eind van het verteringskanaal en kan alleen met veel moeite naar buiten worden geperst.
In de afbeelding is het laatste deel van het verteringskanaal weergegeven.

Letter P geeft het deel aan waarin de harde ontlasting zich ophoopt bij verstopping.

Geef de naam van P.

Dit is de [invulveld].

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

2/6 Verstopping.

Geef de naam van de kringspier die aangegeven wordt in de afbeelding.

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

3/6 Verstopping.

Verstopping ontstaat als de bewegingen van de dikke darm te langzaam zijn.
De voedselbrij blijft dan te lang in de darm en er wordt te veel water opgenomen.

Hoe heten de bewegingen die de dikke darm maakt?

Spijsvertering

4/6 Verstopping.

Ontlasting bestaat onder andere uit water, bacteriën en voedselresten die zijn overgebleven nadat de verteerde voedingsstoffen zijn opgenomen in het bloed.

In welk deel van het verteringskanaal worden vooral veel verteerde voedingsstoffen opgenomen in het bloed?

Spijsvertering

5/6 Verstopping.
Zie figuur B 4475 van de bijlage.

Soms wordt bij iemand met verstopping een beetje ontlasting onderzocht.
In de afbeelding zijn cellen weergegeven die bij zo'n onderzoek te zien zijn door een microscoop.

Kunnen deze cellen darmbacteriën zijn? Leg uit waaraan je dat kunt zien in de afbeelding.

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

6/6 Verstopping.
Zie figuur A 966 van de bijlage.

Om verstopping tegen te gaan wordt onder andere aangeraden veel te drinken en gevarieerde, vezelrijke voeding te eten.
Met behulp van de Schijf van Vijf van het Voedingscentrum kan een gevarieerd menu worden samengesteld.
Hierbij worden voedingsmiddelen ingedeeld in vijf groepen (zie de afbeelding).
In de afbeelding zijn de verschillende groepen voedingsmiddelen aangegeven met cijfers.

Welke twee cijfers geven groepen voedingsmiddelen aan die vezelrijke producten bevatten?

De nummers [invulveld] en [invulveld].

afbeeldingafbeelding

Voeding

1/5 Maag-darmkanker.

In de plooien aan de binnenkant van de maagwand komen bacteriën voor. Deze bacteriën kunnen daar maagzweren veroorzaken. Vermoedelijk hebben ze ook iets met het ontstaan van kanker te maken.
Maagdarmkanker komt in de westerse wereld steeds minder voor.
Men vermoedt dat dit te maken heeft met het feit dat men meer producten eet met veel vezels en zetmeel. Er wordt ook beweerd dat vitamine C maagdarmkanker tegengaat.

Over het belang van vezels voor het verteringskanaal doen twee leerlingen een uitspraak.

Arjen: Door de vezels trekken de spieren in de wand van de darmen sterker samen.
Jos: De vezels zijn gemakkelijk te verteren.

Wie doet een juiste uitspraak?

Voeding

2/5 Maag-darmkanker.

Vier gerechten zijn:
gerecht 1: 100 g gebakken vis met een lepel botersaus;
gerecht 2: 100 g salade van ijsbergsla, tomaten en radijs met slasaus:
gerecht 3: 100 g spaghetti met tomatensaus, hamblokjes en kaas;
gerecht 4: 100 g chocoladevla met slagroom.

Welk van deze gerechten heeft het hoogste vezelgehalte?

Voeding

3/5 Maag-darmkanker.

Wanneer bepaalde stoffen uit het voedsel lang kunnen inwerken op een plaats in het verteringskanaal, wordt daar de kans op kanker vergroot.

Verklaar waardoor veel darmperistaltiek de kans op maagdarmkanker verkleint.

Voeding

4/5 Maag-darmkanker.

Iemand vraagt jou wat hij uit een aantal mogelijkheden moet kiezen om te eten om zoveel mogelijk vitamine C binnen te krijgen.

Welke twee van de onderstaande zes mogelijkheden moet je dan adviseren?

- een appel
- twee eieren
- een sinaasappel
- twee sneden brood
- 100 g mager vlees
- 200 mL yoghurt

Voeding

5/5 Maag-darmkanker.

Chantal wil een maaltijd met een zo hoog mogelijk vezelgehalte en een zo hoog mogelijk zetmeelgehalte. Zij heeft de keuze uit de volgende vier gerechten:

gerecht 1: 100 g gebakken vis met een botersaus;
gerecht 2: 100 g salade van ijsbergsla, tomaten en radijs met slasaus;
gerecht 3: 100 g spaghetti met 100 g saus van hamblokjes, tomaten en kaas;
gerecht 4: 100 g chocoladevla met slagroom.

Welke twee gerechten kan Chantal dan het beste kiezen?

Spijsvertering

1/4 Dikke-darmpoliep.

Een poliep is een uitstulping van het slijmvlies. Slijmvlies is een weefsel dat aan de binnenkant van het spijsverteringskanaal zit.

Wat is een weefsel?

Spijsvertering

2/4 Dikke-darmpoliep.
Zie figuur B 3427 van de bijlage.

In de afbeelding is een doorsnede van een darm weergegeven.

Op welke plaats bevindt zich het slijmvlies?

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

3/4 Dikke-darmpoliep.
Zie figuur A 817 van de bijlage.

Vooral bij oudere mensen komen poliepen in de dikke darm voor.
In de afbeelding is het spijsverteringskanaal van een mens weergegeven.

Met welke letter is de dikke darm aangegeven?

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

4/4 Dikke-darmpoliep.

Soms ontwikkelen darmpoliepen zich tot kwaadaardige gezwellen. Vezelrijke voeding beschermt tegen deze gezwellen.

Een vezelrijk voedingsmiddel is

Spijsvertering

Alcohol en borrelnootjes voor de maaltijd.

Als de lever teveel alcohol te verwerken krijgt, is er een grote kans op een leverbeschadiging.

Welk proces in de darm kan minder goed verlopen, als gevolg van een beschadiging van de lever?

Voeding

Alcoholcontrole.

Bij een maaltijd wordt soms wijn of bier gedronken. Om daarna een auto te mogen besturen mag er niet teveel alcohol in het bloed zitten. De politie gebruikt voor de alcoholcontrole bij automobilisten een ademtest. De automobilist moet in een apparaat blazen. Als hij teveel heeft gedronken, geeft het apparaat dit aan.

Waarop reageert het apparaat?

Voeding

Additieven.

Aan voedingsmiddelen worden soms stoffen toegevoegd met als doel de voedingsmiddelen langer houdbaar te maken. Soms worden ook stoffen toegevoegd met als doel de voedingsmiddelen aantrekkelijker te maken.

In welk(e) van deze gevallen worden de toegevoegde stoffen additieven genoemd?

Voeding

De voeding van een kind.

In onderstaande tabel staat hoeveel een kind van 8 jaar gemiddeld per dag van bepaalde voedingsstoffen nodig heeft.
Ook is vermeld hoeveel Els, een kind van 8 jaar, gedurende lange tijd gemiddeld per dag van deze stoffen opneemt.
afbeeldingafbeelding

Hoe zal Els het eiwit zoal gebruiken, als bouwstof, als brandstof of als reservestof worden gebruikt?

Voeding

Voeding.

In onderstaande tabel is voor zeven verschillende personen (kolom 1 t/m 7) aangegeven de behoefte aan calorieën en enkele voedingsstoffen per dag.
In kolom 1 staat aangegeven de behoefte van een normale, volwassen man.

afbeeldingafbeelding

Welke kolommen van de hier bovenstaande tabel geven respectievelijk aan de normale behoefte aan calorieën en de genoemde voedingsstoffen van:

een baby van 3 maanden (X);
een volwassen vrouw die iets kleiner is dan een volwassen man (Y);
een volwassen vrouw die drie maanden zwanger is (Z)?




-