Toegang en ligging van gebieden
Als een gebied makkelijker toegankelijk wordt, verandert dan de relatieve ligging of de absolute ligging?
Deze digitale toets over geografie en toerisme richt zich op studenten en behandelt onderwerpen zoals de toegang en ligging van gebieden, massatoerisme en de impact op de economie en natuur. Test je kennis met vragen over relatieve afstand, reisverkeersbalans en de bijdrage van toerisme aan het bnp in Spanje. - 10 vragen
10
Aardrijkskunde
VO Kerndoel 38: Geografische basiskennis
HAVO 1, VWO 1
ODD
cc-by-sa-40
Als een gebied makkelijker toegankelijk wordt, verandert dan de relatieve ligging of de absolute ligging?
Als de relatieve afstand tot een gebied korter wordt, wordt de reistijd dan langer of korter?
Waar of niet waar?
Langs de Middellandse Zeekust is er veel sprake van massatoerisme.
Wat is de reisverkeersbalans van een land?
Waar of niet waar?
Als de inkomsten van een reisverkeersbalans hoger zijn dan de uitgaven is er sprake van een negatieve balans.
Waar of niet waar?
De inkomsten aan toerisme dragen voor meer dan 25% bij aan het bnp in Spanje.
Toerisme zorgt voor werkgelegenheid.
Bouwvakkers leggen een zwembad aan bij een hotel.
Is er hier sprake van directe of indirecte werkgelegenheid?
Is verstening voordelig of nadelig voor de natuur?
Waar of niet waar?
Door massatoerisme ontstaan milieuproblemen.
Waar of niet waar?
Sinds 1990 is het toerisme in Spanje constant gegroeid.