Oefentoets Biologie: Voortplanting | HAVO 4/HAVO 5 | variant 13

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Voortplanting

1/5 Anticonceptie.

Er is een nieuwe manier van anticonceptie op de markt gebracht onder de naam Persona. Op de meeste dagen is geen anticonceptie nodig. Persona geeft aan welke dagen dat zijn. Persona meet hiervoor de concentratie van twee hormonen die voorkomen in ochtendurine en die de menstruatiecyclus regelen. De fabrikant geeft voor Persona een betrouwbaarheid van 94 % op, voor vrouwen die gedurende een jaar dit anticonceptiemiddel toepassen.

Wat wil in dit geval een betrouwbaarheid van 94 % zeggen voor vrouwen die gedurende een jaar Persona gebruiken?

choiceInteraction

2/5 Anticonceptie.

Informatie: De bijsluiter van Persona bevat de volgende informatie over de menstruatiecyclus:

In het begin van de menstruatiecyclus komt er in een van de eierstokken een eicel tot ontwikkeling in een follikel; deze eicel zal later vrijkomen. De groeiende follikel produceert steeds meer oestrogeen. Oestrogeen zorgt ervoor dat de binnenbekleding van de baarmoeder dikker wordt.
Ongeveer in het midden van de cyclus bereikt de oestrogeenconcentratie een maximum. Dit zorgt weer voor een snelle stijging van een ander hormoon: het luteïniserend hormoon (LH).
Het LH zorgt ervoor dat de follikel openspringt en de eicel vrijkomt. Deze eisprong vindt 24 tot 36 uur na de snelle stijging van LH plaats. Daarna daalt LH weer net zo snel als het gestegen is. Na de eisprong kan de eicel gedurende ongeveer 24 uur worden bevrucht. Gebeurt dit niet, dan sterft de eicel af in de eileider.
De lege follikel ontwikkelt zich tot geel lichaam. Dat produceert nog 12 dagen oestrogeen en een ander hormoon: progesteron. Als deze productie stopt dan zorgt de snelle daling van de beide hormoonconcentraties ervoor dat de binnenbekleding van de baarmoeder wordt afgestoten: de menstruatie.

Zie volgende scherm

Voortplanting

3/5 Anticonceptie.

Als in een cyclus op dag 15 de eisprong plaatsvindt, heeft het baarmoederslijmvlies nog niet de maximale dikte bereikt.

Waarom is dit geen probleem voor de innesteling van de blastula (= het ontwikkelend embryo)?

Voortplanting

4/5 Anticonceptie.
Zie figuur B 2934 van de bijlage.

In de gebruiksaanwijzing van Persona staat het volgende:

Persona meet op bepaalde momenten in de cyclus de concentraties in de urine van twee hormonen: E3G (een vorm van oestrogeen) en LH.
Als het groene lampje brandt, is het met het oog op ongewenste zwangerschap veilig om gemeenschap te hebben zonder gebruik van een aanvullend anticonceptiemiddel.
Als het rode lampje brandt, is het niet veilig om onbeschermd gemeenschap te hebben.

Welke van de afbeeldingen in de figuur geeft in een cyclus van 30 dagen een juiste weergave van de veilige en onveilige dagen?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

5/5 Anticonceptie.

Persona heeft net als de anticonceptiepil, het pessarium en het spiraaltje een belangrijk nadeel in vergelijking met het condoom.

Noem dit nadeel.

Voortplanting

1/2 Een anticonceptiemiddel.
Zie figuur B 3089 van de bijlage.

In de afbeelding is een voorwerp getekend dat bij anticonceptie kan worden gebruikt.

Hoe heet dit voorwerp?

Dit is een [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

2/2 Een anticonceptiemiddel.

Waar wordt dit voorwerp aangebracht?

In de/het [invulveld]

Voortplanting

Anticonceptie.

Geef met een + aan welke anticonceptie(s) bescherming biedt (bieden) tegen geslachtsziekten en met een - welke niet.

coïtus interruptus [invulveld]
periodieke onthouding [invulveld]
condoom [invulveld]
pil [invulveld]
spiraaltje [invulveld]
pessarium [invulveld]
zaaddodende middelen [invulveld]
anticonceptiering [invulveld]
sterilisatie [invulveld]

Voortplanting

1/5 Afwijkend aantal chromosomen.
Zie figuur B 1626 van de bijlage.

De afbeelding geeft een karyogram weer van een persoon die een aantal opvallende afwijkende eigenschappen heeft.

Tot welk geslacht behoort deze persoon? Geef een verklaring voor je antwoord.

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

2/5 Afwijkend aantal chromosomen.

Met welke term wordt het geheel van afwijkende eigenschappen in het fenotype van deze persoon aangeduid?

Voortplanting

3/5 Afwijkend aantal chromosomen.
Zie figuur B 2395 van de bijlage.

De oorzaak van een afwijkend aantal chromosomen is vaak gelegen in een afwijkende meiotische deling van een gameetmoedercel van één van beide ouders. Zo komt het voor dat de twee chromosomen van een bepaald chromosoompaar tijdens meiose I niet van elkaar gescheiden worden: beide chromosomen gaan naar dezelfde pool. Deze afwijkende meiose I wordt door een normaal verlopende meiose II gevolgd.
Bij een bepaalde man treedt in een bepaalde spermacel-moedercel met betrekking tot chromosoom 18 de beschreven, afwijkende meiose I op. Na de vervolgens normaal verlopende meiose II ontstaan vier spermacellen.

De ontwikkeling van deze spermacellen uit de spermacel-moedercel is in de figuur schematisch getekend.

Geef in de afbeelding in elk van de zeven cellen aan hoeveel chromosomen nummer 18 er in dit geval aanwezig zijn.

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

4/5 Afwijkend aantal chromosomen.
Zie figuur C 109 van de bijlage.

Zwangere vrouwen die een verhoogd risico hebben op een kind met een afwijking, kunnen laten onderzoeken of de cellen van hun embryo een afwijkend aantal chromosomen hebben.
Enkele technieken die bij prenataal onderzoek kunnen worden toegepast, zijn:

1. vruchtwaterpunctie,
2. vlokkentest (chorionvlokkenbiopsie),
3. echoscopie.

De afbeelding laat schematisch deze drie technieken uit de prenatale diagnostiek zien.

Door welke van deze technieken kunnen cellen worden verkregen voor prenataal onderzoek naar het aantal chromosomen van het kind?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

5/5 Afwijkend aantal chromosomen.

De cellen die worden verzameld voor het tellen van de chromosomen, moeten aan een aantal voorwaarden voldoen. Enkele mogelijke voorwaarden zijn:

1. de cellen moeten een kern hebben,
2. de cellen moeten zich mitotisch kunnen delen,
3. de cellen moeten uit de geslachtsorganen van het embryo afkomstig zijn.

Aan welke van deze voorwaarden moeten de cellen voor het chromosoomonderzoek voldoen?

Voortplanting

1/2 Geslachtsorganen bij de mens.
Zie figuur B 2129 van de bijlage.

De afbeelding geeft schematisch de geslachtsorganen van een vrouw en van een man weer.
Enkele functies van geslachtsorganen zijn:

1. opslag van veel rijpe geslachtscellen,
2. productie van geslachtscellen,
3. productie van hormonen.

Welke van deze functies hebben zowel orgaan P als orgaan Q?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

2/2 Geslachtsorganen bij de mens.

Bij een man schommelt het testosterongehalte van het bloed normaal rond een bepaalde waarde R. Als gevolg van een ontsteking is bij een bepaalde man één van de zaadleiders afgesloten.

Wordt als gevolg van deze afsluiting de waarde R kleiner, blijft zij gelijk of wordt zij groter?

Voortplanting

1/2 Hoeveel lijken familieleden op elkaar?

Als er een kind geboren wordt, is er altijd wel iemand die uitroept dat de baby sprekend op een familielid lijkt. Dat is niet zo verwonderlijk, want familieleden hebben altijd voor een groot deel dezelfde chromosomen.

Hoe groot is de kans dat een kleinzoon het Y-chromosoom van de grootvader van moeders kant heeft gekregen?

Voortplanting

2/2 Hoeveel lijken familieleden op elkaar?
Zie figuur B 589 van de bijlage.

In de afbeelding is een karyogram afgebeeld van een man. Met een pijl is een chromosoom aangegeven waarin een mutatie is opgetreden. Deze man krijgt twee kleinkinderen en die zijn neef en nicht van elkaar.

Hoe groot is de kans dat in de chromosomen van beide kleinkinderen die mutatie voorkomt?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

1/4 Een eierstok.
Zie figuur B 482 van de bijlage.

De afbeelding stelt schematisch een doorsnede voor van een eierstok van een mens. Diverse stadia van ontwikkeling, die zich in de tijd na elkaar kunnen voordoen, zijn in één tekening samengevat.

Wat wordt met cijfer 3 aangegeven?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

2/4 Een eierstok.
Zie figuur B 482 van de bijlage.

De cellen in het deel dat met cijfer 1 is aangegeven, worden vooral beïnvloed door bepaalde hormonen.

Welke hormonen zijn dit?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

3/4 Een eierstok.
Zie figuur B 482 van de bijlage.

In de cellen in het deel dat met cijfer 1 is aangegeven, vindt hormoonproductie plaats.

Welk hormoon wordt of welke hormonen worden in de cellen van deel 1 gevormd?

afbeeldingafbeelding