Genetica
Crossing-over.
Een dier Q is voor vier eigenschappen heterozygoot. De genen voor de eigenschappen 1 en 2 zijn gekoppeld; die voor de eigenschappen 3 en 4 eveneens. Eén van de ouders van dier Q was homozygoot dominant voor eigenschap 4 en had voor de andere drie eigenschappen het fenotype veroorzaakt door de recessieve allelen.
Bij de vorming van gameten van dier Q is 4% ontstaan door crossing-over tussen de genen voor eigenschap 1 en die voor eigenschap 2; tussen de genen voor de eigenschappen 3 en 4 treedt geen crossing-over op.
Hoe groot is de kans dat een voortplantingscel van dier Q de dominante allelen voor de eigenschappen 1 en 3 bevat en tevens de recessieve allelen voor de eigenschappen 2 en 4?














