Deze oefentoets bevat 22 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
1/3 Appelschurft. Zie figuur B 3381 van de bijlage.
Appelschurft is een ziekte die bij appelbomen voorkomt. Het wordt veroorzaakt door een schimmel die onder andere de bladeren aantast. In een blad dat is aangetast door appelschurft, bevinden zich bladcellen en schimmelcellen. In de afbeelding is een deel van een blad weergegeven.
Zijn in de afbeelding schimmelcellen te zien? Leg je antwoord uit.
afbeelding
Ecologie
2/3 Appelschurft.
Om besmetting met appelschurft te voorkomen, wordt appeltelers aangeraden om in de winter afgevallen bladeren op te ruimen.
Leg uit waardoor het opruimen van afgevallen bladeren kan meehelpen om de ziekte te voorkomen.
Ecologie
3/3 Appelschurft.
Door genetische modificatie is het onderzoekers gelukt om appelbomen te kweken die een gen bezitten van een bepaald erwtenras. Dit gen beschermt erwtenplanten tegen de schimmel die bij appelbomen schurft veroorzaakt. De onderzoekers zijn van plan een proef te doen om na te gaan of dit gen ook appelbomen beschermt tegen de schimmel.
Maak een werkplan voor zo'n onderzoek.
Ecologie
1/3 De Turkse mot. Zie figuur B 6810 van de bijlage.
De Turkse mot is een vlindertje dat in Nederland veel voorkomt in kassen waarin paprika's worden geteeld.
Hoe heten de ademhalingsorganen van een Turkse mot. [invulveld]
afbeelding
Ecologie
2/3 De Turkse mot. Zie figuur B 6810 van de bijlage.
De Turkse mot legt eitjes op paprikaplanten. De rupsen van de mot voeden zich met de bladeren en kunnen daardoor veel schade aanrichten in de paprikateelt. De vrouwtjes van de Turkse mot lokken de mannetjes met geurstoffen, zogenaamde feromonen. Om de Turkse mot te bestrijden wordt wel gebruik gemaakt van feromoonvallen. Deze vallen worden tussen de paprikaplanten geplaatst. Door de feromonen worden mannetjesmotten de vallen in gelokt en daarna gedood.
Leg uit hoe een plaag van Turkse motten in een kas tegengegaan wordt door alleen maar de mannetjes weg te vangen.
afbeelding
Ecologie
3/3 De Turkse mot.
Bestrijding van de Turkse mot door middel van feromoonvallen is veel minder schadelijk voor het milieu dan bestrijding met chemische middelen.
Noem twee voordelen van bestrijding met feromoonvallen, waardoor deze bestrijding minder schadelijk is dan met chemische middelen.
Ecologie
1/4 Parasitaire planten. Zie figuur B 6811 van de bijlage.
Maretak en duivelsnaaigaren zijn plantensoorten die, om te kunnen leven, aangewezen zijn op andere planten. Ze leven op een andere plant en onttrekken daaraan stoffen. De maretak leeft onder andere op populieren en appelbomen en onttrekt daaraan water en zouten. De maretak bezit bladgroen en heeft houtige stengels. De plant kan jaren oud worden. Duivelsnaaigaren is een éénjarige plant die geen bladgroen bevat en die onder andere leeft op en van brandnetels en heideplanten. Hieraan worden water, zouten en assimilatieproducten onttrokken.
Kan de maretak zelf organische stoffen produceren of is dat niet uit de gegevens af te leiden?
afbeelding
Ecologie
2/4 Parasitaire planten.
Uit welke vaten van de brandnetel haalt het duivelsnaaigaren de noodzakelijke stoffen?
Ecologie
3/4 Parasitaire planten.
Is duivelsnaaigaren autotroof of heterotroof of is dit niet te zeggen?
Ecologie
4/4 Parasitaire planten.
Komt bij duivelsnaaigaren alleen verbranding voor, alleen fotosynthese of komen beide voor?
Ecologie
1/2 Vetblad. Zie figuur B 3462 van de bijlage.
Vetblad (zie de afbeelding) is een zeldzame plantensoort die op vochtige, voedselarme veengrond groeit. De plant met groene bladeren "vangt" dieren. Kleine insecten blijven hangen aan het vocht dat door haren op de bladeren wordt afgescheiden. Andere delen van het blad scheiden een stof af waardoor de insecten worden verteerd. Het blad neemt de uit het insect vrijgekomen stoffen op. Op het blad leven ook kleine schimmels van de resten van de insecten. De meeste planten kunnen niet groeien op voedselarme grond.
Hebben zij op die grond vooral gebrek aan koolhydraten, aan koolstofdioxide, aan water of aan bepaalde zouten?
afbeelding
Ecologie
2/2 Vetblad.
Twee beweringen over de schimmels op de bladeren van vetblad zijn:
1. de schimmels nemen organische stoffen op uit de resten van de insecten; 2. de schimmels zetten resten van de insecten om in anorganische stoffen.
Welke van deze beweringen is of welke zijn juist?
afbeelding
Ecologie
1/4 Wiertjes in een pantoffeldiertje. Zie figuur B 914 van de bijlage.
Het komt voor dat bepaalde organismen in andere organismen leven. In sommige eencellige diertjes, zoals het pantoffeldiertje (zie de afbeelding), kunnen bijvoorbeeld groenwiertjes voorkomen. Deze wiertjes bezitten bladgroen en onttrekken bepaalde stoffen aan het pantoffeldiertje. De wiertjes gebruiken deze stoffen voor hun fotosynthese. Het pantoffeldiertje krijgt op zijn beurt bepaalde stoffen van de wiertjes.
Welke stof geven de pantoffeldiertjes en de wiertjes beide af wanneer ze in het donker leven?
afbeelding
Ecologie
2/4 Wiertjes in een pantoffeldiertje.
In welk of in welke van deze organismen wordt energie vrijgemaakt door verbranding?
Ecologie
3/4 Wiertjes in een pantoffeldiertje.
Welke zijn de 'bepaalde stoffen' die aan het pantoffeldiertje worden onttrokken?
Ecologie
4/4 Wiertjes in een pantoffeldiertje.
Welke zijn de 'bepaalde stoffen' die aan het pantoffeldiertje worden gegeven?
Ecologie
1/2 Korstmossen.
Korstmossen komen vooral voor op stenen, op takken en stammen van bomen, en op droge grond zoals heidegrond. Een korstmos bestaat uit schimmeldraden en ééncellige wieren. Een korstmos neemt uit de omgeving uitsluitend water en zouten op. Glucose wordt door een korstmos zelf geproduceerd door fotosynthese.
Treedt er fotosynthese op in de schimmeldraden van een korstmos? En in de wieren? Leg je antwoord uit.
Ecologie
2/2 Korstmossen.
De meeste korstmossen zijn goed bestand tegen droogte en veel zon, maar ze zijn erg gevoelig voor luchtverontreiniging. Vooral zwaveloxiden en ammoniak vormen een ernstige bedreiging.
Wordt de luchtvervuiling door zwaveloxiden vooral veroorzaakt door de bio-industrie of vooral door de verbranding van fossiele brandstoffen? En de luchtvervuiling door ammoniak?
afbeelding
Ecologie
1/3 Ötzi. Zie figuur B 3683 van de bijlage.
In de Alpen heeft men enkele jaren geleden in een gletsjer een ijsmummie gevonden van 5300 jaar oud. Ötzi, zoals hij genoemd is, wordt bij - 6°C bewaard en tentoongesteld. Gewoonlijk worden dode organismen door reducenten afgebroken.
Leg uit wat de oorzaak is dat Ötzi grotendeels is geconserveerd.
afbeelding
Ecologie
2/3 Ötzi.
Voor onderzoek wordt de mummie gedeeltelijk ontdooid. In kleine stukjes weefsel onderzoekt men de chromosomen van Ötzi.
Hoe heet het deel van een cel dat dan wordt onderzocht?
Ecologie
3/3 Ötzi. Zie figuur B 3137 van de bijlage.
Het gebit kan informatie geven over de plaats waar Ötzi is opgegroeid. Lood en allerlei andere stoffen komen in de kindertijd vooral in het glazuur terecht. De hoeveelheden van deze stoffen in de bodem en in het voedsel verschillen sterk van plaats tot plaats. In de afbeelding is een tand weergegeven.
Welke letter geeft de plaats aan waar de genoemde stoffen vooral terechtkomen?
afbeelding
Ecologie
Reisverslag.
De onderstaande tekst komt uit een reisverslag.
Eindelijk is het dan zover. Na een week rijden door de droogte zijn we nu aan de kust. Vandaag zijn we met een gids het regenwoud in geweest. Het was echt niet te geloven. Veel planten die we in het tuincentrum hebben staan, groeien hier gewoon in het wild! Planten die aan bomen groeien, tillandsia’s van bijna een halve meter doorsnede, orchideeën die hoog in de bomen hun mooiste bloemen laten zien en veel verschillende bromelia’s! Morgen gaan we naar de Curtain Fig tree, een grote ficus met een gordijn van luchtwortels.
Orchideeën, bromelia’s en tillandsia’s hebben één gemeenschappelijk kenmerk. Ze groeien op andere planten zonder daar voedsel aan te onttrekken.
Hoe worden deze niet parasiterende planten ook wel genoemd?