Oefentoets Biologie: Ecologie - relaties | VWO 1/VWO 2/VWO 3

Deze digitale toets over het zelfreinigend vermogen van water en de rol van algen in afvalwaterzuivering is gericht op studenten en biedt inzicht in belangrijke ecologische processen en de interacties tussen organismen in waterzuiveringssystemen. - 14 vragen

Aantal vragen

14

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 1, VWO 2, VWO 3

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Zelfreinigend Vermogen van Water

Zelfreinigend vermogen.

Wat wordt bedoeld met het zelfreinigend vermogen van water?

Algen en hun rol in afvalwaterzuivering

1/7 Algen bij de afvalwaterzuivering.

In een krant stond het volgende bericht:

Tekst:
In het verleden werden bij de afvalwaterzuivering vooral bacteriën gebruikt om organische (biologische) stoffen uit het afvalwater te verwijderen. Het gedeeltelijk gezuiverde water dat overbleef, bleek nog te grote hoeveelheden zouten te bevatten. Door naast de bacteriën ook algen te gebruiken vond men een manier om dit probleem op te lossen. De algen nemen de zouten uit het water op voordat het water de installatie voor de afvalwaterzuivering verlaat.

Voor welk proces verbruiken de algen de zouten uit het afvalwater vooral?

Afvalwaterzuivering en algen

2/7 Algen bij de afvalwaterzuivering.

In afvalwater bevinden zich: eiwitten en koolhydraten.

Welke van deze stoffen worden bij de afvalwaterzuivering door bacteriën grotendeels verwijderd uit het afvalwater?

Algen en bacteriën in afvalwaterzuivering

3/7 Algen bij de afvalwaterzuivering.

In het water in een installatie voor afvalwaterzuivering leven veel algen en bacteriën. Om de afbraak van organische stoffen beter te laten verlopen wordt voortdurend lucht met veel zuurstof door het afvalwater gemengd.
Dat is niet bedoeld om de algen en bacteriën in leven te houden; ze blijven zonder deze extra lucht ook wel in leven.

Is dit mengen met lucht vooral bedoeld om de fotosynthese in deze algen te bevorderen?
En om de verbranding in deze bacteriën te bevorderen?

Algen en hun rol in afvalwaterzuivering

4/7 Algen bij de afvalwaterzuivering.

Welke van de volgende beweringen over algen is of welke zijn juist?

1. Algen krijgen vooral energie uit de verbranding van zouten.
2. Algen verbruiken zouten bij het maken van bepaalde organische stoffen.

Algen en mestgebruik na waterzuivering

5/7 Algen bij de afvalwaterzuivering.

Kan het water zoals dat na behandeling met algen, uit de zuiveringsinstallatie komt, nog als mest in de landbouw worden gebruikt? Leg je antwoord uit.

Thermische vervuiling van oppervlaktewater

6/7 Algen bij de afvalwaterzuivering.

Wanneer het water uit de afvalzuiveringsinstallatie te warm is, zullen problemen kunnen ontstaan in het oppervlaktewater.

Hoe wordt het lozen van warm water in oppervlaktewater genoemd?

Problemen door warm oppervlaktewater

7/7 Algen bij de afvalwaterzuivering.

Beschrijf puntsgewijs en in het kort welke problemen (± 8) achtereenvolgens in het oppervlaktewater optreden als het water te warm wordt.

Invloed van remstoffen op zaadkieming

Remstoffen.
Zie figuur B 5283 van de bijlage.

Stoffen uit zaden kunnen de kieming van andere zaden beïnvloeden.
Over deze invloed wordt een experiment gedaan met zaden van tuinkers, biet en radijs. Tijdens de proefjes krijgen de zaden voldoende water om te kunnen kiemen.
Om een voorwerpglaasje wordt filtreerpapier gevouwen. Hierop worden twee groepjes van 10 zaden gelegd. Aan één kant van het glaasje (begin) wordt door het papier water opgenomen. Dit stroomt dan naar de andere kant (eind), zodat mogelijke remstoffen van het eerste groepje zaden naar het tweede groepje zaden getransporteerd worden. Zie foto hiernaast.
Na een week wordt het gemiddelde % kieming genoteerd in een tabel hieronder.
afbeeldingafbeelding

- Welke zaden kiemen het minst goed?
Die van de .

-En welke zaden worden het minst beïnvloed door remstoffen in deze proef?
Die van de .

afbeeldingafbeelding

Boswachterziekte en het ecosysteemverband

3/3 Boswachterziekte.

Wat is het biologische verband tussen de toename van het aantal mensen met 'boswachtersziekte' en goede eikeljaren?

Relaties tussen Organismen

Relaties.

Er zijn allerlei vormen van relaties tussen verschillende soorten organismen. Die relaties kunnen stimulerend (+), remmend (-) of neutraal (0) zijn.
Vier relaties tussen soorten zijn:

1. commensalisme
2. mutualisme
3. parasitisme
4. predatie

Hieronder staan zes voorbeelden (a t/m f) van de invloed die verschillende soorten X en Y op elkaar kunnen uitoefenen.

invloed van soort X op soort Y invloed van soort Y op soort
a + +
b + -
c + 0
d 0 0
e 0 -
f - -

Geef aan welke combinatie a t/m f hoort bij de genoemde relaties 1 t/m 4.
Een combinatie kan meer dan één keer voorkomen.

Invloed van gewone brandnetels op groei

Brandnetels.

Bij brandnetels komen afwijkende planten met weinig bladgroen voor. Met deze brandnetels en met gewone brandnetels worden de volgende experimenten gedaan:

Experiment 1: vier gewone brandnetels worden samen opgekweekt;
Experiment 2: twee gewone brandnetels en 2 afwijkende worden samen opgekweekt;
Experiment 3: vier afwijkende exemplaren worden samen opgekweekt.

De drie experimenten worden onder gelijke omstandigheden uitgevoerd. Na zes weken wordt het gewicht van de planten bepaald. De resultaten staan in de tabel hieronder.
afbeeldingafbeelding

Uit de vergelijking van welke resultaten blijkt dat gewone brandnetels de groei van de afwijkende brandnetels nadelig beïnvloeden?

Dit blijkt uit vergelijking van de resultaten van

Soorten van symbiose bij organismen

Symbiose.

Bij organismen van verschillende soorten komen langdurige samenlevingen voor. Dat noemen we symbiose. We onderscheiden mutualisme (beide soorten hebben voordeel), parasitisme (gastheer heeft nadeel, parasiet voordeel) en commensalisme (gastheer heeft voordeel, de ander geen voor- of nadeel).

Gegeven de volgende organismen:
1. Appelbomen
2. Bromelia’s
3. Lintworm
4. Bijen
5. Pijlgifkikker
6. Kat

Welke twee nummers uit de bovenstaande rij horen bij:

- mutualisme: de nummers [invulveld] en[invulveld];
- parasitisme: de nummers [invulveld] en [invulveld];
- commensalisme: de nummers [invulveld] en [invulveld].

Concurrentie tussen vinkensoorten op eiland

Competitie.
Zie figuur B 5314 van de bijlage.

Twee zaadetende vinkensoorten leven op dezelfde eilandengroep. Soort P heeft een grote stevige bek en eet vooral zaden tussen de 10 en 50 mm. Soort Q heeft een kleinere bek en eet alleen zaden tussen 2 en 20 mm.
Men onderscheidt interspecifieke concurrentie (tussen verschillende soorten) en intraspecifieke concurrentie (binnen de eigen soort).
Op een van de eilanden variëren de zaden in grootte tussen de 10 en 30 mm.

Is op dit eiland bij de vinkenpopulaties alleen sprake van interspecifieke concurrentie, van intraspecifieke concurrentie of van beide?

afbeeldingafbeelding