Voortplanting
Zie figuur B 2199 van de bijlage.
De tekeningen geven doorsneden weer van drie verschillende bloemen.
In welke van deze bloemen kunnen zich, na bestuiving, stuifmeelbuizen ontwikkelen?
afbeelding
Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
20
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
VWO 1, VWO 2, VWO 3
NVON
cc-by-sa-40
Zie figuur B 2199 van de bijlage.
De tekeningen geven doorsneden weer van drie verschillende bloemen.
In welke van deze bloemen kunnen zich, na bestuiving, stuifmeelbuizen ontwikkelen?
afbeelding
Twee manieren van bestuiving.
Er doen zich twee manieren van bestuiving voor:
situatie 1: Er valt stuifmeel van een plant op een stempel van een bloem van een andere plant van dezelfde soort.
situatie 2: Een bij brengt stuifmeel van een meeldraad naar een stempel van bloemen op dezelfde plant.
Er worden over de beide situatie twee beweringen gedaan:
I. Er is in situatie 1 sprake van kruisbestuiving.
II. Er is in situatie 2 sprake van zelfbestuiving.
Bestuiving.
Er valt stuifmeel van een plant op een stempel van een bloem van een andere plant van dezelfde soort.
I. Er is hier sprake van zelfbestuiving.
II. Kruisbestuiving komt alleen voor bij weidebloemen.
Stuifmeel vangen.
Een microscoopglaasje wordt aan één zijde met een kleverige, niet zoete stof bestreken. Dit glaasje wordt eind mei buiten gehangen.
Na een dag wordt het glaasje onder een microscoop bekeken. Behalve stof worden ook veel stuifmeelkorrels op het glaasje aangetroffen.
Van welk type bloemen zijn deze stuifmeelkorrels grotendeels afkomstig?
Bloeiende planten.
Zie figuur B 659 van de bijlage.
In de figuur staan drie bloeiende planten afgebeeld.
Met pijltjes (I, II en III) wordt aangegeven in welke richting stuifmeel wordt overgebracht.
Kruisbestuiving wordt voorgesteld door
afbeelding
Bestuiving met insecten.
Bij een bloem die uitsluitend via insecten bestoven wordt, kan men verwachten dat
Bestuiving voltooid.
Bij bloemen is de bestuiving voltooid als
Voorkomen van zelfbestuiving.
Hoe kan men bij kruisingsproeven met zekerheid zelfbestuiving voorkomen?
Een eik met mannelijke en vrouwelijke bloemen.
Zie figuur B 2030 van de bijlage.
De afbeelding geeft een takje van een eik met mannelijke en vrouwelijke bloemen weer. De bloemen hebben in de lente dezelfde kleur als het jonge blad. Bij deze eik zijn de vrouwelijke bloemen pas rijp als de meeldraden in alle mannelijke bloemen van die boom zijn leeggestoven.
Welke vorm van bestuiving vindt bij deze eik plaats?
afbeelding
Bestuiving.
Onder bestuiving wordt verstaan
Meeldraden & stampers.
Bij sommige bloemen zijn de meeldraden eerder rijp dan de stampers.
Wat kan hierdoor worden voorkomen?
Kruisbestuiving.
Kruisbestuiving is het overbrengen van stuifmeel op een stamper van
Planten met alleen mannelijke bloemen of met alleen vrouwelijke bloemen.
Bij een bepaalde plantensoort komen planten voor met alleen mannelijke bloemen en planten met alleen vrouwelijke bloemen.
Welk proces kan niet plaatsvinden?
Bevruchting van vier zaadknoppen.
In een vruchtbeginsel van een bepaalde zaadplant bevinden zich vier zaadknoppen. Alle aanwezige eicellen worden bevrucht.
Hoeveel stuifmeelkorrels zijn hiervoor nodig geweest?
De navelstreng in een zaadknop.
Als een zaad nog niet rijp is, heeft het een navelstreng.
Deze navelstreng dient voor het doorlaten van
Ontwikkeling van een zaadbeginsel.
Bij zaadplanten begint de ontwikkeling van een zaadbeginsel (tot zaad) direct nadat
Veranderingen in de stamper.
Welke van onderstaande veranderingen treedt in de stamper op, nadat een eicel bevrucht is?
Ontwikkeling van een kiempje.
Zie figuur B 754 van de bijlage.
De tekening stelt een doorsnede van een stamper voor.
In welk van de aangegeven delen kan zich een kiempje ontwikkelen?
afbeelding
Kernen uit stuifmeel en eicel.
Direct nadat bij een zaadplant kernen uit stuifmeel en eicel met elkaar zijn versmolten, begint de ontwikkeling van
Een aardappel, een komkommer, een krop sla en een ui.
Vier voedingsmiddelen van de mens zijn: een aardappel, een komkommer, een krop sla en een ui.
Welk van deze voedingsmiddelen is rechtstreeks ontstaan uit een vruchtbeginsel?