1/5 Het Oranje zandoogje.
In Nederland neemt het aantal soorten planten en dieren af. Tot de soorten die dramatisch afnemen, behoren vlindersoorten. Niet alleen het aantal soorten vlinders, maar ook de omvang van de populaties neemt af. Onderzoekers willen nauwkeurig de aantallen vlinders per soort bepalen en ook in welke aantallen elke soort op een bepaalde vegetatie te vinden is. Twee methoden voor vlinderonderzoek, de zogenaamde lijntransectstudie en het merken en terugvangen, worden als volgt omschreven:
Tekst:
Om een concreet beeld te krijgen van de plaatsen waar de vlinders zich ophouden, wordt in een uitgekozen gebied een lijntransectstudie uitgevoerd. Hierbij wordt een route uitgezet die door alle soorten vegetatie loopt; de lengte van het deel van de route dat door een vegetatietype loopt (bijvoorbeeld een bosrand, een zonnige wegberm), is evenredig aan de oppervlakte die door dat vegetatietype in het gehele terrein wordt ingenomen. De route wordt zeer zorgvuldig uitgestippeld, waarbij tevens gelet wordt op allerlei variaties zoals openheid, beschutting, ligging ten opzichte van het zuiden, enzovoort. De onderzoeker loopt de route, die is verdeeld in stukken van 50 m, met een constante snelheid (ongeveer 1 m/sec) en noteert hoeveel vlinders van elke soort hij waarneemt. Zo nodig worden de vlinders gevangen voor determinatie of voor geslachtsbepaling.
Een ander type onderzoek is het merken en terugvangen van vlinders. Dit merken gebeurt over het algemeen door het aanbrengen van 1 of meer blauwe of zwarte stippen met een watervaste fijne overheadpen op voor- en achtervleugels. Zo kunnen meer dan 1.000 vlinders individueel worden gemerkt. Van de aldus gecodeerde vlinders worden genoteerd: datum, geslacht en plaats waar ze werden gevangen. Door terugvangsten van gemerkte vlinders kan behalve een leeftijdsbepaling ook een beeld worden verkregen over de verplaatsing van vlinders binnen en buiten de habitat en over het gedrag.
bewerkt naar: Jan van der Made, Het Oranje Zandoogje, in: Jan Desmet, Dierenlevens, Tielt, 1988, 68-71
Zie volgende scherm