Oefentoets Biologie: Bloed - Bloeddruk | VWO 5/VWO 6 | variant 1

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 5, VWO 6

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Bloed

1/3 Bloeddruk.
Zie figuur B 1251 van de bijlage.

Bij de mens is de bloeddruk onder gelijkblijvende omstandigheden vrij constant. Bij de regeling van de bloeddruk speelt een aantal regelsystemen een rol. De druk-receptoren in de aorta-wand en in de wand van de halsslagaders die in de afbeelding met 1, 2, 3 en 4 zijn aangegeven, maken deel uit van één van deze regelsystemen. In de hersenen worden binnenkomende signalen uit de drukreceptoren vergeleken met een normwaarde. Als de bloeddruk hoger blijkt te zijn dan de geldende normwaarde, treedt een corrigerend mechanisme in werking via zenuwbanen die de hersenen verlaten.

In welk gedeelte van de hersenen worden de binnenkomende signalen vergeleken met de geldende normwaarde?

afbeeldingafbeelding

Bloed

2/3 Bloeddruk.

Bij een bepaalde persoon treedt een stijging van de bloeddruk op die wordt gevolgd door een bloeddrukdaling, zodat de oorspronkelijke normwaarde weer wordt bereikt.

In welke zenuwbanen zal na de stijging van de bloeddruk de impulsfrequentie zijn afgenomen, zodat de oorspronkelijke normwaarde weer wordt bereikt?

Bloed

3/3 Bloeddruk.

Twee veranderingen die invloed hebben op de bloeddruk, zijn:

1. vernauwingen van slagadertjes in skeletspieren en in andere organen;
2. verkleining van de hoeveelheid bloed die door een hartkamer per minuut wordt weggepompt.

Welke van deze veranderingen veroorzaakt of welke veroorzaken een daling van de bloeddruk?

afbeeldingafbeelding

Bloed

1/3 Regulatie bloeddruk.
Zie figuur B 3887 van de bijlage.

De nieren spelen een rol bij de regulatie van de bloeddruk. Het JGA (Juxta Glomerulaire Apparaat), voor een deel gelegen in de wand van de aanvoerende slagadertjes naar de glomeruli, bevat receptoren die voortdurend veranderingen van de bloeddruk registreren (zie de afbeelding). Bij een daling van de bloeddruk produceren cellen in het JGA renine, dat aan het bloed wordt afgegeven. Renine is een enzym dat een belangrijke rol speelt bij de regulatie van de bloeddruk.

De cellen die renine produceren, hebben een goed ontwikkeld Golgi-systeem.

Wat is de functie van het Golgi-systeem in de cellen in het JGA?

afbeeldingafbeelding

Bloed

2/3 Regulatie bloeddruk.
Zie figuur E 39 en figuur B 3888 van de bijlage.

In de afbeelding is de regulatie van de bloeddruk in de vorm van een model weergegeven. De productie van het enzym renine wordt voortdurend aangepast aan de omstandigheden.

Een student heeft in een korte tijd een zak zoute drop opgegeten. Dit heeft gevolgen voor het bloedvolume en de bloeddruk. Doordat de productie van renine wordt aangepast, wordt een bijdrage geleverd aan het weer normaal worden van bloedvolume en bloeddruk.

In de afbeelding B 3888 is een tabel opgenomen waarin je aan kunt geven hoe bij deze student de bloeddruk genormaliseerd wordt (toename of afname).
- Begin bij de invloed die de inname van een grote hoeveelheid zoute drop heeft op bloedvolume en bloeddruk.
- Geef aan wat er vervolgens bij de productie van renine en de terugresorptie van NaCl en H2 O ingevuld moet worden.
- En wat het effect daarvan is op bloedvolume en bloeddruk.

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Bloed

3/3 Regulatie bloeddruk.
Zie figuur E 39 van de bijlage.

Is bij de regeling van de bloeddruk door middel van renine sprake van een positieve of negatieve terugkoppeling? Licht je antwoord toe.

afbeeldingafbeelding

Bloed

1/3 Hoge bloeddruk.

In een folder over hoge bloeddruk staat het volgende (zie afbeelding hieronder).
afbeeldingafbeelding
Vier leerlingen lezen de folder en doen de volgende beweringen:

- Ashlyn: de bovendruk is afhankelijk van de kracht waarmee de linkerkamer van het hart zich samentrekt.
- Bram: de bovendruk is afhankelijk van de kracht waarmee de rechterkamer van het hart zich samentrekt.
- Cas: de onderdruk is afhankelijk van de weerstand die het bloed in de grote slagaders van de grote bloedsomloop ondervindt.
- Dewi: de onderdruk is afhankelijk van de weerstand die het bloed in de grote slagaders van de kleine bloedsomloop ondervindt.

Welke leerlingen hebben een juiste bewering gedaan?

Bloed

2/3 Hoge bloeddruk.

Als je snel opstaat, daalt je bloeddruk tijdelijk.

Wat is de oorzaak van deze bloeddrukverlaging?

Bloed

2/2 Subclavian steal syndrome.
Zie figuur A 1111 van de bijlage.

Leg uit welke relatie er is tussen de hersenstam en onwel worden.

afbeeldingafbeelding

Bloed

Bloeddruk.

Op welk punt in de bloedsomloop van de mens is de verandering in bloeddruk het grootst?

Bloed

Bloeddruk.
Zie figuur B 4985 van de bijlage.

Nevenstaande grafiek geeft het verband weer tussen de bloeddruk en de tijd.

P en Q zijn respectievelijk

afbeeldingafbeelding

Bloed

Bloed in de vaten.
Zie figuur B 4986 van de bijlage.

In de afbeelding hiernaast zijn de bloeddruk in, de doorsnede van en de stroomsnelheid van het bloed in de vaten met cijfers aangegeven.

Zet de begrippen in de rechter kolom bij de juiste cijfers in de linker kolom.

afbeeldingafbeelding
  • bloeddruk

  • oppervlakte van de doorsnede

  • stroomsnelheid

  • 1

  • 2

  • 3

Bloed

De stromingsweerstand.

De weerstand die een vloeistof ondervindt bij stroming door een buis heet de stromingsweerstand (R).
Deze stromingsweerstand wordt bepaald met behulp van de wet van Hagen-Poiseuile:

afbeeldingafbeelding

Welke verandering van de stromingsweerstand zal een vernauwing van een slagadertje met een straal van 0,12 cm naar 0,10 cm geven?

Bloed

3/3 Transportprocessen bij een haarvat.
Zie figuur B 4989 van de bijlage.

Bij welk of bij welke van de transportprocessen Q, R en S is de bloeddruk de drijvende kracht achter dit proces?

afbeeldingafbeelding

Bloed

1/2 Bloeddruk.
Zie figuur B 4994 van de bijlage.

Hiernaast zie je een drietal grafieken die de relatie laten zien tussen de bloeddruk en de factoren die daar inlvoed op kunnen hebben.

Volgens de grafieken hiernaast wordt een stijging in de bloeddruk veroorzaakt door

afbeeldingafbeelding