Oefentoets Biologie: Hormoonstelsel - algemeen | HAVO 1/HAVO 2/HAVO 3 | variant 1

Deze oefentoets bevat 15 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

15

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 1, HAVO 2, HAVO 3

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Hormoonstelsel

Alvleesklier minder actief.

Bij iemand wordt de alvleesklier minder actief.

Wat is hiervan een gevolg?

Hormoonstelsel

De ziekte van Graves.
Zie figuur B 4599 van de bijlage.

Bij de ziekte van Graves is één van de verschijnselen dat klier P uit de afbeelding meer hormoon produceert.

Geef de naam van P.

Dit is de/het [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Hormoonstelsel

Een invloed van nicotine.

Nicotine heeft verschillende effecten op het lichaam van een mens. Eén van de gevolgen is het verhogen van de productie van een bepaald hormoon. Dit hormoon verhoogt de activiteit van de spieren, van de ademhaling en van de bloedsomloop.

Welke hormoonklieren maken dit hormoon?

Hormoonstelsel

Mee-eters.
Zie figuur B 3227 van de bijlage.

Vooral tijdens de puberteit worden mee-eters gevormd. Wetenschappers denken dat de vorming van geslachtshormonen daarop van invloed is.

In de afbeelding zijn drie hormoonklieren van een vrouw met letters aangegeven.

Welke hormoonklier maakt geslachtshormonen?

afbeeldingafbeelding

Klierstelsel

1/2 Klieren in het lichaam van de mens.
Zie figuur B 1904 van de bijlage.

Op veel plaatsen in het lichaam van de mens komen klieren voor.
Sommige klieren geven hun producten aan het bloed af, andere hebben een afvoerbuis om hun producten af te voeren.
In de afbeelding is de ligging van een aantal klieren weergegeven.

Met welk cijfer is een bijnier aangegeven?

afbeeldingafbeelding

Hormoonstelsel

2/2 Klieren in het lichaam van de mens.

Welke van de klieren 1, 2 en 3 geven al hun producten aan het bloed af?

afbeeldingafbeelding

Hormoonstelsel

1/2 Lichaamslengte.
Zie figuur B 2952 van de bijlage.

Gemiddeld genomen begint de puberteit bij jongens in Nederland als ze elf jaar zijn. Bij sommige kinderen raakt die ontwikkeling verstoord. Daardoor komen zij eerder in de puberteit, soms al vóór hun achtste jaar. Dit wordt veroorzaakt doordat de hypofyse niet goed werkt.

De afbeelding B 2953 is een doorsnede van het hoofd.

Welke letter in de afbeelding geeft de hypofyse aan?

afbeeldingafbeelding

Hormoonstelsel

2/2 Lichaamslengte.
Zie figuur B 2953 van de bijlage.

Als kinderen in de puberteit komen, gaan ze sneller groeien dan vóór die tijd. Deze plotselinge toename in groei wordt de 'groeispurt' genoemd.
In het diagram is de groei weergegeven van twee jongens: Adiel en Rob. Adiel heeft een hypofyse die normaal werkt. Rob is eerder in de puberteit gekomen door een niet goed werkende hypofyse.
Uit het diagram blijkt dat een jongen zoals Rob, die eerder in de puberteit komt, eerder een groeispurt heeft dan een jongen met een normaal werkende hypofyse.

Leid uit het diagram nog een verschil in groei af tussen deze twee jongens.

afbeeldingafbeelding

Hormoonstelsel

Doping.

De bijnieren produceren een hormoon.
Dit hormoon wordt ook gebruikt als doping.

Welke functie heeft dit hormoon in het lichaam?

Hormoonstelsel

De alvleesklier.

De hormonen die in de alvleesklier gemaakt worden, spelen een rol bij het regelen van het glucosegehalte van het bloed.

Geef de naam van een hormoon dat in de alvleesklier wordt gemaakt.

Een hormoon heet [invulveld].

Hormoonstelsel

2/5 Diabetes.

Geef de naam van twee hormonen die worden geproduceerd door de eilandjes van Langerhans.

Hormoonstelsel

4/5 Diabetes.
Zie figuur A 727 van de bijlage.

Enkele delen zijn aangegeven met de cijfers 1, 2, 3 en 4.

Welk cijfer geeft de poortader aan?

afbeeldingafbeelding

Hormoonstelsel

5/5 Diabetes.

Een patiënt die door een transplantatie organen van een donor heeft gekregen, krijgt medicijnen toegediend die de afweer onderdrukken.

Leg uit waarvoor bij een patiënt met deze getransplanteerde organen het afweersysteem moet worden onderdrukt.