Oefentoets Biologie: Lever - algemeen | VWO 4/VWO 5/VWO 6

Deze oefentoets bevat 25 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

25

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 4, VWO 5, VWO 6

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Opslag

Glycogeenvorming.
Zie figuur C 2 van de bijlage.

In de tekening is een schema van het bloedvatenstelsel van een mannetjescavia weergegeven. Van inwendige organen die in tweevoud aanwezig zijn, is er steeds één getekend. Twee organen zijn respectievelijk aangegeven met R en S. Vier bloedvaten zijn genummerd 1 t/m 4. Ligging en werking van de organen van de cavia lijken veel op die van de mens.
Deze cavia eet een hoeveelheid zetmeelrijke zaden. Dit zetmeel wordt in het spijsverteringskanaal afgebroken tot glucose. Deze glucose komt in het bloed.

In welk van de organen R en S vooral kan deze glucose in glycogeen worden omgezet en kan dit glycogeen worden opgeslagen?
Welk hormoon stimuleert dit proces?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Uitscheiding

1/5 Hemodialyse.

Slecht functionerende nieren zijn levensbedreigend. Hemodialyse biedt in die situatie vaak uitkomst doordat deze behandeling een aantal functies van de nier geheel of gedeeltelijk kan vervangen. Een nierpatiënt wordt daartoe gemiddeld drie maal per week gedurende een aantal uren aan het dialyseapparaat aangesloten.
Hemodialyse is bedoeld als een tijdelijke behandeling ter overbrugging van de tijd totdat een donornier ter beschikking komt.
De samenstelling van de dialysevloeistof en de snelheid van bloedstroom en dialysevloeistof zijn zo ingesteld dat de netto verplaatsing van stoffen door het membraan zoveel mogelijk lijkt op het resultaat van de transportprocessen door de wand van het nierkanaaltje van een gezonde nier.
In onderstaande tabel is de samenstelling gegeven van het bloedplasma van een persoon met gezonde nieren, van de verse dialysevloeistof en van het bloedplasma van een nierpatiënt.
afbeeldingafbeelding

Zie volgende scherm

Lever

De lever.

De menselijke lever breekt de overtollige aminozuren af.

Als eindproduct(en)) van deze afbraak wordt (worden) dan gevormd,

Lever

Bilirubine.
Zie figuur A 49 van de bijlage.

In diverse organen van de mens wordt hemoglobine omgezet in onder andere de galkleurstof bilirubine. De tekening geeft een microscopisch beeld van een stukje lever weer. Op plaats P bevindt zich bilirubine.

Welke pijl geeft aan of welke pijlen geven aan langs welke weg of welke wegen bilirubine bij een gezonde persoon de lever verlaat?

afbeeldingafbeelding

Lever

De lever.
Zie figuur B 4 van de bijlage.

In de figuur staat een gedeelte van de lever schematisch afgebeeld. Hierin geeft nr. 1 een zijtakje van het leverhaarvat aan.

De overige aan- en afvoergangen zijn zijtakjes van

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Lever

De lever.

Eén van de vele processen die zich in de lever afspelen, is de desaminering.

De functie van dit proces is de vorming van

Ureum

Ureum.

Waar vindt de vorming van ureum plaats?
Wordt dit ureum gevormd uit aminozuren of uit glycogeen?

afbeeldingafbeelding

Winterslaap

Winterslaap.

Een dier dat uit zijn winterslaap ontwaakt, verbruikt eiwit voor het vrijmaken van energie.

Dit verbruik van eiwit is te constateren aan

Lever

De lever.

Verschillende aminozuren kunnen bij de mens in de lever worden gesynthetiseerd.

Van welke stof(fen) zijn de daarbij gebruikte NH2 -groepen afkomstig?

Lever

Ureum.

Drie delen van het bloedvatenstelsel van de mens zijn:

1. de laatste 2 cm van de onderste holle ader dicht bij het hart,
2. de leverader,
3 een nierader.

Twee uur na een eiwitrijke maaltijd wordt de ureumconcentratie in het bloedplasma in deze drie bloedvaten vergeleken.

In welke van onderstaande reeksen is de volgorde van een lage naar een hoge ureumconcentratie juist weergegeven?

laag ® hoog

Lever

De lever.

Hieronder staan een aantal stoffen genoemd die in het lichaam van de mens voorkomen:

1. aminozuren,
2. koolhydraten,
3. eiwitten.

Van welke van deze stoffen kan in de lever de concentratie in het bloed gewijzigd worden?

Lever

De lever.

Over de functies van levercellen bij de mens worden de volgende uitspraken gedaan:

1. levercellen produceren ureum;
2. levercellen produceren galzouten;
3. levercellen produceren warmte;
4. levercellen produceren essentiële aminozuren.

Welke uitspraken zijn juist?

Lever

Productie in de lever.

Enkele stoffen in het lichaam van de mens zijn:

1. essentiële aminozuren;
2. glucagon;
3. glucose;
4. ureum.

Welke van deze stoffen worden in de lever gevormd?

Lever

De lever.

In het lichaam van de mens komen onder andere voor:

1. eiwitten;
2. glycogeen;
3. ureum;
4. vitamine K.

Welke van deze stoffen kunnen door cellen van de lever gevormd worden?

Lever

De lever.

Op een bepaald moment bevindt zich bij iemand in de leverslagader meer glucose per ml bloed dan in de leverader.
Drie processen zijn:

1. vorming van glycogeen in de lever,
2. een geringe aanvoer van glucose via de poortader,
3. desaminering van aminozuren.

Welk van deze processen kan of welke kunnen het genoemde verschil in glucosegehalte veroorzaken?

Lever

Insuline.

Onder bepaalde omstandigheden wordt bij de mens de afgifte van insuline aan het bloed verhoogd. Hierdoor treden onder meer de volgende effecten op:

1. verhoogde doorlaatbaarheid van de celmembranen van spiervezels voor glucose,
2. verhoogde synthese van glycogeen in levercellen,
3. verhoogde synthese van vetzuren in levercellen.

Welk van deze effecten kan of welke kunnen leiden tot een daling van het glucosegehalte van het bloed?

Ziekte

Een ziekte.

Bij een bepaalde ziekte komen gelijktijdig de volgende verschijnselen voor:

1. de urine is donkergeel tot bruin gekleurd;
2. het oogwit is geel gekleurd;
3. de ontlasting is bleek van kleur.

Waardoor zullen deze verschijnselen waarschijnlijk veroorzaakt zijn?

Lever

Geelzucht.

Geelzucht wordt dikwijls veroorzaakt door een aandoening van de lever.
De lever kan dan bepaalde activiteiten niet in voldoende mate verrichten.
Een afbraakproduct, dat normaal aan de twaalfvingerige darm wordt afgegeven, wordt bij geelzucht onvoldoende door de lever uit het bloed verwijderd, waardoor de patiënt een gele kleur krijgt.

Is dit een afbraakproduct van fibrinogeen of van hemoglobine?
Is dit afbraakproduct ureum?

afbeeldingafbeelding

Afbraak

Afbraak.

Rode bloedcellen leven betrekkelijk kort: gemiddeld slechts 4 maanden. Dode rode bloedcellen worden afgebroken.

In welk orgaan worden dode rode bloedcellen afgebroken?

in de/het [invulveld]

Lever

Afbraak.

Bij de afbraak van dode rode bloedcellen komt een stof vrij, die weer kan worden gebruikt bij de aanmaak van nieuwe rode bloedcellen.

Hoe heet deze stof? Deze stof heet [invulveld]

Lever

Bilirubine.
Zie figuur A 738 van de bijlage.

Bilirubine ontstaat onder andere in de lever en de milt bij de afbraak van Hb uit rode bloedcellen. Het wordt uitgescheiden met de ontlasting en de urine (zie de afbeelding).

Bilirubine wordt volgens het schema in de afbeelding getransporteerd vanuit de lever naar de nieren (I), vanuit de lever naar de dunne darm (II) en vanuit de dikke darm naar de lever (III).

Drie transportwegen zijn:

1. het poortaderstelsel van de grote bloedsomloop;
2. een deel van de grote bloedsomloop tussen de onderste holle ader en de aorta;
3. de kleine bloedsomloop.

Welke van deze transportwegen is of welke zijn noodzakelijk, of is er geen hiervan noodzakelijk, bij het transport van bilirubine als afgebeeld in de afbeelding bij:

- I (vanuit de lever naar de nieren)?
- II (vanuit de lever naar de dunne darm)?
- III (vanuit de dikke darm naar de lever)?

afbeeldingafbeelding

Uitscheiding

1/3 Een nefron.
Zie figuur A 1212 van de bijlage.
afbeeldingafbeelding
In figuur is de functionele anatomie van een nefron (niereenheid) weergegeven.

1: distale tubulus; gekronkeld deel 2: distale tubulus; verbindend deel
3: nierkapsel 4: Lis van Henle; dikke opstijgende tak
5: verzamelbuis 6: Lis van Henle; dunne opstijgende tak
7: Lis van Henle; dalende tak 8: adertje
9: proximale tubulus 10: afvoerend slagadertje
11: aanvoerend slagadertje

Zie volgende scherm

Lever

Leverreacties.

Welk van de volgende reacties vindt niet plaats in de lever?

Lever

Aminozuren.

Overtollige aminozuren worden in de lever van de mens

Lever

Eiwitten in voeding.

In welk orgaan worden aminozuren gesynthetiseerd?

In de [invulveld].