Oefentoets Biologie: Plantenanatomie | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 13

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Plantenfysiologie

Bladluizen.

Bladluizen leven van suikerrijk plantensap. Zij zuigen dit sap onder andere uit de nerven van de bladeren van een plant.

Halen bladluizen hun voedsel vooral uit bastvaten of vooral uit houtvaten?
Aan welke kant van een blad zullen zich in verband daarmee de meeste bladluizen bevinden?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Tak met ringwond.
Zie figuur B 1036 van de bijlage.

Van een takje met twee bladeren is tussen blad 1 en blad 2 de bast en het cambium weggesneden tot de houtvaten. Dit takje wordt in een kleurstofoplossing geplaatst.

Kan men na enkele uren deze kleurstof in blad 1 aantreffen?
En in blad 2?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Transport van water en zouten in plant.

In de stengel van zaadplanten vindt transport van water en zouten plaats.

Kan worteldruk een bijdrage leveren aan dit transport?
Kan verdamping in de bladeren een bijdrage leveren aan dit transport?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Transport door bastvaten.

Welke van onderstaande stoffen wordt vooral door bastvaten van planten vervoerd?

Plantenfysiologie

Transport in boom.
Zie figuur B 2018 van de bijlage.

De tekening stelt een boom voor op een zonnige zomerdag. Met de pijlen 1 en 3 is de opname van stoffen door de boom aangegeven. Met pijl 2 is de afgifte van stoffen door de bladeren aangegeven. Met pijl 4 wordt het transport van stoffen in de stam omhoog en met pijl 5 het transport omlaag weergegeven.

Wat geeft pijl 3 aan?
Wat geeft pijl 4 aan?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Transport in boom.
Zie figuur B 2018 van de bijlage.

De tekening stelt een boom voor op een zonnige zomerdag. Met de pijlen 1 en 3 is de opname van stoffen door de boom aangegeven. Met pijl 2 is de afgifte van stoffen door de bladeren aangegeven. Met pijl 4 wordt het transport van stoffen in de stam omhoog en met pijl 5 het transport omlaag weergegeven.

Vindt het transport aangegeven via bastvaten plaats via pijl 4 of via pijl 5?
Vindt zouttransport plaats via pijl 2 of via pijl 3?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Transport in vaatbundel.

Enkele stoffen die in zaadplanten kunnen voorkomen, zijn:

cellulose, suiker, zetmeel en zouten.

Welke van deze stoffen kunnen in de vaatbundels vervoerd worden?

Plantenfysiologie

Transport in een iepenboom.

Over het transport van stoffen in een iepenboom zijn onder andere de volgende gegevens bekend:

1. De bladeren verdrogen wanneer de houtvaten verstopt raken door een schimmel.
2. De wortels krijgen gebrek aan organische stoffen wanneer in de zomer de bastvaten worden onderbroken door een ringwond onderaan de stam.
3. De knoppen krijgen tijdens het uitlopen gebrek aan organische stoffen wanneer in de winter de bastvaten worden onderbroken door een ringwond onderaan de stam.

Welke van onderstaande conclusies is op grond van deze gegevens juist?

Plantenfysiologie

Transport door stengel.
Zie figuur B 1709 van de bijlage.

Een stengel met enkele bladeren wordt afgesneden en enige tijd in rood gekleurd water geplaatst.
Zodra het eerste blad rood begint te kleuren, maakt men een dwarsdoorsnede van de stengel onder dit blad. De tekening geeft deze doorsnede schematisch weer.

In welk van de genummerde delen bevindt zich dan rode kleurstof?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Doorsnede vaatbundel.
Zie figuur B 3860 van de bijlage.

De foto geeft een dwarsdoorsnede van een vaatbundel in een stengel weer.

Door welk van de aangegeven delen vindt het transport van stoffen van de bladeren naar de wortels plaats?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Doorsnede vaatbundel.
Zie figuur A 165 van de bijlage.

De tekening stelt een dwarsdoorsnede door een vaatbundel van een maïsplant voor.

In welk of in welke van de aangegeven delen vindt verbranding plaats?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Koolstofdioxide in plantencellen.

Komen in een blad van een plant cellen voor waarin koolstofdioxide ontstaat?
En komen deze ook voor in een stengel?

Plantenfysiologie

Paardenbloem.
Zie figuur B 1776 van de bijlage.

De tekening stelt een bloeiende plant voor.

Welk of welke van de delen 1, 2 en 3 bevat of bevatten vaatbundels waardoor glucose vervoerd wordt?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Paardenbloem.
Zie figuur B 1776 van de bijlage.

De tekening stelt een paardenbloem voor.

Welk(e) van de delen 1, 2 en 3 bevat(ten) vaatbundels, waardoor assimilatieproducten vervoerd worden?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Opname van stoffen door maïsplant.

Een jonge maïsplant met bladgroen staat in het zonlicht.

Welke stoffen neemt deze plant dan uit zijn omgeving (lucht en bodem) op?

Plantenfysiologie

Droge stof in aardappel.

Een aardappel bestaat uit water en droge stof.

Het grootste deel van deze droge stof is afkomstig van

Plantenfysiologie

Wortel van een kiemplantje.
Zie figuur B 1963 van de bijlage.

In de afbeelding geeft tekening 1 een kiemplantje weer. Tekening 2 geeft sterk vergroot een deel van de wortel van dit kiemplantje weer.

Neemt het kiemplantje via cel S glucose, zetmeel of voedingszouten op uit de bodem?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Experiment met waterlelie.
Zie figuur B 684 van de bijlage.

Vier even grote levende bladeren van een waterlelie worden ieder in een aparte bak water gebracht.
Ieder blad drijft op het water (zie tekening). De bakken staan in het zonlicht.
De bladeren zijn verschillend behandeld (zie tabel).

afbeeldingafbeelding

In welke bak zal de minste verdamping plaatsvinden?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Verdamping door planten.

Hieronder volgen vier beweringen over de verdamping van water door kruidachtige planten in een weiland in Nederland. Twee van deze beweringen zijn juist.

1. Uit deze planten kan alleen water verdampen als tegelijkertijd de huidmondjes geheel open zijn.
2. Uit deze planten kan alleen water verdampen als tegelijkertijd de wortelharen water opnemen.
3. Zowel uit de bladeren als uit de stengels kan water verdampen.
4. Water kan zowel overdag als 's nachts verdampen.

Welke beweringen zijn juist?

Plantenfysiologie

Bladeren van landplanten.
Zie figuur B 990 van de bijlage.

Van vier verschillende soorten landplanten zijn de bladeren getekend (onder ieder blad een dwarsdoorsnede; de dikte van de lijn geeft de dikte van de waslaag weer).

Welke van deze planten is het minst geschikt om in een zeer droge omgeving te groeien?

afbeeldingafbeelding