Oefentoets Biologie: Voeding - ziektes | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 4

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Voeding

6/6 Veel eten tijdens de kerstdagen.

Welk van de volgende twee verschijnselen kan of welke kunnen het gevolg zijn van regelmatig teveel eten en weinig lichaamsbeweging?

1. vernauwing van de kransslagaders,
2. ernstig overgewicht.

Voeding

1/4 Veel eten tijdens de kerstdagen.

In een krantenartikel beschreef men wat voor gevolgen het kan hebben als je veel en lekker eet tijdens de kerstdagen.

Tekst:
Als je veel eet met de kerstdagen is de kans groot dat je extra vet opslaat. Dat kan wel oplopen tot 500 gram extra vet.
Kijk maar eens naar de samenstelling van de maaltijden. Bij het kerstontbijt neem je een gebakken ei, een beschuit met honing, twee warme witte broodjes met boter en kaas, twee sneden kerstbrood met poedersuiker en enkele koppen thee. Na dit uitgebreide ontbijt volgen de lunch, een diner en vaak nog tussendoortjes. En daarna is er nog tweede kerstdag.
De koolhydraten uit deze overvloedige maaltijden worden verbrand of er wordt vet van gemaakt. Van het vet wordt een klein gedeelte verbrand. De rest wordt opgeslagen.
Als je dit extra vet kwijt wilt raken moet je een flinke inspanning leveren, bijvoorbeeld 11 uur (65 km) wandelen of 20 uur (400 km) fietsen.

De samenstelling van het kerstontbijt voldoet niet aan de aanbevelingen van de voedingswijzer. De voedingswijzer bevat vier vakken. In een willekeurige volgorde zijn dat:

vak A: voor voedingsmiddelen met dierlijke eiwitten, zouten en vitamines;
vak B: voor voedingsmiddelen met plantaardige eiwitten, koolhydraten, zouten, vitamines en voedingsvezels;
vak C: voor voedingsmiddelen met vetten en vitamines;
vak D: voor voedingsmiddelen met voedingsvezels en vitamine C.

Uit welke van deze vakken is geen voedingsmiddel vermeld in het kerstontbijt?




-

Voeding

2/4 Veel eten tijdens de kerstdagen.

Kan door teveel eiwit in een maaltijd de hoeveelheid vet in het lichaam toenemen?
En door teveel zout? Leg je antwoorden uit.

Voeding

3/4 Veel eten tijdens de kerstdagen.

In de tekst wordt gezegd dat overtollig vet kan verdwijnen door veel te fietsen of te wandelen.

Welke van de volgende beweringen over het energieverbruik bij inspanning is of welke zijn juist op grond van de tekst?

1. Als je wandelt, verbruik je per kilometer meer energie dan als je fietst.
2. Als je weinig tijd wilt besteden aan afvallen, kun je beter fietsen dan wandelen.

Voeding

4/4 Veel eten tijdens de kerstdagen.

Welk van de volgende twee ziekteverschijnselen kan het gevolg zijn van regelmatig teveel eten en weinig lichaamsbeweging?

1. vernauwing in de kransslagaders
2. hepatitis

Voeding

1/3 Vetzucht.

Tekst:
Veel volwassenen in Nederland lijden aan vetzucht.
Men spreekt van vetzucht als meer dan 30% van het lichaamsgewicht van iemand uit vet bestaat.
De oorzaak kan overmatig eten zijn.
Personen met vetzucht hebben een verhoogde kans op allerlei lichamelijke klachten en ziekten.
Bij een onderzoek naar de oorzaken van vetzucht kregen twaalf eeneiige tweelingparen met een normaal gewicht, gedurende drie maanden 4.103 kJ per dag meer te eten dan ze nodig hadden.
Deze 24 proefpersonen waren mannen van 19 tot 27 jaar die allen apart waren opgegroeid.
Na drie maanden waren ze allemaal zwaarder geworden.
Hoewel ze allemaal op dezelfde manier overvoerd werden, waren de verschillen in gewichtstoename groot: sommigen kwamen slechts 4 kilo aan, anderen waren wel 13 kilo zwaarder geworden.
Opvallend was dat de verschillen tussen de twee helften van elk tweelingpaar steeds kleiner waren dan tussen de verschillende tweelingparen.

ontleend aan: de Volkskrant

De onderzoekers stelden voor de proefpersonen maaltijden samen die zeer energierijk waren, terwijl ze de porties niet te groot maakten.
Zij gebruikten voedingsmiddelen waarin veel van de voedingsstof voorkwam die per gram de meeste energie levert.

Welke voedingsstof levert per gram de meeste energie?




-

Voeding

2/3 Vetzucht.

Veel mensen worden in een bepaalde fase van hun leven dikker. Sommigen komen dan veel aan, anderen maar weinig.

Is het, rekening houdend met het onderzoek, waarschijnlijk dat dit verschil in gewichtstoename bij verschillende mensen alleen wordt veroorzaakt door milieufactoren, alleen door het genotype of door beide?

Voeding

3/3 Vetzucht.

In de Verenigde Staten, waar veel kinderen te dik zijn, kijken kinderen per week vaak wel 20 uur televisie.

Onderzoek in dit land heeft uitgewezen dat er een rechtstreeks verband bestaat tussen het aantal uren dat een kind voor de televisie doorbrengt en de mate van overgewicht.

Geef een verklaring voor dit verband.

Voeding

1/3 Ondervoeding en overvoeding.

Geef de werelddelen waarin de meeste mensen teveel voeding krijgen.

Voeding

2/3 Ondervoeding en overvoeding.

In welke werelddelen krijgen mensen minder te eten dan het noodzakelijk minimum?

Voeding

3/3 Ondervoeding en overvoeding.

Wat is het noodzakelijk minimum?

Voeding

1/2 Enzymen bij de productie van voedingsmiddelen.

Planten kunnen koolhydraten opslaan, bijvoorbeeld zetmeel.
De industrie gebruikt zetmeel als grondstof voor de productie van frisdranken, snoep en ijs.
Het zetmeel moet dan eerst worden afgebroken door bepaalde enzymen.
Dit zijn dezelfde enzymen die in planten zetmeel omzetten.

Welke stof ontstaat bij deze omzetting?

Voeding

2/2 Enzymen bij de productie van voedingsmiddelen.

Enkele landbouwproducten zijn: aardappels, appels, rijst, uien en worteltjes.

In welk van deze producten zit het hoogste gehalte zetmeel?

Voeding

1/2 Een risico bij vlees eten.

Artikel uit het Brabants Dagblad, 23 december 1997), Waarschuwing van microbioloog: VLEES ETEN RISICO DOOR ANTIBIOTICA.

Het voeren van antibiotica aan kalkoenen, kippen, runderen en varkens is niet zonder risico en kan op den duur zelfs levensgevaarlijk zijn voor de consument. Dat stelt dierenarts/microbioloog dr. A. van den Bogaard van de Universiteit Maastricht.

Van den Bogaard, die al enkele jaren onderzoek doet naar het gebruik van antibiotica, schat dat op dit moment twintig procent van de vleesetende Nederlanders is besmet met resistente bacteriën. Die besmetting houdt volgens de microbioloog rechtstreeks verband met het eten van kippen, kalkoenen, runderen en varkens die met antibiotica zijn behandeld om sneller te groeien.
Resistente bacteriën kunnen in bepaalde omstandigheden tot gevolg hebben dat zelfs een gewone steenpuist of oorontsteking een mens het leven kan kosten. "Ik zeg niet dat dàt nu al het geval is. Maar besmetting kan op den duur levensgevaar opleveren" aldus Van den Bogaard. Antibiotica geldt als groeibevorderaar maar zorgt ook voor toenemende resistentieproblemen. Door het eten van het vlees kunnen de resistente bacteriën de mens 'koloniseren'. In Zweden is het gebruik van antibiotica daarom al sinds 1986 verboden. Zweden toont volgens hem aan dat ook zonder deze middelen moderne veehouderij mogelijk is.
Woordvoerder C. van Boven van de Gezondheidsraad zei gisteren dat het ook in Nederland afgelopen moet zijn met het toevoegen van antibiotica als groeibevorderaar in veevoer. In het Tijdschrift voor de Diergeneeskunde en het gezaghebbende The New England Journal of Medicine stelt de microbioloog deze maand dat op dit moment meer antibiotica omgaat in de pluim- en vleesveehouderij dan in de geneeskunde.

Verhitting
Het Productschap voor Vee, Vlees en Eieren reageerde gisteren meteen door te benadrukken dat eventueel aanwezige bacteriën op vlees en pluimvee bij verhitting onschadelijk worden gemaakt. Het Productschap voor Vee, Vlees en Vis wijst erop dat de Europese commissie inmiddels het gebruik van het antibioticum avoparcine in veevoer verboden heeft.

Maatregelen
Kamerlid M. Vos (GroenLinks) eist in schriftelijke vragen antwoord op de vraag welke concrete maatregelen de ministers denken te nemen.

Leg uit hoe een antibioticum als groeibevorderaar kan werken.




-

Voeding

2/2 Een risico bij vlees eten.

Zijn antibiotica gevoelig voor verhitting en/of vertering van het voedsel waar ze in zitten? Leg uit.

Voeding

1/5 Eten en drinken.

Vóór de opening van een groot sportfestijn is een maaltijd klaargemaakt voor de deelnemers. Het voedsel voor de maaltijd is besmet geraakt met Salmonella-bacteriën. Dit leidde tot voedselbederf.

Met welke manier van voedselbehandeling kan de groei van Salmonella-bacteriën niet geremd worden.

Voeding

2/5 Eten en drinken.

Noem drie manieren waarmee groei van veel bacteriën in schoon voedsel geremd kan worden. Geef bij elke manier een verklaring waarom de methode werkt.

Voeding

3/5 Eten en drinken.

Een van de deelnemers neemt een hap van een droog stuk bruin stokbrood. Als de niet verteerde delen van deze hap in de dikke darm komen, is er onderweg veel water bijgekomen.

Noem drie organen van het verteringsstelsel die water aan het bruine stokbrood hebben toegevoegd.

Voeding

4/5 Eten en drinken.

Bij de vertering worden de stoffen uit het voedsel omgezet in opneembare stoffen: de verteringsproducten.

Vanuit welk deel van het verteringsstelsel worden deze verteringsproducten hoofdzakelijk opgenomen in het bloed?

Voeding

5/5 Eten en drinken.

Sommige mensen eten geen dierlijke producten en geen fruit. Zij eten vooral groenten, granen en noten.

Aan welke voedingsstof of voedingsstoffen kunnen ze gebrek krijgen als ze ook geen groenten zouden eten?