Oefentoets Biologie: Lever | HAVO 4/HAVO 5 | variant 2

Deze oefentoets bevat 33 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

33

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Uitscheiding

1/3 Uitscheiding.
Zie figuur B 2589 van de bijlage.

De afbeelding geeft schematisch de kop van een zeevogel weer. Deze vogel drinkt voornamelijk zeewater.
Boven op de snavel bevindt zich de uitmonding van een zoutklier die dient voor de uitscheiding van overtollige zouten.

De mens bezit geen zoutklier zoals deze zeevogel. Wel raakt de mens via de zweetklieren zouten kwijt. Voor de uitscheiding van overtollige zouten heeft de mens een speciaal paar organen.

Welke organen zijn dit? Dit zijn de [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Uitscheiding

2/3 Uitscheiding.

Als deze zeevogel de overtollige zouten niet via de zoutklier uitscheidt, wordt de zoutconcentratie in het bloedplasma te hoog. Als gevolg daarvan treedt waterverplaatsing binnen het lichaam van de zeevogel op waardoor het watergehalte van de cellen verandert.

Hoe noemt men deze waterverplaatsing?
En wordt door deze waterverplaatsing het watergehalte van de cellen lager of hoger?

Uitscheiding

3/3 Uitscheiding.

Een van de stoffen die de mens uitscheidt, is ureum. Ureum wordt gevormd bij de afbraak van bepaalde organische stoffen.

Noem het orgaan waarin de vorming van ureum plaatsvindt.
Bij afbraak van welke groep organische stoffen wordt ureum gevormd?

Uitscheiding

1/3 Nierstenen.
Zie figuur B 2705 van de bijlage.
afbeeldingafbeelding
In de nieren kunnen onder bepaalde omstandigheden opgeloste stoffen uit de urine neerslaan en uiteindelijk zogenaamde nierstenen vormen. Bij een röntgenologisch onderzoek van de nieren spuit de arts röntgencontrastvloeistof in. De röntgencontrastvloeistof is ondoorlaatbaar voor röntgenstralen.
Na toediening van de röntgencontrastvloeistof wordt deze in de nieren aan de voorurine afgegeven en geconcentreerd. Door de contrastvloeistof kunnen delen van de nieren en de afvoerwegen worden gefotografeerd (zie de afbeelding).

Zie volgende scherm

Lever

De lever.
Zie figuur B 515 van de bijlage.

De tekening stelt schematisch de lever van de mens voor met aansluitende bloedvaten, galbuis, galblaas en een gedeelte van de dunne darm.

Iemand heeft bij het tekenen van de twee buizen of vaten de juiste stroomrichting van de vloeistof met pijlen trachten aan te geven.

Is de pijl bij P juist geplaatst?
En de pijl bij Q?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Afbraak

Afbraak schadelijke stoffen.

De hoeveelheden water en voedsel die de mens opneemt, worden slechts voor een deel door het lichaam gebruikt. Sommige stoffen uit het voedsel zijn zelfs schadelijk voor het lichaam. Deze stoffen worden in het lichaam onschadelijk gemaakt en uitgescheiden. Ook bij de normale stofwisseling ontstaan producten die schade in het lichaam zouden veroorzaken als ze zich ophoopten.

Welk orgaan heeft of welke organen hebben als functie het afbreken van schadelijke stoffen?

Lever

Gifstoffen.

De gewasbeschermingsmiddelen parathion en para-oxon lijken veel op elkaar. Deze middelen veroorzaken spierkramp. Hun giftigheid voor de mens hangt sterk af van de manier waarop ze in het bloed terechtkomen: via de wand van het verteringskanaal of de huid.
Onderstaande tabel geeft weer hoe de giftigheid afhankelijk is van de wijze van opname.
afbeeldingafbeelding
Op grond van deze gegevens worden de volgende veronderstellingen gedaan:

1. Para-oxon wordt in het spijsverteringskanaal of in de lever omgezet in een niet-giftige stof.
2. Parathion wordt in de lever omgezet in een niet-giftige stof.
3. Parathion wordt in het spijsverteringskanaal of in de lever omgezet in een meer giftige stof.

Welke van deze veronderstellingen kunnen juist zijn?

Lever

De lever.

In de lever kunnen aminozuren worden omgezet in een gedeelte dat stikstof bevat en een gedeelte zonder stikstof. Het gedeelte met stikstof wordt in de lever verwerkt in een andere stikstofverbinding.

Ontstaan bij de beschreven processen in de lever stoffen die kunnen worden geassimileerd en/of stoffen die kunnen worden gedissimileerd en/of stoffen die kunnen worden uitgescheiden?

Lever

De lever.

Welke stof ontstaat in de lever als gevolg van de afbraak van aminozuren?

Eiwitten

Eiwitten.

In het lichaam van de mens bevinden zich eiwitten, waarin ongeveer twintig verschillende aminozuren voorkomen.
Het voedsel hoeft slechts acht van deze aminozuren te bevatten.

In welk orgaan worden de overige aminozuren gevormd en welke stoffen leveren de hiervoor benodigde stikstof?

afbeeldingafbeelding

Lever

De lever.

In de lever kunnen aminozuren worden omgezet in een gedeelte dat stikstof bevat en een gedeelte zonder stikstof. Het gedeelte met stikstof wordt in de lever verwerkt in een andere stikstofverbinding.

Ontstaan bij de beschreven processen in de lever stoffen die kunnen worden geassimileerd?
En stoffen die kunnen worden gedissimileerd?
En stoffen die kunnen worden uitgescheiden?

afbeeldingafbeelding

Lever

Buisjes in de lever.

In de lever worden tal van buisjes gevonden:

1. de vertakkingen van de leverslagader;
2. vertakkingen van de poortader;
3. vertakkingen van de leverader;
4. vertakkingen van de galgang.

In welke buisjes is het ureumgehalte het hoogst?

Lever

De lever.

Bij de mens worden het ureumgehalte en het kooldioxidegehalte van het bloed in de leverader vergeleken met die van het bloed in een longader.

Bevat 1 ml bloed in de leverader meer of evenveel van genoemde stoffen in vergelijking met 1 ml bloed in deze longader?

Het bloed in de leverader bevat

Lever

De lever.
Zie figuur B 344 van de bijlage.

De tekening stelt de lever voor met aansluitende bloedvaten.
Voor deze bloedvaten geldt:

- het glucosegehalte in bloedvat 1 is gemiddeld hoger dan dat in de bloedvaten 2 en 3.
- het ureumgehalte in bloedvat 2 is gemiddeld hoger dan dat in de bloedvaten 2 en 3.

Hoe heten de bloedvaten 1, 2 en 3?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Lever

De lever.

In het lichaam van de mens kunnen onder andere de volgende processen plaatsvinden:

1. het omzetten van glycogeen in glucose,
2. het afbreken van aminozuren,
3. het afbreken van hemoglobine,
4. het produceren van glucagon,
5. het onschadelijk maken van giftige stoffen die in het bloed aanwezig zijn.

Welke van deze processen kunnen plaatsvinden in de lever?

Omzettingen

Omzettingen.

De omzetting van eiwitten, koolhydraten en vetten in de stofwisseling van de mens wordt onderzocht.

Bij omzetting van welke van deze stoffen ontstaan zowel CO2 , H2 O als ureum?

Gal

Gal.

Wordt gal geproduceerd door de galblaas of door de lever?
Van welke bloedbestanddelen zijn de galkleurstoffen afbraakproducten?

afbeeldingafbeelding

Lever

Gal.

Bij de mens bestaat gal onder andere uit water, galzouten en galkleurstoffen. De galkleurstoffen worden gevormd uit afbraakproducten van bepaalde bloedbestanddelen.
Drie bloedbestanddelen zijn bloedplaatjes, rode bloedcellen en witte bloedcellen.

Welke van deze bloedbestanddelen leveren de afbraakproducten waaruit de galkleurstoffen worden gevormd?

Bloed

Glucose.

De glucoseconcentratie in het lichaam van de mens wordt in normale situaties op een waarde van ongeveer 70 mg glucose per 100 ml bloed gehouden.
Vier organen zijn: een beenspier, de dunne darm, het hart en de lever.

Welk van deze organen is direct betrokken bij het constant houden van de glucoseconcentratie in het bloed?

Lever

Glucosegehalte.

Bij een persoon wordt geconstateerd dat op een bepaald ogenblik het glucosegehalte van het bloed in de leverader hoger is dan dat van het bloed in de poortader.
Er wordt verondersteld dat dit een gevolg kan zijn van:

1. een verlaagd adrenalinegehalte van het bloed;
2. een verhoogd glucagongehalte van het bloed;
3. een verhoogd insulinegehalte van het bloed.

Welke van deze veronderstellingen kan of welke kunnen juist zijn?

Lever

De lever.

Het bloed dat bij de mens de alvleesklier verlaat, komt direct via een ader in de lever terecht.

Welk van de onderstaande processen in de lever kan hierdoor snel vanuit de alvleesklier worden geregeld?

Lever

Geelzucht.

Geelzucht wordt dikwijls veroorzaakt door een aandoening van de lever.
De lever kan dan bepaalde activiteiten niet in voldoende mate verrichten.
Een afbraakproduct, dat normaal aan de twaalfvingerige darm wordt afgegeven, wordt bij geelzucht onvoldoende door de lever uit het bloed verwijderd, waardoor de patiënt een gele kleur krijgt.

Is dit een afbraakproduct van fibrinogeen of van hemoglobine?
Is dit afbraakproduct ureum?

afbeeldingafbeelding

Lever

1/6 Grote schoonmaak.
Zie figuur B 4364 van de bijlage.

De lever is een belangrijk orgaan in het menselijk lichaam. Eén van de taken van de lever is het verwijderen van schadelijke en giftige stoffen uit het bloed; schoonmaken dus! Zonder lever zouden we binnen 24 uur sterven aan een totale vergiftiging door ammoniak. De lever zet ammoniak om in ureum. Een ander schoonmaakproces van de lever gebeurt in samenwerking met de milt. In de milt worden rode bloedcellen afgebroken, waarvan afvalproducten door de lever naar de twaalfvingerige darm worden uitgescheiden. Verder kan de lever bepaalde stoffen opslaan tot het lichaam de stof nodig heeft. Medicijnen worden door de lever gezien als giftige stoffen en zo mogelijk afgebroken.
Een onderzoeker bekijkt een preparaat van een stukje van de lever. Zie de afbeelding.
Met een kleuringstechniek kan hij glycogeen aantonen.

In welk van de genummerde delen zal hij glycogeen hebben aangetoond?

afbeeldingafbeelding

Lever

2/6 Grote schoonmaak.

Naast de lever hebben ook andere organen een functie als uitscheidingsorgaan, waarbij afvalstoffen uit het inwendige milieu verwijderd worden.

Noteer twee andere uitscheidingsorganen.

Lever

3/6 Grote schoonmaak.

Aminozuren van het verteerde voedsel worden opgenomen in het bloed. Hieronder staan drie beweringen:

1. De opname van aminozuren in het bloed vindt plaats vanuit een zuur milieu.
2. De opname van aminozuren in het bloed vindt plaats via de darmvlokken.
3. De opname van aminozuren in het bloed vindt plaats door actief transport.

Welke van de onderstaande beweringen met betrekking tot de opname van aminozuren zijn juist?

Lever

4/6 Grote schoonmaak.
Zie figuur B 4365 van de bijlage.

De lever is verbonden met aan- en afvoerende bloedvaten. In de afbeelding zie je een schematische weergave van de lever met aan- en afvoerende bloedvaten.

Noteer de namen van de bloedvaten 1, 2 en 3.

afbeeldingafbeelding

Lever

5/6 Grote schoonmaak.
Zie figuur B 4365 van de bijlage.

De lever is verbonden met aan- en afvoerende bloedvaten. In de afbeelding zie je een schematische weergave van de lever met aan- en afvoerende bloedvaten.
Het bloed in de bloedvaten (1 tot en met 3) verschilt onderling sterk wat betreft het O2 -, het ureum- en het glucosegehalte. Iemand eet een volgens de maaltijdschijf samengestelde warme maaltijd. Een uur na de warme maaltijd worden O2 -, ureum- en glucosegehalte gemeten.

Schuif in de tabel hieronder achter de drie genummerde bloedvaten de onderzochte stof waarvan het gehalte in dat bloedvat het hoogste is.

afbeeldingafbeelding
  • O{s}2{s}-gehalte
  • ureumgehalte
  • glucosegehalte
  • 1
  • 2
  • 3

Lever

6/6 Grote schoonmaak.
Zie figuur A 1037 van de bijlage.

De lever speelt een belangrijke rol in het handhaven van de glucoseconcentratie in het bloed.
In de afbeelding wordt deze regeling schematisch weergegeven. Door intensief te sporten of door een koolhydraatrijke maaltijd te gebruiken kan men het regelsysteem zodanig beïnvloeden, dat er bepaalde hormonen geproduceerd worden die de glucoseconcentratie in het bloed beïnvloeden.

Maak dit schema compleet door in de vier genummerde cirkeltjes met een + of een - aan te geven of het glucosegehalte er stijgt (+) of daalt (-).

- Vul op de stippellijnen de namen van de hormonen P en Q in.

afbeeldingafbeelding

Uitscheiding

1/4 Nefrotisch syndroom.

Lees de tekst hieronder.

December 2008 - Kim Groenveld (16) is op het eerste gezicht een normale puber. En dat is best bijzonder, want Kim lijdt aan het nefrotisch syndroom. Het gaat heel goed met haar, maar haar ziekte is wel altijd aanwezig.

Kun je kort uitleggen wat het nefrotisch syndroom precies is?
"Een nier is eigenlijk een grote filter die bestaat uit allemaal kleine filters. Bij mij zijn sommige kleine filters beschadigd en daardoor komen er afvalstoffen in mijn bloed die er niet horen."

Op welke leeftijd ontdekte je dat je het had?
"Toen ik zeven jaar was, kreeg ik opeens allerlei klachten. Ik kreeg bijvoorbeeld een opgezet oog. De huisarts ontdekte dat ik te veel eiwit in mijn urine had, een teken dat je nieren niet goed werken. Ik moest meteen door naar het ziekenhuis. Ik kreeg medicijnen: prednison en neoral. Na drie weken mocht ik naar huis. Ik weet nog precies het moment dat mijn moeder zei: je mag naar huis, maar je moet medicijnen blijven slikken. Toen dacht ik letterlijk: ik ben dus echt ziek. Het drong toen pas goed tot me door."

Hoe ziet je toekomst eruit?
"Het gaat nu goed met me, maar mijn nier werkt maar voor 20 procent. Dat is een feit waar ik niet omheen kan. Als een nier voor 12 procent werkt moet je aan transplantatie of dialyse gaan denken. We hebben pas geleden de eerste verkennende gesprekken gevoerd over een transplantatie. Mijn vader heeft dezelfde bloedgroep als ik. Hij laat nu onderzoeken of hij mogelijk een nier aan mij kan afstaan. Als dat het geval is, zou ik over twee jaar zijn nier kunnen krijgen. Dat is natuurlijk heel heftig, ook voor mijn vader. Gelukkig kunnen we er thuis goed over praten."

Waar zie je het meest tegenop?
"Mocht ik straks een transplantatie krijgen dan moet ik weer een hoge dosis prednison slikken. Dat ik dan weer zo opgeblazen word, dat vind ik het allerergste. Gek hè? Daar ben ik veel meer mee bezig dan met de vraag of het lukt of niet. Ik hoop gewoon dat ze tegen die tijd een ander medicijn hebben gevonden. Het is misschien niet realistisch, maar ik blijf het hopen."

Zie volgende scherm

Lever

1/2 Stofwisseling.

De hoeveelheden water en voedsel die de mens opneemt, worden slechts voor een deel door het lichaam gebruikt. Sommige stoffen uit het voedsel zijn zelfs schadelijk voor het lichaam. Deze stoffen worden in het lichaam onschadelijk gemaakt en uitgescheiden. Ook bij de normale stofwisseling ontstaan producten die schade in het lichaam zouden veroorzaken als ze zich ophoopten.

Welk orgaan heeft of welke organen hebben als functie het afbreken van schadelijke stoffen?

Lever

2/2 Stofwisseling.

Welke stof ontstaat als gevolg van de afbraak van aminozuren?

Lever

Uitscheiding.

Een van de stoffen die de mens uitscheidt, is ureum. Ureum wordt gevormd bij de afbraak van bepaalde organische stoffen.

Noem het orgaan waarin de vorming van ureum plaatsvindt.
- Bij afbraak van welke groep organische stoffen wordt ureum gevormd?

Lever

Mariandl als gewrichtssmeer.

In de tekst hieronder is letterlijk een fragment afgedrukt uit een folder voor Mariandl Gelatinaat. De producent van 'Mariandl Gelatinaat' zegt dat zijn product, dat uit gelatine bestaat, goed is voor de gewrichten.
afbeeldingafbeelding
Van sommige van de genoemde aminozuren kan een grotere hoeveelheid in het voedsel aanwezig zijn dan wordt gebruikt voor de opbouw. Overtollige aminozuren worden onder andere omgezet in andere aminozuren.

In welk orgaan gebeurt dat vooral?