Oefentoets Biologie: Plantenanatomie | HAVO 1/HAVO 2/HAVO 3 | variant 5

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 1, HAVO 2, HAVO 3

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Plantenanatomie en -fysiologie

3/3 Een uienplant.
Zie figuur B 1606 van de bijlage.

Een deel van de uienplant in de afbeelding is aangeduid met cijfer 3.

Wordt in deel 3 koolstofdioxide verbruikt?
En zuurstof?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

1/3 Bladeren van bomen.

Bladeren zijn belangrijk voor bomen. Toch laten veel bomen in de herfst hun bladeren vallen.
Voordat een blad valt, wordt op de grens van tak en bladsteel een laagje kurk gevormd. Zo ontstaat er geen open wond.

Waardoor zijn bladeren zo 'belangrijk' voor bomen?

Plantenanatomie en -fysiologie

2/3 Bladeren van bomen.

Beschermt het laagje kurk de boom tegen infecties?
En tegen uitdrogen?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

3/3 Bladeren van bomen.

Na het vallen van de bladeren kun je op de takken bladlittekens vinden. Zijtakken ontstaan uit knoppen.

Waar bevinden zich de knoppen waaruit die nieuwe zijtakken ontstaan?

Plantenanatomie en -fysiologie

1/5 Een boomstam.
Zie figuur B 1102 van de bijlage.

In de afbeelding zijn delen van drie boomstammen getekend.
In de bomen staan diverse tekens gesneden. Bij het snijden van die tekens zijn bastvaten beschadigd.
Op één van de boomstammen staan de letters "G.B.". Degene die deze letters heeft gesneden komt na drie jaar nog eens kijken naar de boom, waarin ze heeft gesneden.

Door de beschadiging van de bastvaten is het transport in de boomstammen verstoord.

Van welke organische stof is het transport verstoord?
Staan de letters "G.B." nog steeds op dezelfde hoogte?
Zo niet, waar dan?

afbeeldingafbeelding




-

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

2/5 Een boomstam.
Zie figuur B 1102 van de bijlage.

De stam van de middelste boom op de afbeelding is dunner dan die van de beide andere bomen.

Wat kan de oorzaak of wat kunnen de oorzaken zijn?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

3/5 Een boomstam.
Zie figuur B 1102 van de bijlage.

Staan de letters "G.B." op dezelfde hoogte in de boom als drie jaar geleden?
Of staan deze letters nu een stuk hoger of een stuk lager in de boom? Geef een verklaring voor je antwoord.

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

4/5 Een boomstam.

Door de beschadiging van de bastvaten is het transport in de boomstammen verstoord.

Noem de naam van een organische stof waarvan het transport is verstoord.

Plantenanatomie en -fysiologie

5/5 Een boomstam.
Zie figuur B 1102 van de bijlage.

De stam van de middelste boom op de afbeelding is dunner dan die van de beide andere bomen. Dit kan verschillende oorzaken hebben.

Noem twee mogelijke oorzaken.

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

2/2 Transport in een boom.

Als er een harde wind opsteekt, zal de verdamping door een boom sterk toenemen. In de periode vlak na het opsteken van de wind wordt het transport van de wortels naar de bladeren gemeten.

Wat zal er in de boom met het transport van de wortels naar de bladeren gebeuren in deze periode met toegenomen verdamping?

Plantenanatomie en -fysiologie

1/2 Schimmels.
Zie figuur B 2310 van de bijlage.

Iepen (zie de afbeelding) kunnen de iepenziekte krijgen. Bij de iepenziekte zijn bepaalde schimmels in de boom doorgedrongen. Zij vormen grote blazen die bepaalde transportvaten in de zieke iep afsluiten. Een direct gevolg hiervan is dat de bladeren verdorren en afvallen.

Welke stof of welke stoffen nemen deze ziekmakende schimmels uit een iep op?

afbeeldingafbeelding

Groei en ontwikkeling planten

Kiemplant van een boon.
Zie figuur B 1190 van de bijlage.

In de afbeelding is een pas gekiemde bonenplant getekend.

Worden de zaadlobben aangegeven door P of door Q?
Groeit deel Q na enige tijd uit tot een blad of valt het af?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Kiemende boon.
Zie figuur A 220 van de bijlage.

In de tekeningen is een kiemende boon op twee verschillende tijdstippen weergegeven.

Heeft zich van het eerste naar de tweede tijdstip groei voorgedaan?
En heeft zich duidelijke ontwikkeling voorgedaan?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Groei en ontwikkeling planten

Kieming van bonen.

Is voor het begin van de kieming van bonen licht nodig?
En water?

afbeeldingafbeelding

Groei en ontwikkeling planten

Zaadlobben.

In het plantenrijk dienen zaadlobben niet voor

Groei en ontwikkeling planten

Bruine boon.

Een bruine boon heeft verschillende onderdelen:

1. zaadlobben
2. kiem
3. navel
4. worteltje
5. poortje
6. zaadhuid
7. hartvormig bultje

Wat is aan de buitenkant van een niet-ontkiemde bruine boon zichtbaar?

Groei en ontwikkeling planten

Bruine boon.

Een bruine boon heeft een poortje.

Waarvoor dient dit?

Groei en ontwikkeling planten

Bruine boon.

In welk stadium van de ontwikkeling van een bruine boon vindt er voor het eerst fotosynthese plaats?

Groei en ontwikkeling planten

Beweringen.

I. Bij de kieming van een bruine boon komt het eerst het stengeltje naar buiten.
II. Als er veranderingen optreden in de bouw van een organisme, spreken we van groei.

Welke bewering is of welke beweringen zij juist?

Plantenfysiologie

Beweringen.

I. Kruidachtige planten staan altijd rechtop als er genoeg water is.
II. De stam van houtige planten kan niet slap hangen.

Welke bewering is of welke beweringen zij juist?