Oefentoets Biologie: Voeding - ziektes | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 3

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Voeding

Eenzijdige voeding.

Wat is het risico van te eenzijdige voeding?

Voeding

1/2 Gezond snacken?

Het aantal mensen dat te zwaar is, is in de afgelopen twintig jaar flink toegenomen. Eén van de oorzaken is, dat er veel energierijke snacks gegeten worden.

Overgewicht kan schadelijke gevolgen hebben voor de gezondheid.

Noem twee van zulke gevolgen.

Voeding

2/2 Gezond snacken?

Wouter houdt van snacken, maar wil wel op zijn gewicht letten. Op een etiket van gewone chips ziet hij de onderstaande informatie.
afbeeldingafbeelding
Wouter vraagt zich af of light chips minder energie leveren dan gewone chips. Hij vindt op internet de volgende informatie.
afbeeldingafbeelding
Energie wordt door drie groepen voedingsstoffen geleverd: eiwitten, koolhydraten en vetten (zie de tabel).
afbeeldingafbeelding

Levert 100 gram light chips minder kJ aan energie dan 100 gram gewone chips? Leg je antwoord uit met een berekening. Gebruik hierbij de bovenstaande informatie.





-

Voeding

1/2 Mannen en vrouwen en hun voeding.

In een folder raadt het Voorlichtingsbureau voor de Voeding (tegenwoordig Voedingscentrum genaamd) volwassen mannen en vrouwen aan om dagelijks bepaalde hoeveelheden van bepaalde voedingsmiddelen te eten. Die hoeveelheden staan in de tabel hieronder vermeld.
afbeeldingafbeelding

Welke van de volgende beweringen over de aanbevelingen uit de tabel is of zijn juist?

1. Mannen wordt aangeraden een grotere hoeveelheid energierijke voedingsmiddelen te eten dan vrouwen.
2. Vrouwen wordt aangeraden een grotere hoeveelheid eiwitrijke voedingsmiddelen te eten dan mannen.




-

Voeding

2/2 Mannen en vrouwen en hun voeding.

afbeeldingafbeelding
Een leerling krijgt de opdracht te berekenen hoeveel voeding met koolhydraten een vrouw per dag moet eten volgens de aanbevelingen. Hij bekijkt de tabel met de aanbevolen hoeveelheden en maakt dan de volgende berekening: 175 gram + 175 gram = 350 gram
Zijn lerares zegt dat zijn berekening niet goed is. "Voor de opdracht heb je niet genoeg aan de gegevens uit de tabel."

Welk gegeven heeft de leerling ook nodig om wel de goede berekening te kunnen maken?




-

Voeding

6/15 Dik worden en afvallen.

Het dagelijkse energieverbruik van Karel is in de loop van de jaren minder geworden.

Geef twee mogelijke oorzaken waardoor Karel nu meestal met minder energie toe kan dan toen hij nog 15 was.

Voeding

7/15 Dik worden en afvallen.
Zie figuur C 165 van de bijlage.
Zie figuur B 816 van de bijlage.

Men heeft bij een groot aantal mensen bepaald hoeveel energie zij met behulp van het voedsel opnemen. In het diagram in de afbeelding is een deel van de resultaten van dat onderzoek verwerkt.

Groep A omvat de mannen van 16 tot 20 jaar,
groep B de mannen van 21 tot 49 jaar,
groep C de mannen van 50 tot 65 jaar.

In de informatie in de bijlage (B 816) is ook de aanbevolen hoeveelheid energie in het voedsel opgenomen.
In het staafdiagram ontbreken de grootheid en de eenheid bij de Y-as.

Welke grootheid had hier moeten staan?

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Voeding

8/15 Dik worden en afvallen.

Men heeft bij een groot aantal mensen bepaald hoeveel energie zij met behulp van het voedsel opnemen. In het diagram in de afbeelding is een deel van de resultaten van dat onderzoek verwerkt.

Groep A omvat de mannen van 16 tot 20 jaar,
groep B de mannen van 21 tot 49 jaar,
groep C de mannen van 50 tot 65 jaar.

Geef twee mogelijke oorzaken voor het verschil in het resultaat bij groep A en groep C.

afbeeldingafbeelding

Voeding

9/15 Dik worden en afvallen.
Zie figuur C 165 en figuur B 816 van de bijlage.

Men heeft bij een groot aantal mensen bepaald hoeveel energie zij met behulp van het voedsel opnemen. In het diagram in de afbeelding is een deel van de resultaten van dat onderzoek verwerkt.

Groep A omvat de mannen van 16 tot 20 jaar,
groep B de mannen van 21 tot 49 jaar,
groep C de mannen van 50 tot 65 jaar.

Hoe groot is het verschil tussen de hoeveelheid opgenomen energie en de aanbevolen hoeveelheid energie bij de mannen van groep B? Schrijf je berekening op.

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Voeding

10/15 Dik worden en afvallen.

Karel neemt met zijn voedsel meer energie op dan hij verbruikt. Hij is er dik van geworden.
Karel kreeg van zijn arts te horen dat hij veel kans heeft op pijn in de heupen zo rond zijn vijftigste levensjaar, als hij te zwaar blijft.

Leg uit dat te dik zijn kan leiden tot klachten in de heupen op oudere leeftijd.

Voeding

11/15 Dik worden en afvallen.
Zie figuur B 2265 van de bijlage.

Karel neemt met zijn voedsel meer energie op dan hij verbruikt. Hij is er dik van geworden.
Bij mensen zoals Karel vindt men vaak een vervorming van de wand van een kransslagader, zoals is weergegeven in de afbeelding. Mensen met zo'n vervorming worden snel moe als zij zich inspannen.

Leg in drie stappen uit waardoor de vervorming van de wand van de kransslagader kan leiden tot deze vermoeidheid.

afbeeldingafbeelding

Voeding

12/15 Dik worden en afvallen.

In de informatie "Wat eet en drinkt Karel op een dag" is vermeld wat Karel bij de avondmaaltijd eet.

Als hij bepaalde voedingsmiddelen vervangt, kan hij minder energie binnen krijgen en toch een avondmaaltijd eten met hetzelfde gewicht.

Vervang twee voedingsmiddelen in de avondmaaltijd van Karel door andere voedingsmiddelen zodat hij minder energie binnen krijgt en toch dezelfde hoeveelheid voedsel eet. Die andere voedingsmiddelen moeten wel in de informatie "Samenstelling voedsel " zijn genoemd.

Schrijf je antwoord zo op:

Voedingsmiddel ...... wordt vervangen door ......
Voedingsmiddel ...... wordt vervangen door ......

Voeding

13/15 Dik worden en afvallen.

Karel wil wel speciale voedingsmiddelen eten om af te vallen. Daarin is vet vervangen door olestra.

Leg uit dat olestra geen energie aan de spieren kan leveren, zoals het vet in boter en frites.

Voeding

14/15 Dik worden en afvallen.

De eetgewoonten in de familie van Karel hebben een grote invloed op zijn figuur. Verder hebben erfelijke factoren invloed op de hoeveelheid vet die hij vasthoudt als reserve.

Karel valt nu af door andere eetgewoonten.

Heeft het afvallen invloed op het genotype van Karel?
Wat is daarvoor de verklaring?

Voeding

15/15 Dik worden en afvallen.

Joris en Karel zijn vrienden. Beiden zijn 28 jaar oud. Joris is 1,90 meter lang en weegt 80 kilo. Karel is even lang, maar hij is zwaarder dan Joris.

Joris wil weten of zijn gewicht past bij zijn lengte. Hij kan daarvoor de Quetelet-index berekenen (zie informatie 9).

Tot welke gewichtsgroep wordt Joris volgens de Quetelet-index gerekend? Leg je antwoord uit met een berekening.

Voeding

1/6 Veel eten tijdens de kerstdagen.
Zie figuur A 482 van de bijlage.

In een krantenartikel beschreef men wat voor gevolgen het kan hebben als je veel en lekker eet tijdens de kerstdagen.

Als je veel eet met de kerstdagen is de kans groot dat je extra vet opslaat. Dat kan wel oplopen tot 500 gram extra vet. Kijk maar eens naar de samenstelling van de maaltijden. Bij het kerstontbijt neem je een gebakken ei, een beschuit met honing, twee warme witte broodjes met boter en kaas, twee sneden kerstbrood met poedersuiker en enkele koppen thee. Na dit uitgebreide ontbijt volgen de lunch, een diner en vaak nog tussendoortjes. En daarna is er nog tweede kerstdag. De koolhydraten uit deze overvloedige maaltijden worden verbrand of er wordt vet van gemaakt. Van het vet wordt een klein gedeelte verbrand. De rest wordt opgeslagen. Als je dit extra vet kwijt wilt raken moet je een flinke inspanning leveren, bijvoorbeeld 400 kilometer fietsen.

De samenstelling van het kerstontbijt voldoet niet helemaal aan de aanbevelingen van de voedingswijzer.

Uit welk van de vakken van de voedingswijzer zit er geen voedingsmiddel in het kerstontbijt?



-

afbeeldingafbeelding

Voeding

2/6 Veel eten tijdens de kerstdagen.

Stoffen uit het kerstontbijt gaan na opname in het bloed direct naar de lever via een bepaald bloedvat.

Wat is de naam van dat bloedvat?

Dit is de/het [invulveld].

Voeding

3/6 Veel eten tijdens de kerstdagen.

In een krantenartikel beschreef men wat voor gevolgen het kan hebben als je veel en lekker eet tijdens de kerstdagen.

Bij het kerstontbijt neem je een gebakken ei, een beschuit met honing, twee warme witte broodjes met boter en kaas, twee sneden kerstbrood met poedersuiker en enkele koppen thee. Na dit uitgebreide ontbijt volgen de lunch, een diner en vaak nog tussendoortjes. En daarna is er nog tweede kerstdag. De koolhydraten uit deze overvloedige maaltijden worden verbrand of er wordt vet van gemaakt. Van het vet wordt een klein gedeelte verbrand. De rest wordt opgeslagen.

Noem twee voedingsmiddelen van het kerstontbijt die vooral zetmeel bevatten.

Voeding

4/6 Veel eten tijdens de kerstdagen.

In het kerstontbijt komen naast water en zetmeel ook mineralen voor.

Neemt de hoeveelheid vet in het lichaam toe door een te grote hoeveelheid mineralen?
En door een te grote hoeveelheid zetmeel?

Voeding

5/6 Veel eten tijdens de kerstdagen.

Kerstbrood en kaas bevatten veel zout. Als iemand dan nog zout over zijn gebakken ei strooit, krijgt hij teveel zout in zijn bloed.

In welk orgaan of in welke organen wordt het teveel aan zout in het bloed weer uitgescheiden?