Oefentoets Biologie: Ademhaling | HAVO 4/HAVO 5 | variant 4

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Ademhaling

Inademing.

Bij de mens spelen bij de ademhaling de volgende spieren een rol:

- spieren tussen de ribben,
- spieren van het middenrif,
- spieren van de buikwand.

Welke van deze spieren trekt zich samen bij een zeer krachtige inademing?

Ademhaling

Twee dieren.

Twee dieren P en Q worden met elkaar vergeleken. Dier P bestaat uit twee aaneengesloten cellagen die een holte omgeven; dier Q bestaat uit zeer vele aaneengesloten cellagen. De massa van beide dieren is gelijk.
Eén van de dieren heeft ademhalingsorganen, het andere niet.

Welk van de dieren zal ademhalingsorganen hebben?
En is de verhouding oppervlakte/totale inhoud bij dier P kleiner of groter dan bij dier Q?

Ademhaling

De borstkas.
Zie figuur B 24 van de bijlage.

Het afgebeelde model stelt een gedeelte van de borstkas van de mens voor. De punten P, Q, R en S stellen aanhechtingspunten van tussenribspieren voor.

Een spier die zich samentrekt bij diepe uitademing verbindt

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

De borstkas.
Zie figuur B 24 van de bijlage.

Het afgebeelde model stelt een gedeelte van de borstkas van de mens voor. De punten P, Q, R en S stellen aanhechtingspunten van tussenribspieren voor.

Een spier die zich samentrekt bij diepe inademing verbindt

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

Turnen.
Zie figuur B 2482 van de bijlage.

Een turnster hangt ondersteboven aan een rekstok.
Bij bepaalde adembewegingen gebruikt zij in deze houding meer energie dan wanneer zij normaal rechtop staat.

Welke adembewegingen kosten in deze houding meer energie dan wanneer zij normaal rechtop staat en even frequent ademt?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

IJzeren long.

Een patiënt met ademhalingsmoeilijkheden kan in een ijzeren long geplaatst worden. Dit is een cilinder waarin de luchtdruk varieert tussen lager en hoger dan de buitenluchtdruk. De cilinder is luchtdicht afgesloten bij de hals, alleen het hoofd van de patiënt bevindt zich buiten de cilinder.

De ijzeren long vervult dus de functie van

Ademhaling

In- en uitademing.

Vier beweringen over de ademhaling bij de mens zijn:

1. bij inademing wordt er lucht naar binnen gezogen, waardoor het volume van de borstholte groter wordt.
2. bij inademing wordt het volume van de borstholte groter, waardoor er lucht naar binnen wordt gezogen.
3. bij uitademing wordt het volume van de borstholte kleiner, waardoor er lucht naar buiten gaat.
4. bij uitademing gaat er lucht naar buiten, waardoor het volume van de borstholte kleiner wordt.

Welke beweringen zijn juist?

Ademhaling

Longweefsel.
Zie figuur B 1439 van de bijlage.

De afbeelding geeft een doorsnede van een stukje long weer. De cijfers 1 en 2 geven doorsneden van bloedvaten aan. Met cijfer 3 is een doorsnede van een lymfevat aangegeven.
In de vaten 1, 2 en 3 wordt de hoeveelheid zuurstof per ml vloeistof bepaald.

In welke van de volgende reeksen is de hoeveelheid zuurstof per ml vloeistof in deze vaten op de juiste wijze gerangschikt van laag naar hoog?

laag ---> hoog

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

Inademing.

Gaan bij een rechtopstaand persoon bij diepe inademing de ribben naar boven of naar beneden?
En het middenrif?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

Inademing.

Het volume van de borstholte van een mens neemt op een bepaald moment toe tot de maximale grootte.

Wat gebeurt er hierbij met het middenrif?
En wat met de ribben?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

In- en uitademen.
Zie figuur B 2490 van de bijlage.

De tekeningen stellen de borstkas van een mens voor na een diepe uitademing en na een diepe inademing.

Welke van de spieren die een rol spelen bij de ademhaling, worden gewoonlijk samengetrokken bij de overgang van 1 naar 2?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

Dekweefsel.
Zie figuur B 424 van de bijlage.

De tekening stelt voor een stukje gespecialiseerd dekweefsel van de mens met enig onderliggend bindweefsel.

In welk van de volgende organen komt dit dekweefsel voor?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

Waterkevers.

Bepaalde soorten waterkevers verkrijgen hun O2 uit een luchtbel die zich aan de buikzijde bevindt en door haren wordt vastgehouden. Uit proeven is gebleken dat deze kevers langer onder water actief kunnen blijven dan op grond van de voorraad O2 in de luchtbel verwacht kan worden.

Hoe is dit te verklaren?

Ademhaling

Kieuwplaatjes.
Zie figuur B 2512 van de bijlage.

De schematische tekening toont een kieuwplaatje met de daarin liggende bloedvaten.

De meeste O2 zal door het bloed worden opgenomen als de waterstroom verloopt volgens de richting van pijl

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

Kikkervisje.
Zie figuur B 324 van de bijlage.

Een kikkervisje heeft in een bepaald ontwikkelingsstadium een platte staart en vlak achter de kop franje-achtige uitgroeiingen.

Wat is(zijn) de functie(s) van deze staart en van deze uitgroeiingen?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

Kikkervisje en kikker.

Waardoor kan in de zomer een kikkervisje wèl voortdurend onder water leven en een kikker niet?

Ademhaling

Gaswisseling bij de honingbij.

Vindt bij een honing bij gaswisseling vooral plaats via de huid, vooral via tracheeën of via de huid en tracheeën in gelijke mate?

Ademhaling

Ademhaling bij dieren.
Zie figuur A 53 van de bijlage.

Tekening 1 stelt een serie kieuwplaatjes van een vis voor, waarvan een gedeelte verder is uitvergroot. Tekening 2 stelt een gedeelte van een tracheeënstelsel van een insect voor.

Welke pijlen geven de richting van het zuurstoftransport aan?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

De honingbij.

In het achterlijf van een honingbij komen openingen van het tracheeënstelsel voor. Door samentrekking van spieren wordt het achterlijf korter. Dit is van belang bij de ademhaling.

Wordt door deze samentrekking de druk in de tracheeën groter of kleiner?
Vindt dan in- of uitademing plaats?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

Ademfrequentie.

Een proefpersoon wordt in een afgesloten ruimte gebracht, waarin het zuurstofgehalte is verhoogd tot 24% en het koolstofdioxidegehalte is verhoogd tot 3%. De lucht bevat 6% minder stikstof dan normaal.

Welke invloed heeft het inademen van dit luchtmengsel op zijn ademfrequentie en wat is daarvoor de verklaring?