Plantenanatomie en -fysiologie
2/3 Een blad in het licht.
Waarvoor is in een blad licht nodig?
Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
20
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4
NVON
cc-by-sa-40
2/3 Een blad in het licht.
Waarvoor is in een blad licht nodig?
3/3 Een blad in het licht.
Welk gas komt er vrij uit een blad als het licht krijgt?
1/3 Bladeren.
Waaruit bestaat de bladschijf van een blad?
2/3 Bladeren.
Wat blijft er over van een blad als alle bladmoes tussen de nerven uit is?
3/3 Bladeren.
Hoe heten de aftakkingen van de grootste vaatbundel in een blad?
De boon.
Zie figuur B 1189 van de bijlage.
In de afbeelding hiernaast is een bruine boon schematisch getekend.
1. Met welk nummer is de kiem aangegeven? Met nummer [invulveld].
2. Met welk nummer is het deel aangegeven dat het zaad beschermt? Met nummer [invulveld].
3. Met welk nummer is het deel aangegeven waarmee de bruine boon heeft vastgezeten aan de moederplant? Met nummer [invulveld].
4. Hoe heet het deel dat is aangegeven met nummer 4? De/het [invulveld].
5. Hoe heet de opening in de zaadhuid, waardoor water kan worden opgenomen? De/het [invulveld].
afbeelding
1/2 Bladluizen.
Bladluizen leven van suikerrijk plantensap. Zij zuigen dit sap onder andere uit de nerven van de bladeren van een plant.
Uit welke vaten vooral halen bladluizen hun voedsel?
Uit de [invulveld]vaten.
2/2 Bladluizen.
Bladluizen leven van suikerrijk plantensap. Zij zuigen dit sap onder andere uit de nerven van de bladeren van een plant.
Aan welke kant van een blad zullen zich in verband daarmee de meeste bladluizen bevinden?
Aan de [invulveld]kant.
1/4 Gelijke kiemkracht.
KIEMKRACHTIG ZAAD.
De rijpheid van een plantenzaad is af te lezen aan zijn concentratie bladgroen. Uitgaande hiervan ontwikkelden Wageningse plantkundigen een machine die rijpe zaden selecteert. Zodra dr. Henk Jalink de Seed Master II aanschakelt, begint het apparaat vreselijk te ratelen. Het geluid doet nog het meest denken aan een luidruchtige Geigerteller. De herrie wordt veroorzaakt door de duizenden zaden die hij in no time selecteert. Koolzaden, voor deze demonstratie.
De ronde, bruingekleurde zaadjes storten vanuit een reservoir via een metalen goot anderhalve meter naar beneden. Dan komen ze in een rond, ijzeren vat terecht. Daar worden ze een voor een geselecteerd. De optimaal rijpe zaden rollen verder en schieten via een korte slang een plastic fles in. De minder rijpe zaden worden met een korte stoot perslucht weggeblazen. Ze ketsen via de wand van de ijzeren doos naar beneden, waar ze in een plastic bak vallen. "Onze selectie baseert zich op een nog niet eerder toegepast principe. We gebruiken laserlicht", zegt Jalink, die als fysicus is verbonden aan het Centrum voor Plantenveredelings- en Reproductieonderzoek (CPRO-DLO) in Wageningen.[...]
"Het principe van de Seed Master is verbluffend simpel. Het apparaat selecteert zaden op hun concentratie bladgroen. Deze kleurstof wordt voornamelijk aangetroffen in bladeren en geeft ze hun groene kleur. Bladgroen vangt lichtenergie op en de plant legt de ingevangen energie vast in chemische verbindingen, met name zetmeel, en gebruikt die energie op een later tijdstip weer voor processen als groei en zaadvorming.[...]
Als je bladgroen in zaad belicht zendt dit het merendeel aan licht weer uit als licht met een andere kleur. Er treedt dus fluorescentie op. Dat gebeurt in nog minder dan een miljoenste van een seconde. En die fluorescentie is te meten. Het is zo'n simpel gegeven. We verbazen ons er nog steeds over dat niemand voor ons op het idee is gekomen om dit toe te passen bij de selectie van zaad. Het bladgroen zit soms ongelijk over het zaad verdeeld. Door het zaad van drie kanten te belichten kun je de concentratie nauwkeuriger bepalen. Dat gebeurt in het ijzeren vat."
Jalink trof de kleurstof bijvoorbeeld aan in negen jaar oude tomatenzaden. Zolang het zaad droog bewaard blijft, is bladgroen blijkbaar stabiel aanwezig. Maar dat verandert zodra een zaad gaat uitrijpen. Dan verdwijnt het bladgroen langzaam, zo ontdekte de Wageninger. Het wordt afgebroken. Die afbraak blijkt keurig gelijk te lopen met de rijping. Hoe minder bladgroen, hoe rijper het zaad. En de mate van rijping houdt weer verband met de kiemkracht van een plant. Zaai je een onrijp zaad dan krijg je geen of een kreupele kiemplant. Hetzelfde geldt voor een zaad dat te ver is doorgerijpt. Via de concentratie bladgroen en daaropvolgende kiemproeven kunnen we de beste fase van rijping vaststellen. We kunnen de selectie afstemmen op die rijpingsfase. Dit is beter dan de normale selectie die zich gebruik maakt van vorm, grootte, kleur of ruwheid van het zaad. Het verband met de rijping is in deze gevallen minder duidelijk."
Het gelijktijdig kiemen van zaden is nog verder te verhogen via een zaadbehandeling die de laatste tien jaar in gebruik is geraakt: het primen. Hierbij worden zaden voorgekiemd in een waterige oplossing waaruit ze net genoeg vocht kunnen opnemen om op gang te komen, maar te weinig om helemaal te kiemen. Daarna worden ze terug gedroogd. Ze staan dan als het ware in de startblokken. Eenmaal uitgezaaid kiemen zulke zaden sneller en gelijkmatiger dan onbehandeld zaad. "Je weet niet wat je ziet", aldus Jalink. "Bijna alle zaden kiemen binnen een periode van ongeveer drie uur."
(NRC-Handelsblad, 21 maart 1998).
Zie volgende scherm.
-
2/4 Gelijke kiemkracht.
In het artikel worden zaden geselecteerd op rijpheid.
Welk nut heeft het voor verbouwers van gewassen dat deze zaadselectie wordt uitgevoerd?
3/4 Gelijke kiemkracht.
Wat gebeurt er met het reservevoedsel en de kiem in het zaad tijdens het primen?
4/4 Gelijke kiemkracht.
Hoe maken mensen gebruik van het reservevoedsel in bepaalde zaden?
1/2 Het nut van fotosynthese.
Waarom is de fotosynthese in tarwe zo belangrijk voor de mens?
2/2 Het nut van fotosynthese.
Schrijf op wat in onderstaand schema moet worden ingevuld bij 1 t/m 3.
afbeelding
1 = [invulveld]
2 = [invulveld]
3 = [invulveld]
1/2 Huidmondjes en fotosynthese.
Zie figuur B 4628 van de bijlage.
In de afbeelding wordt een deel van een blad met een huidmondje weergegeven.
Overdag wordt via de huidmondjes koolstofdioxide opgenomen en gaat waterdamp het blad uit.
Welke letter in de afbeelding geeft een cel aan waarin fotosynthese kan plaatsvinden?
afbeelding
2/2 Huidmondjes en fotosynthese.
Zie figuur B 4629 van de bijlage.
Als er gevaar voor uitdroging is, wordt de opening van de huidmondjes kleiner of gaan ze helemaal dicht.
Op een warme dag wordt bij een perzikboom gemeten hoeveel koolstofdioxide er wordt opgenomen.
Ook wordt de hoeveelheid waterdamp gemeten die door de huidmondjes naar buiten gaat.
De resultaten worden weergegeven in twee diagrammen.
Zijn op tijdstip 7 de huidmondjes van de perzikboom open of gesloten?
Gaat er op dat moment koolstofdioxide door de huidmondjes naar binnen of naar buiten?
afbeelding
1/4 De nachtschone.
Zie figuur A 1027 van de bijlage.
In een plantenboek staat de volgende informatie over de nachtschone.
De nachtschone is een tuinplant met kleurige bloemen die zoet geuren. De bloemen gaan aan het eind van de middag open en trekken veel nachtvlinders aan. De zwarte zaden en de grote wortels zijn giftig.
De nachtschone komt oorspronkelijk uit tropische gebieden. In Nederland kan de plant de koude winters niet overleven.
In de afbeelding zijn enkele delen van de plant met een letter aangegeven.
Welke letter geeft een deel aan waarin fotosynthese kan plaatsvinden? Leg uit waardoor daar fotosynthese kan plaatsvinden.
afbeelding
2/4 De nachtschone.
Bij fotosynthese wordt glucose gemaakt. Hiervoor heeft de plant water nodig en een gas uit de lucht.
Hoe heet dit gas?
3/4 De nachtschone.
Evert heeft nachtschone in zijn tuin staan. De planten overleven de koude winter niet. Hij koopt zaden van de nachtschone en zaait die in het voorjaar uit. Uit de zaadjes groeien nieuwe planten op in zijn tuin.
Is voortplanting door zaden geslachtelijke voortplanting of is het ongeslachtelijke voortplanting? Leg je antwoord uit.
4/4 De nachtschone.
De bloemkleur van de nachtschone wordt bepaald door een gen dat wordt aangegeven met A en met a:
- bij genotype AA is de bloem rood,
- bij genotype Aa is de bloem roze,
- bij genotype aa is de bloem wit.
Twee planten met roze bloemen worden met elkaar gekruist.
Hiernaast wordt deze kruising in een schema weergegeven. Het schema is niet volledig.
In de cirkels bij ‘Geslachtscellen' ontbreken de letters (A of a) die aangeven welk gen voor bloemkleur zich in die cellen kan bevinden.
En bij ‘Nakomelingen' moeten de cirkels en de vakjes nog ingevuld worden om de mogelijke genotypen en fenotypen van de nakomelingen aan te geven.
Maak het schema op de uitwerkbijlage af met behulp van de informatie.
afbeelding