Ademhaling
Het strottenklepje.
Waarvoor dient het strottenklepje?
Dit voorkomt, dat er
Deze oefentoets bevat 29 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
29
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
VMBO theoretische leerweg, 4
NVON
cc-by-sa-40
Het strottenklepje.
Waarvoor dient het strottenklepje?
Dit voorkomt, dat er
Het hoofd.
Zie figuur B 742 van de bijlage.
De tekening stelt een lengtedoorsnede voor van het hoofd en de hals van de mens.
De pijl geeft de richting aan waarin transport plaatsvindt.
Welke van onderstaande gebeurtenissen veroorzaakt dit transport ?
afbeelding
Huig en strotklepje.
Bevindt de huig van de mens zich tussen keelholte en neusholte?
Bevindt het strotklepje zich tussen keelholte en luchtpijp?
afbeelding
De luchtpijp.
Twee beweringen over de bouw van de luchtpijp van de mens zijn:
I. De luchtpijp bevat kraakbeenstukken die voorkomen dat de luchtpijp bij inademing dichtklapt.
II. De luchtpijp bevat trilharen die slijm met stofdeeltjes naar de keelholte transporteren.
Kraakbeenringen.
Welk van onderstaande organen van de mens is verstevigd door middel van kraakbeenringen?
Trilharen.
De binnenzijde van de luchtpijp is o.a. bekleed met cellen. die zeer kleine trilhaartjes dragen.
Deze trilhaartjes zorgen voor
Een weefsel.
Zie figuur B 1940 van de bijlage.
In de afbeelding geeft tekening P schematisch enkele cellen van een weefsel in het lichaam van de mens weer. Tekening Q geeft een doorsnede van een deel van het hoofd van de mens weer.
Op welke van de aangegeven plaatsen in tekening Q komt het weefsel van tekening P voor?
op plaats
afbeelding
De neusholte.
In de wand van de neusholte bevinden zich veel kleine bloedvaten.
De ingeademde lucht die langs deze wand stroomt, wordt door de aanwezigheid van die bloedvaten
De luchtpijp.
Hier volgen twee beweringen over de luchtpijp.
I. Kraakbeen in de wand van de luchtpijp zorgt er voor, dat bij inademing de luchtpijp niet dichtgedrukt wordt.
II. In de luchtpijp wordt de binnenstromende lucht gezuiverd.
Luchtpijp en slokdarm.
Ligt de luchtpijp of de slokdarm het dichtst bij de wervelkolom?
Welk van deze organen bezit een wand met kraakbeen?
afbeelding
Het strottenklepje.
Twee beweringen over het strottenklepje zijn:
I. Het strottenklepje bevindt zich bij het begin van de luchtpijp.
II. Het strottenklepje voorkomt dat er lucht in de slokdarm komt.
Kraakbeen.
Enkele organen van de mens zijn:
1. bronchiën;
2. luchtpijp;
3. slokdarm.
Welk(e) van deze organen is (zijn) verstevigd door kraakbeen?
Bronchiën.
Wat zijn bronchiën?
Het strottenklepje.
Hieronder volgen twee beweringen over het strottenklepje:
I. Het strottenklepje sluit de luchtpijp af bij het slikken.
II. Het strottenklepje sluit de slokdarm af bij de ademhaling.
Trilharen.
In de luchtpijp van de mens bevinden zich trilharen.
Wat is de belangrijkste functie van deze trilharen?
De huig.
Waarvoor dient de huig?
Longblaasjes en bloed.
Zie figuur B 3052 van de bijlage.
In de afbeelding zijn een longblaasje en een longhaarvat schematisch getekend. De pijlen geven de stroomrichting weer van lucht of van bloed.
I. De luchtstroom met de meeste zuurstof wordt aangegeven met pijl R.
II. Bij S bevat het bloed meer zuurstof dan bij P.
afbeelding
Inademing.
Wanneer wordt de ingeademde lucht beter verwarmd, als je door je mond inademt of als je door je neus inademt?
Waardoor wordt de ingeademde lucht gezuiverd als je door je neus inademt?
afbeelding
De keelholte.
Zie figuur B 3520 van de bijlage.
In de afbeelding is een doorsnede van de keelholte schematisch getekend. De huig en het strotklepje zijn in een bepaalde stand getekend.
I. Deze stand geeft de situatie juist weer tijdens het ademhalen.
II. Deze stand geeft de situatie juist weer tijdens het verslikken.
afbeelding
Slijm in de luchtpijp.
In de luchtpijp van de mens bevinden zich cellen die slijm produceren.
Wat is de functie van dit slijm?
Trilhaarcellen.
Waar in het ademhalingsstelsel van de mens komen er trilhaarcellen voor?
De borstkas.
Zie figuur B 886 van de bijlage.
De afbeelding is een foto van een deel van een model van de borstkas van de mens. Onder andere het hart is eruit genomen.
Wat wordt met P aangegeven?
afbeelding
Een doorsnede van het hoofd.
Komen in de wand van R ringen voor?
Zo ja, van been- of van kraakbeenweefsel?
afbeelding
Weefsels en organen.
Zie figuur B 4626 van de bijlage.
In de afbeelding zijn schematisch enkele longblaasjes weergegeven.
De wand van de longblaasjes bestaat ook uit dekweefsel.
Waarmee zijn longblaasjes gevuld?
afbeelding
Geen griepprik maar neusspray.
Griep wordt veroorzaakt door bepaalde ziekteverwekkers die griepvirussen genoemd worden.
Om griep te voorkomen kan men zich laten inenten met een zogenaamde griepprik. Veel mensen zien op tegen het krijgen van die griepprik. Daarom ontwikkelt men ook een neusspray tegen griep. De neusspray lijkt nog beter te werken dan de griepprik.
De griepprik en de neusspray bevatten delen van griepvirussen. Die delen komen bij het gebruik van de neusspray in het slijmvlies van de neus terecht. Het lichaam maakt vervolgens antistoffen tegen de griepvirussen. Komt het echte griepvirus via het neusslijmvlies het lichaam binnen, dan wordt het virus onschadelijk gemaakt door de antistoffen.
Het neusslijmvlies beschermt het lichaam tegen ziekteverwekkers.
Noem twee andere functies van het neusslijmvlies.
Hib-ziekten.
Zie figuur B 4408 van de bijlage.
Hib is de afkorting van de naam van een bacterie die bij mensen kan voorkomen in de slijmvliezen van de luchtwegen. Meestal veroorzaakt dit geen ernstige ziekteverschijnselen, omdat witte bloedcellen in de slijmvliezen de bacteriën onschadelijk maken.
Soms dringt de Hib-bacterie toch verder het lichaam binnen en veroorzaakt een ziekte zoals bloedvergiftiging, hersenvliesontsteking of longontsteking. Ook kunnen ernstige problemen ontstaan met ademhalen door het opzwellen van een ontstoken strotklepje.
Waardoor kan een opgezwollen strotklepje ademhalingsproblemen veroorzaken?
afbeelding
Griep.
Griep wordt veroorzaakt door een virus. Als iemand die griep heeft, hoest of niest, kunnen er vochtdruppeltjes met daarin het griepvirus in de lucht komen. Door het inademen van zulke druppeltjes treedt besmetting met het griepvirus op.
Treedt besmetting sneller op bij het inademen door de mond of bij het inademen door de neus?
Of maakt het geen verschil?
Hardlopen.
Bepaalde voeding is noodzakelijk om een goede hardlooptijd te lopen.
Ook de ademhaling is belangrijk.
Hardlopers ademen door de mond en niet door de neus.
Ademhalen door de mond heeft nadelen.
Noteer twee nadelen van ademen door de mond in plaats van ademen door de neus.
Hoestreflex.
Zie figuur B 4614 van de bijlage.
Iemand met hoestreflex heeft een grote kans op het krijgen van astma.
In de afbeelding is een overzicht gegeven van enkele delen in de borstholte.
Astma is een aandoening van de luchtwegen.
Deel P uit de afbeelding kan bij een astma-aanval vernauwd raken.
Wat is de naam van deel P?
Dit deel heet de/het [invulveld]
afbeelding