Deze oefentoets bevat 19 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
Aan de rand van een sloot komen onder andere de volgende organismen voor: blauwe reigers, groene kikkers, muggen, struiken en wantsen.
Deze organismen vormen samen een voedselweb (zie de afbeelding); de dieren zijn niet allemaal op dezelfde schaal getekend. Door een ziekte neemt het aantal blauwe reigers af Korte tijd later vermindert ook het aantal van een van de andere organismen die hierboven genoemd zijn.
Welke organismen zijn dat? Licht je antwoord toe.
afbeelding
Ecologie
Een heidegebied. Zie figuur B 3590 van de bijlage.
In de afbeelding zijn enkele organismen in een heidegebied weergegeven. In dit gebied vormen wezels, gras, muizen en schapen een voedselweb.
Zet pijlen in het afgebeelde schema zodat het een goed voedselweb wordt.
afbeelding
Ecologie
1/5 Een voedselnet. Zie figuur A 603 van de bijlage.
In de figuur is een voedselnet aangegeven.
Bedenk zelf een omnivoor die in dit voedselnet zou passen. Leg je antwoord uit.
afbeelding
Ecologie
2/5 Een voedselnet. Zie figuur A 603 van de bijlage.
Door een ernstig ongeluk met pesticiden in een tarweveld, sterven alle veldmuizen.
Welke dier uit het net zal van deze sterfte het meeste profiteren? Leg je antwoord uit.
afbeelding
Ecologie
3/5 Een voedselnet. Zie figuur A 603 van de bijlage.
Welke dier uit het net zal van deze sterfte het meeste nadeel ondervinden? Leg je antwoord uit.
afbeelding
Ecologie
4/5 Een voedselnet.
Hoe noemen we de groep bestrijdingsmiddelen waarmee bijv. luizen, sprinkhanen enz., kunnen worden gedood?
Ecologie
5/5 Een voedselnet. Zie figuur A 603 van de bijlage.
Als in dit voedselnet een reiger zou worden geplaatst, welke soort ...voor (= eter) zou het dan zijn? Leg je antwoord uit.
afbeelding
Ecologie
1/5 Weidevogels. Zie de figuren B 3267 en 3268 van de bijlage.
Nederland is bekend om zijn weidevogels. Zo broeden een groot deel van alle kieviten en grutto's uit Europa in ons land. Sommige soorten weidevogels zijn aangepast aan het leven in natte gebieden. Een voorbeeld hiervan is de grutto.
In de afbeelding zijn grutto's weergegeven.
Enkele delen van een grutto zijn: de ogen, de poten en de snavel.
Aan welke twee delen kun je zien dat de grutto is aangepast aan zijn leefomgeving?
afbeeldingafbeelding
Ecologie
2/5 Weidevogels.
Weidevogels, zoals de grutto, leven onder andere van wormen. Wormen zijn goed voor de grond. Wormen maken de grond luchtig en eten afgestorven planten, zoals gras.
Welke voedselketen is juist?
afbeelding
Ecologie
3/5 Weidevogels. Zie figuur B 3269 van de bijlage.
Er is veel onderzoek gedaan naar de aantallen van bepaalde soorten weidevogels. Een deel van de resultaten is weergegeven in de afbeelding.
Vergeleken met 1990 was van veel soorten weidevogels het aantal in 2002 lager.
Welke van de onderzochte soorten weidevogels kwam in 2002 juist meer voor?
afbeelding
Ecologie
4/5 Weidevogels.
Bij een ander onderzoek werd gekeken naar wat er gebeurde met de eieren in de nesten van weidevogels. Een deel van de resultaten is in onderstaande tabel weergegeven.
afbeelding
Hoeveel procent van de eieren uit het onderzoek is uitgekomen?
Ecologie
5/5 Weidevogels. Zie figuur B 3271 van de bijlage.
Verschillende mensen willen de weidevogels beschermen. Zo gebruiken sommige boeren nestbeschermers. Dit zijn ijzeren hekjes die om de nesten van weidevogels worden gezet. Daardoor weet de boer waar de nesten zijn, als hij het weiland gaat maaien.
Zie figuur B 3271 van de bijlage.
Bij een proef is gekeken naar het effect van het gebruik van nestbeschermers. De resultaten zijn weergegeven in de afbeelding.
Wat blijkt uit deze proef?
afbeelding
Ecologie
1/4 Kaspische slijkgarnaal in de Rijn. Zie figuur B 5151 van de bijlage.
In 1987 werd voor het eerst een Kaspische slijkgarnaal in de Rijn aangetroffen. Het aantal is sindsdien enorm toegenomen; soms zijn er nu wel 100.000 per m2
. Ze hechten zich vast aan stenen en bedekken die dan met een laag slijm. Andere dieren die zich graag op stenen vestigen, zoals de driehoeksmossel, zijn daardoor in aantal hard achteruit gegaan. Zowel driehoeksmosselen als slijkgarnalen voeden zich met algen, die ze uit het water zeven. Doordat er zoveel meststoffen in het water zitten, zijn er meer dan genoeg algen. Slijkgarnalen worden weinig gegeten door andere dieren. Driehoeksmosselen worden gegeten door eenden, vissen en krabben.
Stel een voedselweb samen met behulp van de gegevens uit de tekst.
afbeelding
Ecologie
2/4 Kaspische slijkgarnaal in de Rijn.
Waardoor zullen de driehoeksmosselen zo sterk in aantal achteruit gegaan zijn?
Ecologie
3/4 Kaspische slijkgarnaal in de Rijn.
Men wil maatregelen treffen om het aantal Kaspische slijkgarnalen te verminderen zonder dat de driehoeksmosselen daarvan nadeel ondervinden.
Welke van de volgende maatregelen zou dat effect hebben?
Ecologie
4/4 Kaspische slijkgarnaal in de Rijn.
De Kaspische slijkgarnaal komt ook voor in de Kaspische zee. Het zeewater is daar warmer en zouter dan het water in de Nederlandse rivieren normaal gesproken is. Door de veranderde omstandigheden hebben Kaspische slijkgarnalen het nu ook in Nederland naar hun zin.
Waardoor zijn de leefomstandigheden voor Kaspische slijkgarnalen in de Rijn gunstiger geworden?
Ecologie
1/3 Surinaams voedselweb. Zie figuur A 1175 van de bijlage.
Hiernaast zie je een Surinaams voedselweb.
Noteer een voedselketen die bestaat uit vijf schakels.
afbeelding
Ecologie
2/3 Surinaams voedselweb. Zie figuur A 1175 van de bijlage.
Door welke organismen worden sriba's allemaal gegeten?
afbeelding
Ecologie
3/3 Surinaams voedselweb. Zie figuur A 1175 van de bijlage.
Stel dat de tjontjon (zie afbeelding hieronder) uitsterft. afbeelding Noem vier soorten die dan in aantal toenemen.