Voortplanting planten
2/2 Een kever.
Appelbomen planten zich geslachtelijk voort.
Schrijf twee woorden uit de bovenstaande tekst op waaruit dit blijkt.
Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
20
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
HAVO 1, HAVO 2, HAVO 3
NVON
cc-by-sa-40
2/2 Een kever.
Appelbomen planten zich geslachtelijk voort.
Schrijf twee woorden uit de bovenstaande tekst op waaruit dit blijkt.
1/3 De kamperfoelie.
Zie figuur B 3397 van de bijlage.
De afbeelding geeft een kamperfoelieplant weer. De kamperfoelie heeft witte bloemen.
Welk proces kan alleen optreden in de groene delen van de kamperfoelie, maar niet in de witte?
Dit proces is de/het [invulveld]
afbeelding
2/3 De kamperfoelie.
Delen van de kamperfoelie-bloemen zijn: eicel, meeldraad, stamper en stuifmeelkorrel.
Hoe heet het vrouwelijke voortplantingsorgaan van de kamperfoelie?
En de vrouwelijke voortplantingscel?
afbeelding
3/3 De kamperfoelie.
De bloemen van de kamperfoelie worden bestoven. Drie leerlingen geven elk een omschrijving van bestuiving bij kamperfoelie.
Lisa: Een vlinder bezoekt een kamperfoelie-bloem om nectar op te zuigen, waarbij zaden aan het behaarde lijf van de vlinder blijven plakken.
Michel: Een vlinder met kamperfoelie-stuifmeel aan zijn lijf bezoekt een kamperfoelie-bloem; het stuifmeel blijft aan de stempel van de bloem kleven.
Noor: In de kamperfoelie-bloem versmelt een stuifmeelkorrel met een eicel.
Wie geeft een juiste omschrijving van bestuiving?
1/3 Bloeiende wilgen.
Zie figuur B 1924 van de bijlage.
Wilgen zijn tweehuizige zaadplanten. Dat wil zeggen dat aan een wilgenboom alleen mannelijke bloeiwijzen (katjes) komen of alleen vrouwelijke bloeiwijzen.
De afzonderlijke bloempjes (zie de afbeelding) in een bloeiwijze zijn zeer eenvoudig van bouw: ze bestaan uit één of twee honingklieren en een stamper of twee meeldraden. De bloempjes staan in de oksels van schutbladen die groengeel of zwartbruin zijn. Het stuifmeel stuift niet.
Vindt bij wilgen vooral insectenbestuiving plaats of vooral windbestuiving of beide in gelijke mate?
afbeelding
2/3 Bloeiende wilgen.
Zie figuur B 1924 van de bijlage.
Is bij wilgen kruisbestuiving mogelijk?
En zelfbestuiving?
afbeelding
3/3 Bloeiende wilgen.
Een mannelijke wilg wordt gestekt. Uit deze stek groeit een boom.
Zal aan deze boom stuifmeel kunnen worden gevormd?
En zullen aan deze boom zaden kunnen worden gevormd?
1/3 Een alleenstaande appelboom.
Zie figuur A 219 van de bijlage.
Bij appelbomen van bepaalde rassen (Golden Delicious en Jonathan) kan een stuifmeelkorrel die op de stempel van een bloem van dezelfde boom valt, geen stuifmeelbuis vormen.
Het gevolg hiervan is dat zo'n appelboom, wanneer hij alleen staat, geen appels voortbrengt. Om van zo'n alleenstaande appelboom toch appels te krijgen, brengt men speciale exemplaren in de handel. Bij deze bomen zijn takken van twee verschillende appelrassen (Golden Delicious en Jonathan) op een gemeenschappelijke onderstam geplaatst (zie de afbeelding). Dit wordt enten genoemd. Van beide rassen wordt in dat geval een goede oogst verkregen.
Wanneer zal bij de in de afbeelding weergegeven appelboom bevruchting kunnen optreden?
afbeelding
2/3 Een alleenstaande appelboom.
Is het enten van een appelras op een onderstam een vorm van ongeslachtelijke voortplanting?
En het ontstaan van appels?
3/3 Een alleenstaande appelboom.
In welke delen van Jonathan kunnen erfelijke eigenschappen voorkomen die afkomstig zijn van Golden Delicious?
1/3 Weefselkweek.
Zie figuur C 157 van de bijlage.
Bij een weefselkweek kunnen stukjes van een blad van een plant worden gebruikt om de plant te vermeerderen. De stukjes blad worden in een bakje met een speciale voedingsbodem geplaatst. Uit elk stukje blad groeit een compleet plantje. Op deze manier kan in korte tijd een groot aantal planten worden verkregen. Het verloop van zo'n weefselkweek is schematisch weergegeven in de afbeelding.
Eén bladcel bevat in principe genoeg informatie om uit te groeien tot een complete plant.
Leg dat uit.
afbeelding
2/3 Weefselkweek.
Is de weefselkweek-methode om planten te vermeerderen een voorbeeld van geslachtelijke voortplanting of van ongeslachtelijke voortplanting? Leg je antwoord uit.
3/3 Weefselkweek.
Bij het uitgroeien vormen de plantjes van de afbeelding in het licht bladeren met bladgroen.
In welke cellen van de opperhuid van een blad komt bladgroen voor?
1/2 De meristeem-methode.
Kwekers gebruiken bij ongeslachtelijke voortplanting vaak de 'meristeem-methode' om aan nieuwe planten te komen.
Leg deze uit.
2/2 De meristeem-methode.
Om welke twee redenen wordt de methode gebruikt?
1/2 Wilgenkatjes.
Zie figuur B 4554 van de bijlage.
De wilg is een boomsoort die veel in Nederland voorkomt. De bloemen van deze boom worden wilgenkatjes genoemd. Hiernaast zijn twee typen wilgenkatjes weergegeven. De beide typen wilgenkatjes komen nooit aan dezelfde boom voor.
Welke wilg kan zaden vormen?
afbeelding
2/2 Wilgenkatjes.
Zie figuur B 4554 van de bijlage.
Vindt de bestuiving bij de wilg plaats door de wind of door insecten? Leg uit waaraan je dat in de afbeelding kunt zien.
afbeelding
Twee planten.
Zie figuur B 4558 van de bijlage.
Hiernaast zijn twee planten weergegeven.
Welke van deze planten kan zich zowel geslachtelijk als ongeslachtelijk voortplanten?
afbeelding
1/2 Een maïsplant.
Zie figuur B 4577 van de bijlage.
In de afbeelding is een maïsplant met bloemen weergegeven. Aan één maïsplant komen zowel mannelijke als vrouwelijke bloemen voor.
Vindt de bestuiving bij een maïsplant plaats door de wind of door insecten? Leg uit waaraan je dat in de afbeelding kunt zien.
afbeelding
2/2 Een maïsplant.
Zie figuur B 4577 van de bijlage.
In welke maïsbloem kunnen zaden worden gevormd?
afbeelding