Oefentoets Biologie: Ademhaling | HAVO 1/HAVO 2/VWO 1/VWO 2 | variant 4

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 1, HAVO 2, VWO 1, VWO 2

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Ademhaling

IJzeren long.

Een patiënt met ademhalingsmoeilijkheden kan in een ijzeren long geplaatst worden. Dit is een cilinder waarin de luchtdruk varieert tussen lager en hoger dan de buitenluchtdruk. De cilinder is luchtdicht afgesloten bij de hals, alleen het hoofd van de patiënt bevindt zich buiten de cilinder.

De ijzeren long vervult dus de functie van

Ademhaling

In- en uitademing.

Vier beweringen over de ademhaling bij de mens zijn:

1. bij inademing wordt er lucht naar binnen gezogen, waardoor het volume van de borstholte groter wordt.
2. bij inademing wordt het volume van de borstholte groter, waardoor er lucht naar binnen wordt gezogen.
3. bij uitademing wordt het volume van de borstholte kleiner, waardoor er lucht naar buiten gaat.
4. bij uitademing gaat er lucht naar buiten, waardoor het volume van de borstholte kleiner wordt.

Welke beweringen zijn juist?

Ademhaling

Druk bij de longen.
Zie figuur B 75 van de bijlage.

Een pneumothorax is een toestand waarbij er zich als gevolg van een opening in de borstwand lucht tussen het borstvlies en het longvlies bevindt. Hierdoor komt een long verschrompeld in de borstholte te hangen (zie tekening P) Bij een gezonde persoon wordt op drie plaatsen (zie tekening Q) de druk gemeten:

Op plaats 1: de druk van de buitenlucht;
op plaats 2: de druk tussen borstvlies en longvlies;
op plaats 3: de druk in de longblaasjes.

Wat is bij een gezonde persoon tijdens de uitademing de volgorde van de druk op de genoemde plaatsen van hoog naar laag?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

Ademspieren.

Wanneer bepaalde spieren tussen de ribben zich samentrekken, gaan de ribben omhoog.

Wordt hierdoor de borstholte vergroot of verkleind?
Heeft dit inademing of uitademing tot gevolg?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

Ribademhaling.

Bij de ribademhaling van de mens vinden de volgende processen plaats:

1. de longen worden groter.
2. de lucht stroomt de longen binnen.
3. bepaalde spieren tussen de ribben trekken zich samen.

In welke volgorde vinden deze processen plaats?

Ademhaling

Inademing.

Bij inademing wordt de ruimte van

Ademhaling

Ademhalingsspieren.

Bevinden zich in het middenrif spieren die een rol spelen bij de ademhaling?
En tussen de ribben?

Ademhaling

Ademhaling.

Jan beweegt zijn middenrif en zijn ribben. Daardoor wordt de inhoud van zijn borstkas groter en haalt hij diep adem.

Door welke bewegingen van het middenrif en de ribben wordt de inhoud van zijn borstkas groter?

Ademhaling

Spieren bij de ademhaling.

Bij een grote inspanning, zoals bij een voetbalwedstrijd, heb je soms een diepe ademhaling.

Zijn bij een zo diep mogelijke inademing de middenrifspieren samengetrokken?
En bepaalde tussenribspieren?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

Borstkas.
Zie figuur A 473 van de bijlage.

Welke van de afgebeelde tekeningen geeft de stand van het middenrif en de ribben weer van iemand die zojuist zeer diep heeft uitgeademd?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

Inademing.

Gaan bij een rechtopstaand persoon bij diepe inademing de ribben naar boven of naar beneden?
En het middenrif?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

Inademing.

Het volume van de borstholte van een mens neemt op een bepaald moment toe tot de maximale grootte.

Wat gebeurt er hierbij met het middenrif?
En wat met de ribben?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

Trilharen.

De luchtpijp van de mens is bekleed met een trilhaarslijmvlies.

Wat is de belangrijkste functie van de trilharen?

Ademhaling

Borst- en longvlies.

Het niet-vergroeid zijn van borst- (rib-) en longvlies is belangrijk, omdat

Ademhaling

Ademhalingsweg.

De organen die de lucht vanuit de longblaasjes kan passeren, zijn de volgende:

1. longtrechtertjes,
2. strottenhoofd,
3. keelholte,
4. luchtpijp,
5. neusholte,
6. hoofdbronchieën.

Welke is de juiste volgorde?

Ademhaling

Gassen in cellen.
Zie figuur B 1897 van de bijlage.

In de afbeelding stellen de schema's 1 en 3 de opname van een gas in een cel voor. De schema's 2 en 4 stellen de afgifte van een gas uit een cel voor.

Welke twee schema's geven samen de gaswisseling bij verbranding in een cel weer?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

Gaswisseling.

De gaswisseling in twee typen ademhalingsorganen verloopt als volgt:

in type 1 : Zuurstof gaat van de lucht naar het bloed, kooldioxide gaat van het bloed naar de lucht,
in type 2: Zuurstof gaat van het water naar het bloed, kooldioxide gaat van het bloed naar het water.

Bij welk(e) van de volwassen dieren: de goudvis, het paard en de kikker kan type 1 voorkomen?
En bij welk(e) type 2?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

Gaswisseling.

Een volwassen kikker overwintert in de modder op de bodem van een sloot. De temperatuur van deze modder is 4°C. Het dier is niet actief.

Op welke wijze verkrijgt deze kikker de benodigde zuurstof?

Ademhaling

Gaswisseling.

Tijdens de ontwikkeling van kikkervisje tot volwassen kikker vindt de gaswisseling plaats via verschillende organen.

Welk orgaan wordt of welke organen worden in elk stadium gebruikt voor de gaswisseling?

Ademhaling

Verstikking bij zeehonden.

Zeehonden moeten in tegenstelling tot vissen regelmatig naar het wateroppervlak kunnen zwemmen. Zij verdrinken als ze onder water verstrikt raken in de netten die vissers gebruiken om vissen te vangen. Hiervan worden per jaar talrijke zeehonden het slachtoffer.

Waarom moeten zeehonden regelmatig naar het oppervlak zwemmen en waarom is dit voor vissen bijna niet nodig?