Biologie algemeen
1/2 Een merel.
Zie figuur B 3844 van de bijlage.
In de afbeelding is een merel te zien die een regenworm vangt.
Als we over een merel praten, hebben we het dan over een cel, een weefsel of een organisme?
afbeelding
Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
20
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
HAVO 1, HAVO 2, VWO 1, VWO 2
NVON
cc-by-sa-40
1/2 Een merel.
Zie figuur B 3844 van de bijlage.
In de afbeelding is een merel te zien die een regenworm vangt.
Als we over een merel praten, hebben we het dan over een cel, een weefsel of een organisme?
afbeelding
2/2 Een merel.
Bij het eten neemt de merel stoffen op en verandert deze in andere stoffen. Stoffen veranderen in andere stoffen is een levenskenmerk.
Noem twee andere levenskenmerken dan stoffen veranderen in andere stoffen.
1/2 Levenskenmerken.
Zie figuur B 3125 van de bijlage.
Bekijk de afbeelding.
Welk levenskenmerk is hier uitgebeeld?
afbeelding
2/2 Levenskenmerken.
Noem twee andere levenskenmerken dan bewegen, stoffen uitscheiden en voortplanten.
Een kogel in het lichaam.
De enig mogelijke weg van een kogel door de borstkas van iemand die in de rug wordt geschoten is
Dood en levend.
Hieronder staan twee beweringen:
Jette: "Een stilzittende, bijna niet ademende sprinkhaan is dood."
Lene: "Een snelstromende beek is levend."
Welke bewering is of welke zijn juist?
Warming-up.
Welk levenskenmerk wordt hier uitgebeeld?
afbeelding
Boomalg.
Zie figuur B 4559 van de bijlage.
Het omzetten van stoffen, zoals bij de fotosynthese, wordt stofwisseling genoemd. Stofwisseling is een levenskenmerk.
Geef twee andere levenskenmerken die bij boomalgen kunnen voorkomen.
afbeelding
Het nijlpaard.
Ademhalen is een levenskenmerk.
Noem nog twee levenskenmerken die bij een nijlpaard kunnen voorkomen.
De dingo.
Ademhalen is een levenskenmerk.
Schrijf twee andere levenskenmerken op van een dingo.
Blozen.
Jan en Pieter blozen allebei als ze zenuwachtig zijn.
Ze doen hier beiden een uitspraak over.
Jan zegt: "Blozen is een voorbeeld van een levenskenmerk, want je reageert op een prikkel."
Pieter zegt: "De snelle ademhaling bij zenuwachtigheid is een levenskenmerk."
Is de uitspraak van Jan juist?
En is de uitspraak van Pieter juist?
Organisatie.
Delen van een organisme zijn onder andere een cel, een orgaan, een organel en een weefsel.
Welk van deze delen is het grootst?
En welk is het kleinst?
afbeelding
Organisatie.
In een organisme komen onder andere cellen, organellen, organen, organenstelsels en weefsels voor.
Wat is de juiste volgorde van deze delen, van groot naar klein?
Organisatie.
In een organisme komen onder andere cellen, organellen, organen en weefsels voor.
Wat is de juiste volgorde van deze delen, van groot naar klein?
Kijken in het lichaam.
Er zijn verschillende technieken om in het menselijk lichaam te kijken, zonder het open te maken.
Bij welke techniek gebruikt men magnetisme?
Levenskenmerk.
In welke van onderstaande gebeurtenissen komt een kenmerk van leven tot uiting?
Variatie.
Welke van de volgende eigenschappen betreft een variatie?
Doel van de biologie.
Welk alternatief geeft het beste de hoofddoelstelling van de biologie weer?
Levende wezens.
Hieronder volgen drie beweringen over levende wezens.
1. Ze drijven als ze lichter zijn dan water.
2. Ze nemen voedingsstoffen op.
3. Ze planten zich voort.
Welke bewering geldt of welke beweringen gelden ook voor levenloze dingen?
Microscopiseren.
Als je tijdens het microscopiseren eerst het objectief 4 x en het oculair 10 x gebruikt en daarna het objectief 10 x en het oculair 10 x, wat moet je dan doen als je het beeld even helder verlicht wilt houden?